Laatst bijgewerkt: 29 september 2026. Je dagloon bereken je door je sv-loon van één jaar te delen door 261, het gemiddelde aantal dagloondagen per jaar. Dat jaar heet de referteperiode en ligt vóór het moment dat je werkloos, ziek of met verlof ging. UWV gaat daarbij altijd uit van een volledige werkweek, ook als je parttime werkt. Is de uitkomst hoger dan het maximumdagloon van € 309,91 bruto per dag (vanaf 1 juli 2026), dan rekent UWV met dat maximum. Van je dagloon maak je een maandbedrag door te vermenigvuldigen met 21,75, en daarvan krijg je een percentage: bij de WW eerst 75% en daarna 70%, bij de Ziektewet meestal 70%, bij een IVA-uitkering 75% en bij zwangerschapsverlof 100%. Hieronder staat de berekening stap voor stap, met rekenvoorbeelden, de verschillen per uitkering en waar je je eigen cijfers controleert.
Wat is het dagloon precies?
Het dagloon is het loon dat je gemiddeld per dag verdiende in de periode vóór je uitkering. UWV gebruikt het als basis voor bijna alle uitkeringen die aan je loon gekoppeld zijn: de WW, de Ziektewet, de WIA (WGA en IVA), de WAO en de uitkeringen uit de Wet arbeid en zorg, zoals de zwangerschapsuitkering en de uitkering bij betaald ouderschapsverlof. Voor die vijf wetten geldt ook hetzelfde maximumdagloon.
Het dagloon is geen bedrag dat je zelf ergens ziet staan op je loonstrook. Het is een rekengetal. UWV rekent het uit met je sv-loon, het loon waarover je sociale verzekeringspremies hebt betaald. Dat sv-loon staat wel op je loonstrook, al heet het daar soms anders: “loon voor loonheffing”, “fiscaal loon”, “heffingsloon” of “loon werknemersverzekeringen” zijn gangbare namen. Tot het sv-loon horen onder meer je brutoloon, vakantiegeld, een eindejaarsuitkering of dertiende maand, ploegentoeslag, de bijtelling voor een auto van de zaak en een uitbetaald keuzebudget. Je pensioenpremie, onbelaste onkostenvergoedingen en een ontslagvergoeding horen er niet bij.
Belangrijk om vooraf te weten: het dagloon is altijd een brutobedrag, en UWV rekent met 261 dagen per jaar en 21,75 dagen per maand. Wie die twee getallen kent, snapt meteen waarom een parttimer een lager dagloon heeft dan zijn werkelijke dagsalaris, en waarom het maandbedrag toch klopt met wat je gemiddeld per maand verdiende.
Dagloon berekenen in vier stappen
UWV beschrijft de berekening in vier stappen: je sv-loon bepalen, uitrekenen hoe hoog dat sv-loon was in de referteperiode van 1 jaar, dat bedrag delen door 261, en de uitkomst is je dagloon. Omdat UWV bij de WW en de Ziektewet ook corrigeert voor vakantiegeld en eindejaarsuitkering, en dat in het WIA-voorbeeld ook doet, zetten we die correctie hieronder als aparte stap; de laatste stap van UWV (de uitkomst) valt bij ons samen met het delen door 261. Je kunt ze zelf nadoen met je loonstroken of met de loongegevens in Mijn UWV.
- Bepaal je sv-loon. Dat is het loon waarover je belasting en sociale premies betaalde. Je vindt het op je loonstrook of in Mijn UWV onder “Loongegevens”, waar het sv-loon van de afgelopen 5 jaar staat.
- Tel het sv-loon op over de referteperiode van 1 jaar. Wanneer dat jaar begint en eindigt, hangt af van de uitkering (zie de tabel verderop).
- Corrigeer voor vakantiegeld en een eindejaarsuitkering. Bij de WW en de Ziektewet, en in het WIA-rekenvoorbeeld van UWV, telt niet wat er toevallig in dat jaar is uitbetaald, maar wat je hebt opgebouwd.
- Deel het totaal door 261. De uitkomst is je dagloon, met als bovengrens het maximumdagloon.

Werkte je niet het hele jaar, bijvoorbeeld omdat je pas halverwege in dienst kwam? Dan deelt UWV niet door 261, maar door het aantal dagloondagen in de maanden waarover je werkgever loonaangifte deed. Een dagloondag is elke dag van de maand behalve zaterdag en zondag. Zo komt iemand die zes maanden werkte niet op een half zo hoog dagloon uit.
De referteperiode per uitkering
De referteperiode is het jaar waarover UWV je loon bekijkt. Het einde van dat jaar ligt bij de meeste uitkeringen niet vlak voor je eerste werkloze of zieke dag, maar een maand eerder. Werk je met loonperiodes van 4 weken, dan geldt het einde van de een-na-laatste volledige 4-wekenperiode in plaats van de maand; bij de WIA is dat het einde van de laatste volledige 4-wekenperiode vóór je eerste ziektedag.
| Uitkering | Referteperiode van 1 jaar eindigt op (UWV, 2026) |
|---|---|
| WW | De laatste dag van de een-na-laatste maand voordat je werkloos werd |
| Ziektewet | De laatste dag van de een-na-laatste maand vóór je eerste ziektedag |
| WIA (WGA en IVA) | De laatste dag van de maand vóór je eerste ziektedag |
| Zwangerschaps- en bevallingsuitkering, aanvullend geboorteverlof, betaald ouderschapsverlof | De laatste dag van de een-na-laatste maand vóór de eerste dag van het verlof |
| WAO | UWV gebruikt het sv-loon van vóór je WAO-uitkering |
Een voorbeeld: word je op 15 oktober werkloos, dan loopt je WW-referteperiode tot en met 31 augustus. Een loonsverhoging in september telt dan dus niet mee. Bij de WIA ligt het anders, omdat die pas na twee jaar ziekte begint: UWV kijkt naar het jaar vóór je eerste ziektedag, niet naar het jaar vóór de WIA-uitkering.
Vakantiegeld, dertiende maand en keuzebudget
Vakantiegeld en een dertiende maand worden vaak in één keer uitbetaald. Als UWV alleen zou kijken naar wat er in de referteperiode is betaald, zou je dagloon afhangen van toeval. Daarom rekent UWV bij de WW met gereserveerde loononderdelen in plaats van betaalde. Concreet haalt UWV het betaalde vakantiegeld en het betaalde arbeidsvoorwaardenbedrag (AVWB) van je sv-loon af en telt het opgebouwde vakantiegeld en AVWB er weer bij op. Onder het AVWB vallen de eindejaarsuitkering of dertiende maand en het Individueel Keuzebudget (IKB). Bij de Ziektewet werkt het hetzelfde; voor uitzendkrachten vallen daar ook toeslagen voor vakantiedagen, feestdagen en wachtdagencompensatie onder het AVWB.
UWV rekent dit zelf voor bij de WIA met het voorbeeld van Emma. Zij verdiende in haar referteperiode € 28.320 sv-loon. Er werd € 1.920 vakantiegeld en € 2.400 eindejaarsuitkering uitbetaald, terwijl ze € 1.920 vakantiegeld en € 2.700 aan arbeidsvoorwaardenbedrag had opgebouwd. De formule is (A min B plus C) gedeeld door D:
| Onderdeel (voorbeeld UWV) | Bedrag |
|---|---|
| A: sv-loon in de referteperiode | € 28.320 |
| B: uitbetaald vakantiegeld en AVWB (€ 1.920 + € 2.400) | € 4.320 |
| C: opgebouwd vakantiegeld en AVWB (€ 1.920 + € 2.700) | € 4.620 |
| D: dagloondagen | 261 |
| Dagloon: (€ 28.320 − € 4.320 + € 4.620) / 261 | € 109,66 |
Emma’s referteperiode liep van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, omdat ze op 12 januari 2023 arbeidsongeschikt werd. Door de indexering met het minimumloon was haar dagloon bij de start van haar WIA-uitkering op 9 januari 2025 inmiddels € 124,25. Dat laat zien dat een dagloon niet vastligt: het groeit mee met het minimumloon, ook al telt een loonsverhoging na de start van de uitkering niet mee.
Maximumdagloon in 2026
Het maximumdagloon is vanaf 1 juli 2026 € 309,91 bruto per dag. Het is inclusief vakantiegeld. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist twee keer per jaar, op 1 januari en 1 juli, of het wordt aangepast. Komt jouw berekende dagloon hoger uit, dan rekent UWV met € 309,91. Je werkgever mag de uitkering aanvullen, maar is dat niet verplicht.
| Maximum vanaf 1 juli 2026 (bruto) | Bedrag | Berekening |
|---|---|---|
| Maximumdagloon | € 309,91 per dag | UWV |
| Maximaal maandloon (WW en WIA) | € 6.740,54 per maand | € 309,91 × 21,75 |
| Maximale WW, eerste 2 maanden (75%) | € 5.055,41 per maand | € 6.740,54 × 0,75 |
| Maximale WW na 2 maanden (70%) | € 4.718,38 per maand | € 6.740,54 × 0,70 |
| Maximale IVA-uitkering (75%) | € 5.055,41 per maand | € 6.740,54 × 0,75 |
| Maximale Ziektewet-uitkering (70%) | € 216,94 per dag | € 309,91 × 0,70 |
| Maximale uitkering betaald ouderschapsverlof (70%) | € 216,94 per dag | € 309,91 × 0,70 |
Het maximumdagloon voor wie zich vrijwillig verzekert bij UWV is volgens UWV in 2026 ook € 309,91 per dag. De bedragen zijn bruto. Wat je netto krijgt, staat op je betaalspecificatie in Mijn UWV.
Het maximumdagloon stijgt elk half jaar mee met het minimumloon. Per 1 januari 2026 ging het van € 297,82 naar € 304,25 en per 1 juli 2026 van € 304,25 naar € 309,91, een stijging van 1,86%. Lopende uitkeringen in de WW, WIA, WAO, Ziektewet en IOW zijn per 1 juli 2026 met datzelfde percentage verhoogd.
| Geldig vanaf | Maximumdagloon (bruto) | Maximaal maandloon (× 21,75) |
|---|---|---|
| 1 juli 2026 | € 309,91 | € 6.740,54 |
| 1 januari 2026 | € 304,25 | € 6.617,44 |
| Tot en met 31 december 2025 | € 297,82 | € 6.477,59 |
Van dagloon naar uitkering: de percentages per regeling
Het dagloon zelf krijg je nooit uitbetaald. Je uitkering is een percentage ervan, en dat percentage verschilt per wet. Voor een bedrag per maand vermenigvuldigt UWV met 21,75, het gemiddelde aantal werkdagen per maand. Voor een bedrag per week is het 5 keer het dagbedrag, ook als je parttime werkte.
| Uitkering (2026) | Percentage | Grondslag | Bron |
|---|---|---|---|
| WW | 75% de eerste 2 maanden, daarna 70% | WW-maandloon (dagloon × 21,75) | UWV, Hoogte WW |
| Ziektewet | Meestal 70%, inclusief vakantiegeld | Dagloon | UWV, Hoogte Ziektewet |
| Ziektewet bij ziekte door zwangerschap, bevalling of orgaandonatie | 100% | Dagloon | UWV, Hoogte Ziektewet |
| WGA loongerelateerd | 75% de eerste 2 maanden, daarna 70% | WIA-maandloon | UWV, Hoogte WIA |
| IVA | 75% | WIA-maandloon | UWV, Hoogte WIA |
| Zwangerschaps- en bevallingsuitkering | 100% | Dagloon | UWV, Hoogte zwangerschapsuitkering |
| Aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof | 70% | Dagloon | UWV, Hoogte uitkering |

Twee uitzonderingen zijn goed om te kennen. De WGA-vervolguitkering rekent UWV niet met je WIA-maandloon maar met het minimumloon, behalve als je WIA-maandloon lager is dan het minimumloon. En krijg je een Ziektewet-uitkering terwijl je in de WW zat, dan is die 70% van je WW-dagloon inclusief 8% vakantiegeld; bij de WW zelf betaalt UWV het vakantiegeld apart uit in mei. Meer over de hoogte en duur per regeling lees je in onze artikelen over de Ziektewet-uitkering, de WGA-uitkering en de IVA-uitkering.
Rekenvoorbeelden: fulltime, parttime en boven het maximum
De voorbeelden hieronder zijn eigen rekensommen met de regels en percentages van UWV uit 2026. Ze gaan uit van iemand die het hele jaar werkte en bij wie het uitbetaalde vakantiegeld gelijk is aan het opgebouwde, zodat er geen correctie nodig is. Dit is algemene informatie, geen persoonlijk advies: je eigen dagloon staat in de beslissing van UWV.
Voorbeeld 1: fulltime met € 39.150 sv-loon
| Stap (rekenvoorbeeld 2026) | Berekening | Uitkomst (bruto) |
|---|---|---|
| Dagloon | € 39.150 / 261 | € 150,00 |
| Maandloon | € 150,00 × 21,75 | € 3.262,50 |
| WW eerste 2 maanden | 75% van € 3.262,50 | € 2.446,88 per maand |
| WW daarna | 70% van € 3.262,50 | € 2.283,75 per maand |
| Ziektewet | 70% van € 150,00, × 21,75 | € 105,00 per dag, € 2.283,75 per maand |
| IVA | 75% van € 3.262,50 | € 2.446,88 per maand |
| Zwangerschapsuitkering | 100% van € 150,00 | € 150,00 per dag |
| Betaald ouderschapsverlof | 70% van € 150,00, × 5 | € 105,00 per dag, € 525,00 per week |
Voorbeeld 2: parttime met € 24.000 sv-loon
Werk je bijvoorbeeld drie dagen per week en verdiende je in de referteperiode € 24.000 sv-loon, dan is je dagloon € 24.000 / 261 = € 91,95. Dat is veel minder dan wat je op een werkdag echt verdiende, omdat UWV rekent alsof je vijf dagen werkte. Maar het maandloon komt wel goed uit: € 91,95 × 21,75 is afgerond € 2.000,00, precies je gemiddelde sv-loon per maand (€ 24.000 / 12). Dat is geen toeval: 261 gedeeld door 21,75 is 12. UWV zegt het zelf ook: de wekelijkse uitkering is altijd 5 keer het dagloon, ook voor parttimers. Je WW is dan de eerste 2 maanden 75% van € 2.000,00, dus € 1.500,00 bruto per maand, en daarna 70%, dus € 1.400,00.
Voorbeeld 3: boven het maximum met € 95.000 sv-loon
Bij € 95.000 sv-loon zou het dagloon € 95.000 / 261 = € 363,98 zijn. Dat is meer dan het maximumdagloon, dus rekent UWV met € 309,91. Het maandloon wordt € 6.740,54 en de WW is de eerste 2 maanden € 5.055,41 bruto per maand, daarna € 4.718,38. Over het deel van je loon boven het maximum krijg je van UWV niets; je werkgever mag de uitkering aanvullen, maar is dat niet verplicht.
Situaties waarin je dagloon anders uitvalt
Minder loon door ziekte of verlof. Had je in de referteperiode een lager loon omdat je ziek was of ouderschapsverlof, zorgverlof of levensloopverlof had? Dan schuift de referteperiode niet op. UWV kijkt voor die periode naar het loon uit de loonperiode van 4 weken of 1 maand vóórdat je loon daalde.
Jonger dan 21 jaar. Is je dagloon lager dan het minimumjeugdloon voor je leeftijd, dan kan UWV het verhogen. Het minimumuurloon voor 21 jaar en ouder is vanaf 1 juli 2026 € 14,99 bruto.
Opnieuw werkloos na een slechter betaalde baan. Heb je een baan met een lager loon aangenomen en word je daarna opnieuw werkloos, dan kan het garantiedagloon gelden. UWV rekent dan met je oude inkomen. Je moet dan minimaal 1 jaar bij je eerdere werkgever hebben gewerkt. Daarnaast zitten er maximaal 54 weken tussen het einde van die baan en het einde van je laatste baan, of start je nieuwe WW binnen 1 jaar na het begin van je vorige WW. UWV controleert dit automatisch bij je nieuwe aanvraag.
WAO. Voor de WAO rekent UWV met het sv-loon dat je verdiende voordat je WAO kreeg. Hoe dat per arbeidsongeschiktheidsklasse uitpakt, staat in ons artikel over de WAO-uitkering.
Uitkering onder het sociaal minimum. Kom je met je uitkering onder het sociaal minimum, dan kun je misschien een toeslag van UWV krijgen. Voor een alleenstaande vanaf 21 jaar is dat minimum vanaf 1 juli 2026 € 76,75 bruto per dag of € 1.669,31 per maand.
Zo controleer je je dagloon en maak je bezwaar
Je dagloon staat in de beslissingsbrief van UWV. Omdat het op je loongegevens is gebaseerd, loont het om die gegevens na te kijken, liefst al voordat je een uitkering aanvraagt.
- Log in op Mijn UWV en open het kopje “Loongegevens”. Daar staat je sv-loon per periode van de afgelopen 5 jaar. Je kunt ze ook downloaden als pdf; dat heet een verzekeringsbericht.
- Leg ze naast je loonstroken van de maanden in je referteperiode. Let vooral op maanden zonder loonaangifte en op vakantiegeld en een dertiende maand.
- Klopt er iets niet? Geef de juiste gegevens door met het formulier Correctieverzoek op Mijn UWV.
- Ben je het niet eens met de beslissing? Maak bezwaar. Meestal moet UWV je bezwaar binnen 6 weken na de datum van de beslissingsbrief ontvangen; bij sommige beslissingen over de Ziektewet is dat 2 weken. Heb je meer tijd nodig, dan kun je binnen de termijn een voorlopig bezwaar (pro-formabezwaar) indienen.
Moet je nog een uitkering aanvragen, dan staat in ons overzicht uitkering aanvragen per regeling waar en wanneer je dat doet.
Veelgemaakte fouten bij het zelf uitrekenen
Je bruto jaarsalaris gebruiken in plaats van je sv-loon. Je sv-loon kan hoger zijn (door vakantiegeld, een dertiende maand of een bijtelling voor de auto) of lager (doordat pensioenpremie eraf gaat). Met je contractsalaris kom je dus op een ander bedrag uit dan UWV.
Delen door je werkelijke werkdagen. Een parttimer die door zijn eigen aantal werkdagen deelt, komt op een te hoog dagloon uit en verwacht een te hoge uitkering. UWV deelt door 261 (of, als je niet het hele jaar werkte, door de dagloondagen in de maanden met loonaangifte) en vermenigvuldigt met 21,75.
Rekenen met je laatste maandloon. Een loonsverhoging vlak voor je ontslag of ziekte valt vaak buiten de referteperiode, en een verhoging nadat je uitkering is ingegaan telt nooit mee. Wat wel meestijgt, is de indexering met het minimumloon in januari en juli.
Bruto voor netto aanzien. Alle bedragen in de berekening zijn bruto. UWV houdt loonheffing in en kan geen netto schatting geven, omdat die afhangt van je situatie. Hoe vakantiegeld belast wordt, lees je in belasting over vakantiegeld. Het nettobedrag zie je op je betaalspecificatie in Mijn UWV.
Denken dat de werkgever het tekort aanvult. Boven het maximumdagloon of bij 70% van je loon is aanvullen door je werkgever niet verplicht. Dat hangt af van je cao of arbeidsovereenkomst.
Wat verandert er in 2027 en daarna?
Op 1 januari 2027 besluit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opnieuw of het maximumdagloon wordt aangepast; dat gebeurt elk jaar op 1 januari en 1 juli. Ook het minimumloon wordt dan opnieuw vastgesteld, en daarmee stijgt een lopend dagloon via de indexering mee. De nieuwe bedragen voor 1 januari 2027 waren op 29 september 2026 nog niet gepubliceerd; de bedragen voor 1 januari 2026 maakte het ministerie op 10 december 2025 bekend. We werken dit artikel bij zodra ze er zijn. Tot die tijd rekent UWV met € 309,91.
Verlaging van het maximumdagloon gaat niet door. Het kabinet dat begin 2026 aantrad, wilde het maximumdagloon per 2029 met 20% verlagen. Daar ziet het van af: in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2027, gepresenteerd op Prinsjesdag (15 september 2026), staat dat de bezuiniging op het maximumdagloon van tafel is. Het terugdraaien kost vanaf 2029 zo’n € 670 tot € 706 miljoen per jaar extra aan WIA, WAO, Ziektewet, WW en verlofregelingen. Het maximum blijft dus gekoppeld aan het minimumloon en stijgt elk half jaar mee.
De WW-duur verandert wel, maar later. Het plan om de maximale duur van een WW-uitkering in te korten van 24 naar 12 maanden is in dezelfde begroting met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2029, samen met de daaraan gekoppelde hogere uitkering in de eerste twee maanden. Voor de berekening van je dagloon verandert daardoor niets; wel voor hoe lang je er straks een uitkering van krijgt.
Loopt je WW af en ben je een oudere werkloze, dan kan daarna misschien de IOW volgen. Wie daar recht op heeft, lees je in ons artikel over de IOW-uitkering.
Veelgestelde vragen over het dagloon
Hoe bereken ik mijn dagloon?
Tel je sv-loon op over de referteperiode van 1 jaar, corrigeer voor uitbetaald en opgebouwd vakantiegeld en eindejaarsuitkering, en deel het totaal door 261. Werkte je niet het hele jaar, deel dan door het aantal werkdagen in de maanden waarin je loon kreeg. Het maximum is € 309,91 per dag (UWV, vanaf 1 juli 2026).
Waarom deelt UWV door 261?
261 is volgens UWV het gemiddelde aantal dagloondagen in een jaar: alle dagen behalve zaterdagen en zondagen. UWV rekent daarmee alsof iedereen een volledige werkweek heeft, ook parttimers.
Hoe reken ik mijn dagloon om naar een maandbedrag?
Vermenigvuldig je dagloon met 21,75, het gemiddelde aantal werkdagen per maand dat UWV gebruikt. Bij de WW heet de uitkomst het WW-maandloon en bij de WIA het WIA-maandloon. Omgekeerd deel je een maandloon door 21,75 om op een dagloon te komen.
Wat is het verschil tussen sv-loon en dagloon?
Het sv-loon is het loon waarover je sociale verzekeringspremies betaalt en staat op je loonstrook. Het dagloon is het rekengetal dat UWV daarvan maakt: het sv-loon van een jaar, gecorrigeerd voor vakantiegeld en eindejaarsuitkering, gedeeld door 261.
Is het dagloon bruto of netto?
Bruto. UWV houdt op je uitkering loonheffing in en noemt vooraf geen nettobedrag, omdat dat per situatie verschilt. Het nettobedrag staat op je betaalspecificatie in Mijn UWV.
Telt een loonsverhoging na mijn ontslag of ziekmelding nog mee?
Nee. UWV houdt geen rekening met een hoger loon nadat de uitkering is ingegaan. Je dagloon stijgt wel mee als het minimumloon stijgt, in januari en juli van elk jaar.
Geldt het maximumdagloon ook voor zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof?
Ja. De Wet arbeid en zorg staat bij de vijf wetten waarvoor UWV het maximumdagloon gebruikt. De zwangerschapsuitkering is 100% van het dagloon en de uitkering bij betaald ouderschapsverlof 70%, dus maximaal € 309,91 en € 216,94 per dag vanaf 1 juli 2026.
Wordt het maximumdagloon verlaagd?
Nee, niet volgens de huidige plannen. Het kabinet wilde het maximumdagloon per 2029 met 20% verlagen, maar heeft dat plan in de SZW-begroting voor 2027 (Prinsjesdag 2026) teruggedraaid. Het maximum blijft € 309,91 per dag tot de volgende halfjaarlijkse aanpassing op 1 januari 2027.
Dit artikel is algemene informatie; bij twijfel over je eigen situatie kun je UWV of een adviseur raadplegen.

