Overzicht per uitkering of spaargeld meetelt in 2026: niet bij WIA, WW, Wajong, AOW; deels bij IOAZ; wel bij bijstand, AIO en
Bij welke uitkering telt spaargeld mee? Stand 2026, bronnen UWV, SVB, Rijksoverheid en Dienst Toeslagen.

Spaargeld en uitkering: hoeveel vermogen mag je hebben? (2026)

Laatst bijgewerkt: 30 september 2026. Of je spaargeld meetelt, hangt af van het soort uitkering. Bij uitkeringen die niet aan je vermogen zijn gekoppeld (WIA, WGA, IVA, WW, Ziektewet, WAO, Wajong, IOW, AOW, Anw) kijkt niemand naar je spaargeld: UWV zegt letterlijk dat je spaargeld, eigen vermogen en een erfenis niet hoeft door te geven, en de SVB zet bij de Anw spaartegoed, rente en dividend bij de inkomsten die niet worden afgetrokken. Bij regelingen die je inkomen aanvullen tot het sociaal minimum telt vermogen wél: bij bijstand en AIO met in 2026 een grens van € 8.000 voor een alleenstaande en € 16.000 voor een stel of alleenstaande ouder, bij de IOAZ met een vrijstelling van € 175.864. En bij toeslagen gelden weer eigen grenzen. Hieronder staat het per regeling, met de bedragen van 2026, wat een erfenis of eigen huis doet, en wat je moet doorgeven.

Kort antwoord: bij welke uitkering telt spaargeld mee?

Het onderscheid is simpel als je weet waar je op moet letten. Werknemersverzekeringen en volksverzekeringen zijn gebaseerd op wat je verdiende of op je verzekerde jaren, niet op wat je bezit. Bijstandsachtige regelingen zijn een vangnet en kijken daarom eerst naar wat je zelf kunt betalen. Dat vangnet is de enige plek waar je spaargeld een rol speelt.

RegelingTelt spaargeld mee?Grens 2026Telt inkomen partner mee?
WIA (WGA en IVA), WAO, WAZNeeGeenNee
Wajong, ZiektewetNeeGeenNee
WWNeeGeenNee, alleen bij een toeslag van UWV
IOWNeeGeenNee
IOAWNeeGeenJa
IOAZDeelsVrij tot € 175.864, daarboven 3% fictief inkomenJa
Anw (nabestaanden)NeeGeenNee
AOWNeeGeenNee
AIO (aanvulling op AOW)Ja€ 8.000 alleen, € 16.000 met partnerJa
BijstandJa€ 8.000 alleen, € 16.000 samen of alleenstaande ouder, eigen woning tot € 67.500 overwaardeJa
Toeslag van UWV (Toeslagenwet)NeeGeenJa
Zorgtoeslag, kindgebonden budgetJa, op 1 januari€ 146.011 alleen, € 184.633 met toeslagpartnerJa
HuurtoeslagJa, op 1 januari€ 38.479 per persoon, € 76.958 met toeslagpartnerJa
Vermogenstoets per regeling, stand 2026. Bronnen: UWV, SVB, Rijksoverheid, Dienst Toeslagen (gecontroleerd 29 september 2026).

WIA-uitkering (WGA en IVA) en spaargeld: geen vermogenstoets

Heb je een WGA-uitkering of een IVA-uitkering, dan maakt het voor de hoogte niet uit hoeveel er op je spaarrekening staat. De WIA is een werknemersverzekering: de uitkering is een percentage van het loon dat je verdiende voordat je ziek werd, en wordt alleen lager door inkomsten uit werk of andere uitkeringen. UWV noemt op de pagina over inkomsten doorgeven letterlijk wat je niet hoeft te melden: “spaargeld of eigen vermogen”, “erfenis”, “loterij- en prijzengeld”, “giften en crowdfunding”, “ontslagvergoeding of transitievergoeding” en “inkomsten van uw partner”.

Wat je wél moet doorgeven zijn inkomsten: loon uit dienstverband of uitzendwerk, winst als zelfstandige, betaalde klussen en oppaswerk, commerciële verkopen via internet, een stagevergoeding, een vrijwilligersvergoeding boven het maximum en (pre)pensioen uit werk dat je tijdens je uitkering deed. Ook cryptohandel telt mee als de Belastingdienst het als belastbaar inkomen ziet. De termijn is kort: nieuwe inkomsten geef je binnen een week door, een wijziging binnen twee dagen. Wie dat te laat doet, krijgt te veel uitgekeerd en moet dat terugbetalen.

Een groot spaarsaldo heeft dus geen gevolgen voor je WIA, wel voor je belasting: boven het heffingsvrij vermogen betaal je box 3-belasting (zie verderop). En wie een toeslag van UWV of huur- of zorgtoeslag krijgt, moet naar die regelingen apart kijken, want daar gelden andere regels dan bij de WIA zelf.

Wajong, Ziektewet, WAO en Anw: verzekeringen kijken niet naar je vermogen

Voor de Wajong, de Ziektewet, de WAO en de WAZ geldt dezelfde UWV-lijst als voor de WIA: spaargeld, eigen vermogen en een erfenis hoef je niet door te geven. De Wajong is daarmee anders dan veel mensen denken: het is geen bijstand, dus er is geen vermogenstoets en ook geen partnertoets. Wat wel wordt verrekend zijn inkomsten uit werk (bij de Wajong ook al je (pre)pensioen).

De Anw-nabestaandenuitkering van de SVB werkt net zo. De SVB zet spaartegoed, rente, dividend, alimentatie, huurtoeslag en zorgtoeslag in de lijst van inkomsten die niet worden afgetrokken, en huuropbrengsten uit privébezit hoef je niet eens te melden. Loon, winst en pensioen tellen deels mee: de eerste € 1.168,50 bruto per maand blijft buiten beschouwing, van het inkomen daarboven gaat twee derde van de nabestaandenuitkering af, en boven € 3.683,30 bruto per maand vervalt de uitkering helemaal (de SVB past deze bedragen elk half jaar aan). Een WIA-, WW-, Wajong- of Ziektewetuitkering wordt wel volledig verrekend. Voor de AOW vraagt de SVB nergens naar je vermogen: de hoogte hangt af van je verzekerde jaren en of je alleen of samen woont.

WW-uitkering en spaargeld (en wat er na de WW gebeurt)

Ook de WW is een werknemersverzekering. UWV zet “eigen vermogen”, “spaargeld”, “erfenis”, “gespaarde cryptomunten (zoals bitcoins)”, een belastingvrije schenking, een gouden handdruk, een ontslag- of transitievergoeding en de opbrengst van je eigen tweedehands spullen in de lijst van inkomsten die je niet hoeft door te geven. Verrekend wordt alleen wat je verdient: loon, vakantiegeld en dertiende maand uit een nieuwe baan, winst als zelfstandige, pensioen en vrijwilligersvergoedingen. Het inkomen van je partner telt alleen mee als je naast je WW een toeslag van UWV krijgt.

Na afloop van de WW wordt het onderscheid pas echt belangrijk. Ben je 60 jaar en 4 maanden of ouder op je eerste werkloosheidsdag, dan kom je na afloop van de WW (als die op of na 1 januari 2020 begon en langer dan 3 maanden duurde) in de IOW, en daar geldt volgens de Rijksoverheid: “Het UWV kijkt niet naar uw eigen vermogen en dus ook niet naar bijvoorbeeld een eigen huis. Het inkomen en vermogen van uw partner wordt ook niet meegerekend.” De IOAW voor oudere werklozen via de gemeente laat vermogen ook buiten beschouwing, maar telt het inkomen van je partner wél mee. De IOAZ voor gestopte zelfstandigen kijkt deels naar vermogen: tot € 175.864 is vrijgesteld, daarboven rekent de gemeente 3% per jaar als fictief inkomen. Val je na de WW terug op de bijstand, dan gelden de grenzen uit de volgende sectie.

Bijstand en spaargeld: de vermogensgrenzen van 2026

De bijstand vult je inkomen aan tot het sociaal minimum en verwacht dat je eerst je eigen vermogen aanspreekt. De grenzen staan in artikel 34 van de Participatiewet en zijn per 1 januari 2026 afgerond naar € 8.000 voor een alleenstaande en € 16.000 voor een alleenstaande ouder of voor gehuwden en samenwonenden samen; per 1 juli 2026 zijn ze niet gewijzigd. Zit je erboven, dan krijg je geen bijstand “totdat u dit vermogen dat boven de grens uitkomt daaraan heeft besteed”, zoals de Rijksoverheid het formuleert.

SituatieVrijgelaten vermogen 2026
Alleenstaande€ 8.000
Alleenstaande ouder€ 16.000
Gehuwd of samenwonend (samen)€ 16.000
Vermogen in de eigen woningOverwaarde tot € 67.500 blijft buiten beschouwing
Spaargeld opgebouwd tijdens de bijstandTelt niet mee (art. 34 lid 2 sub c)
Giften en bijdragen van anderenMinimaal € 1.200 per kalenderjaar vrij (sinds 1 januari 2026; gemeenten mogen ruimer zijn)
Vermogensvrijlating bijstand per 1 juli 2026. Bron: Participatiewet art. 34 en SZW-normenbrief 1 juli 2026.
Staafdiagram vermogensgrenzen 2026 voor een alleenstaande: bijstand 8.000, huurtoeslag 38.479, box 3 59.357, woning 67.500, zorgtoeslag 146.011, IOAZ 175.864 euro
Vermogensgrenzen 2026 voor een alleenstaande. Met partner gelden hogere bedragen (zie tekst).

Vermogen is volgens de wet “de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden”. Spaargeld is het eerste waar de gemeente naar kijkt, via je bankgegevens, maar ook waardevolle bezittingen tellen: de SVB noemt voor dezelfde toets bij de AIO “spaargeld, juwelen, antiek, kunst, een erfenis, een auto” en zondert gewone huisraad uit. Een tweede woning wordt bij je vermogen opgeteld. Schulden gaan er vanaf, mits je kunt bewijzen dat je ze moet terugbetalen; een studieschuld of een lening bij familie die je later mag aflossen trekt de gemeente niet af.

Twee dingen worden vaak gemist. Ten eerste: rente over je spaargeld wordt niet van de bijstand afgetrokken. Ten tweede: wat je tijdens de bijstand spaart van je uitkering, blijft buiten beschouwing. De grens geldt dus voor wat je had toen je instroomde, plus wat er van buiten bijkomt.

Erfenis en uitkering: wat verandert er per regeling?

Een erfenis is vermogen, geen inkomen. Daarom doet zij bij een WIA-, WW-, Wajong-, Ziektewet-, WAO- of IOW-uitkering niets: UWV noemt “erfenis” expliciet bij wat je niet hoeft door te geven, en de uitkering blijft gelijk. Bij de bijstand en de AIO is het precies andersom. Een erfenis moet je direct melden; de Rijksoverheid noemt “u ontvangt een erfenis of een prijs uit een loterij” als voorbeeld van een verandering die je meteen moet doorgeven. Komt je vermogen daardoor boven de grens, dan stopt het recht op bijstand totdat je het meerdere hebt opgemaakt.

Het moment waarop de erfenis telt, is het moment waarop je erover kunt beschikken, en gemeenten zoals Utrecht leggen dat bij de dag van overlijden. De gemeente Utrecht schrijft bijvoorbeeld: “Wij gaan hierbij uit van de dag waarop u recht hebt op de erfenis. Dit is op de dag van het overlijden van de persoon waarvan u erft.” Dat betekent dat bijstand die je ontving tussen het overlijden en de uitbetaling van de erfenis kan worden teruggevorderd; de Participatiewet geeft de gemeente daar in artikel 58 de bevoegdheid voor. Wie een erfenis verzwijgt, betaalt de te veel ontvangen bijstand terug en kan daarbovenop een boete krijgen. Hoe groot je deel als kind is, lees je bij het kindsdeel van een erfenis.

Voor toeslagen geldt weer een andere regel: een erfenis telt als vermogen op de peildatum 1 januari. Krijg je in de loop van het jaar een erfenis, dan heeft dat volgens Dienst Toeslagen geen invloed op de toeslag van dat jaar; pas vanaf 1 januari van het volgende jaar telt het mee. Een nog onverdeelde erfenis telt overigens ook al mee voor jouw deel.

Vier stappen bij een erfenis naast een uitkering: UWV niets melden, bijstand en AIO direct melden, toeslagen peildatum 1 januari, box 3 aangifte
Erfenis naast een uitkering: per regeling wat je moet doen.

Eigen huis en uitkering

Bij de WIA, WW, Wajong en IOW speelt een koopwoning geen rol. Bij de bijstand wel, maar milder dan bij spaargeld. Woon je zelf in het huis en is de overwaarde lager dan € 67.500, dan heb je gewoon recht op bijstand als gift. Is de overwaarde hoger, dan bepaalt het beleid van je gemeente of je toch bijstand krijgt, en dan als lening: de gemeente kan een krediethypotheek op je huis vestigen die je later terugbetaalt. De SVB doet hetzelfde bij de AIO, in de vorm van een renteloze lening.

Voor toeslagen telt het huis waarin je woont niet als vermogen, en je auto ook niet. Voor de IOAZ valt een eigen huis wél onder het vermogen dat boven € 175.864 wordt meegerekend.

Waar vermogen en partnerinkomen alsnog meetellen

Dat je uitkering zelf geen vermogenstoets kent, betekent niet dat je spaargeld nergens meetelt. Drie regelingen die vaak naast een uitkering lopen, kijken er wel naar of naar het inkomen van je partner.

  • Toeslag van UWV (Toeslagenwet). Vult een UWV-uitkering aan tot het sociaal minimum. Spaargeld, vermogen, een erfenis en een belastingvrije schenking hoef je niet door te geven, maar “bijna alle inkomsten van uzelf én van uw partner” wel: ook andere uitkeringen, pensioen en studiefinanciering. Heb je een partner die na 31 december 1971 is geboren en wonen er geen kinderen onder de 12 bij je, dan krijg je deze toeslag niet.
  • AIO (aanvulling op de AOW). Dezelfde vermogensgrens als de bijstand: boven € 8.000 (alleen) of € 16.000 (met partner of kind onder 18) geen aanvulling. Het inkomen en vermogen van je partner tellen mee. Bijzonder: heb je in de jaren voor de aanvraag geschonken, dan kan de SVB al betaalde AIO terugvragen bij degene die de schenking kreeg.
  • Huur-, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Vermogen op 1 januari 2026 boven de grens betekent het hele jaar geen toeslag, ook als je er later in het jaar onder zakt. Voor de huurtoeslag geldt de grens ook per medebewoner. Daarnaast verhoogt vermogen boven het heffingsvrij bedrag je toetsingsinkomen, waardoor een toeslag al lager kan uitvallen vóór je de harde grens raakt. De kinderopvangtoeslag kent geen vermogensgrens.
ToeslagMaximaal vermogen op 1 januari 2026
Zorgtoeslag€ 146.011 zonder toeslagpartner, € 184.633 met toeslagpartner
Kindgebonden budget€ 146.011 zonder toeslagpartner, € 184.633 met toeslagpartner
Huurtoeslag€ 38.479 per persoon, € 76.958 met toeslagpartner; elke medebewoner maximaal € 38.479
KinderopvangtoeslagGeen maximum
Vermogensgrenzen toeslagen 2026. Bron: Dienst Toeslagen (belastingdienst.nl), gecontroleerd 29 september 2026.

Spaargeld en de Belastingdienst: box 3 in 2026

Je uitkering valt in box 1, je spaargeld in box 3. Over de eerste € 59.357 (fiscale partners samen € 118.714) betaal je geen belasting. Daarboven rekent de Belastingdienst in 2026 met een forfaitair rendement van 1,28% voor banktegoeden en 6,00% voor beleggingen (het percentage voor banktegoeden is voorlopig en wordt begin 2027 definitief), en daarover 36% belasting. Het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst: € 150.000 spaargeld zonder partner kost in 2026 € 417 aan box 3-belasting. Die belasting verandert niets aan je uitkering, maar het box 3-inkomen zelf (in dit voorbeeld € 1.160) telt als inkomen uit vermogen mee in het toetsingsinkomen voor je toeslagen. Hoe je het precies uitrekent staat bij hoeveel belasting je over spaargeld betaalt en box 3 in 2026; of je samen of alleen wordt aangeslagen, hangt af van of je fiscaal partners bent.

Zo regel je het goed: doorgeven, bewijzen en termijnen

  • UWV-uitkering: geef inkomsten door via Mijn UWV. Bij WIA, WAO, WAZ, Wajong en Ziektewet: nieuwe inkomsten binnen 1 week, wijzigingen binnen 2 dagen. Bij WW en IOW via het wijzigingsformulier of de maandelijkse Inkomstenopgave. Spaargeld, een erfenis of een schenking hoef je niet te melden. Krijg je ook een toeslag van UWV, geef dan wel het inkomen van je partner door.
  • Bijstand: meld elke verandering in je vermogen direct bij je gemeente, ook een erfenis die nog niet is uitbetaald. Bewaar bankafschriften van de dag van overlijden als je erft; Utrecht vraagt daar bijvoorbeeld naar. Boven de grens vervalt het recht tot je het meerdere hebt besteed.
  • AIO: geef inkomen en vermogen van jezelf en je partner door aan de SVB; huur- en zorgtoeslag tellen niet mee, verhuurinkomsten wel.
  • Toeslagen: controleer je vermogen op 1 januari. Verwacht je boven de grens uit te komen, zet de toeslag dan zelf stop om terugbetaling te voorkomen. Een erfenis in de loop van het jaar telt pas het jaar erna.
  • Belastingaangifte: wat je in box 3 opgeeft, bepaalt ook je inkomen uit vermogen voor de toeslagen; Dienst Toeslagen rekent met dezelfde vermogensregels als de Belastingdienst.

Veelgemaakte fouten

De eerste fout is denken dat de Wajong of de IVA een vermogenstoets kent en daarom spaargeld verplaatsen of wegschenken: dat is niet nodig en een schenking kan bij een latere AIO-aanvraag zelfs worden teruggevraagd. De tweede is het omgekeerde: met een WW- of WIA-uitkering een erfenis niet melden bij de gemeente omdat “UWV het niet hoeft te weten”, terwijl je daarnaast bijstand, AIO of huurtoeslag ontvangt. De derde is de peildatum van toeslagen vergeten: wie op 1 januari net boven de grens zit, verliest de toeslag voor het hele jaar. De vierde is een lening bij familie als schuld opvoeren bij de bijstand; die telt niet mee als je hem later mag terugbetalen. En de vijfde is inkomsten uit werk te laat doorgeven aan UWV, wat wél gevolgen heeft en terugvordering oplevert, terwijl het spaargeld waar je je zorgen over maakte helemaal niet meetelde.

Veelgestelde vragen over spaargeld en een uitkering

Heeft spaargeld invloed op mijn WIA-uitkering?

Nee. De WIA (WGA en IVA) is een werknemersverzekering zonder vermogenstoets. UWV zet spaargeld, eigen vermogen en een erfenis in de lijst van wat je niet hoeft door te geven. Alleen inkomsten uit werk of andere uitkeringen worden verrekend.

Hoeveel spaargeld mag je hebben met een uitkering van UWV?

Er is geen maximum. Voor WIA, WW, Wajong, Ziektewet, WAO en IOW geldt geen vermogensgrens. Een grens is er wel als je naast je uitkering bijstand, AIO of een toeslag zoals huur- of zorgtoeslag ontvangt.

Hoeveel geld mag je op je rekening hebben met bijstand?

In 2026 € 8.000 als alleenstaande en € 16.000 als alleenstaande ouder of als stel samen, na aftrek van bewijsbare schulden. Wat je tijdens de bijstand van je uitkering spaart, telt niet mee. Overwaarde in je eigen woning blijft tot € 67.500 buiten beschouwing.

Moet ik een erfenis doorgeven aan UWV?

Nee, bij een WIA-, WW-, Wajong-, Ziektewet- of IOW-uitkering niet. Bij bijstand of AIO moet je een erfenis direct melden, en die telt vanaf de dag van overlijden mee als vermogen, ook als het geld later wordt uitbetaald.

Wat wordt er wel gekort op een WIA-uitkering?

Inkomsten uit werk: loon, winst als zelfstandige, betaalde klussen, commerciële verkopen, een stagevergoeding, een vrijwilligersvergoeding boven het maximum en (pre)pensioen uit werk dat je tijdens je uitkering deed. Bij de IVA wordt volgens de Wet WIA (artikel 52) 70% van je inkomen verrekend, bij de WGA hangt het van de fase af.

Telt spaargeld mee voor de Wajong?

Nee. De Wajong kent geen vermogenstoets en geen partnertoets. Alleen inkomsten uit werk en, bij de Wajong, al je (pre)pensioen worden verrekend.

Kan ik huurtoeslag krijgen naast een uitkering als ik spaargeld heb?

Alleen als je vermogen op 1 januari 2026 niet hoger was dan € 38.479 (met toeslagpartner samen € 76.958) en geen medebewoner meer dan € 38.479 had. Zat je op die datum erboven, dan krijg je het hele jaar geen huurtoeslag, welke uitkering je ook hebt.

Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk advies; bij twijfel over je eigen situatie kun je UWV, de SVB, je gemeente of een adviseur raadplegen.