Het vakantiegeld van de AOW is een vast bedrag per maand, geen 8% van je uitkering. Vanaf 1 juli 2026 bouw je als alleenstaande € 104,78 bruto per maand op en als gehuwde of samenwonende € 74,85 bruto per maand per persoon. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt het opgebouwde bedrag één keer per jaar uit, in mei, samen met de AOW van die maand. In 2026 was dat op 21 mei. Wie in mei 2026 een vol jaar AOW als alleenstaande had, kreeg bruto € 1.233,46; met loonheffingskorting bij SVB en zonder ander inkomen blijft daar netto ongeveer € 1.173 van over. Hieronder lees je hoe dat bedrag tot stand komt, wat SVB inhoudt en wat er in januari en juli verandert. Laatst bijgewerkt: 1 oktober 2026.
Hoeveel vakantiegeld krijg je bij de AOW in 2026?
SVB stelt het vakantiegeld twee keer per jaar opnieuw vast, in januari en juli, omdat het is afgeleid van het minimumloon. Het is een bedrag per maand dat je opbouwt voor elke maand waarin je AOW krijgt. De hoogte hangt af van je leefsituatie: het ongehuwdenpensioen (70% van het nettominimumloon) hoort bij een hoger vakantiegeld dan het gehuwdenpensioen (50%). De tabel toont de brutobedragen per maand in 2026 volgens de publicaties “Uitkeringsbedragen per 1 januari 2026” en “Uitkeringsbedragen per 1 juli 2026” van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de pagina Bedragen AOW van SVB.
| Leefsituatie (volledige AOW) | Bruto AOW per maand, 1 juli 2026 | Vakantiegeld per maand, 1 januari 2026 | Vakantiegeld per maand, 1 juli 2026 |
|---|---|---|---|
| Alleenstaand (ongehuwdenpensioen) | € 1.662,16 | € 106,55 | € 104,78 |
| Getrouwd of samenwonend, per persoon | € 1.139,39 | € 76,10 | € 74,85 |
| Gehuwd met volledige AOW-toeslag (partner nog geen AOW-leeftijd) | € 2.278,78 | € 152,20 | € 149,70 |
Opvallend: het vakantiegeld per maand is per 1 juli 2026 iets gedaald, met € 1,77 voor een alleenstaande en € 1,25 per persoon voor gehuwden, terwijl de AOW zelf steeg. Het ministerie legt dat zo uit: bij de indexatie van het minimumloon in juli komt een deel van het vakantiegeld boven het startpunt van de afbouw van de algemene heffingskorting uit, waardoor het netto referentieminimumloon inclusief vakantiegeld lager uitvalt. Het totaal van AOW plus vakantiegeld ging wel omhoog: voor een alleenstaande van € 1.744,12 naar € 1.766,94 per maand.
Het vakantiegeld is dus geen percentage. Gerekend over de bruto AOW van juli 2026 komt het neer op ongeveer 6,3% voor een alleenstaande en 6,6% voor gehuwden, en SVB schrijft zelf dat het “minder dan 8% van het bruto AOW-bedrag” is. Wie de 8% verwacht die werknemers volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag minimaal over hun loon krijgen, komt bij de AOW dus lager uit. Hoe de belasting over gewoon vakantiegeld werkt, lees je in hoeveel belasting betaal je over vakantiegeld.
Wanneer betaalt SVB het vakantiegeld uit?
De Algemene Ouderdomswet regelt dit in artikel 31: de vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald, in de maand mei, en omvat het vakantiegeld “waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei”. De uitbetaling in mei 2026 dekte dus mei 2025 tot en met april 2026, en de uitbetaling in mei 2027 dekt mei 2026 tot en met april 2027. Je hoeft er niets voor aan te vragen; de wet zegt dat het “zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld” wordt betaald, SVB doet het automatisch.
SVB maakt de AOW elke maand rond de 23e over. In 2026 zijn de betaaldagen 22 januari, 23 februari, 23 maart, 23 april, 21 mei (met vakantiegeld), 23 juni, 23 juli, 24 augustus, 23 september, 22 oktober, 23 november en 21 december. Hoe laat het geld op je rekening staat, hangt volgens SVB af van je bank. De betaaldag voor mei 2027 staat op het moment van schrijven nog niet op de SVB-site.
Rekenvoorbeeld: zo bereken je je bruto vakantiegeld
Omdat het maandbedrag in januari en juli verandert, tel je per maand het bedrag op dat in die maand gold. De brutobedragen per maand komen uit de halfjaarlijkse publicaties van het ministerie van SZW: voor een alleenstaande € 102,46 (1 januari 2025), € 100,39 (1 juli 2025), € 106,55 (1 januari 2026) en € 104,78 (1 juli 2026); voor gehuwden per persoon € 73,18, € 71,71, € 76,10 en € 74,85.
Uitbetaling mei 2026, alleenstaande met volledige AOW het hele jaar: mei en juni 2025 zijn 2 × € 102,46 = € 204,92, juli tot en met december 2025 zijn 6 × € 100,39 = € 602,34 en januari tot en met april 2026 zijn 4 × € 106,55 = € 426,20. Samen € 1.233,46 bruto. Voor een gehuwde of samenwonende is het per persoon 2 × € 73,18 + 6 × € 71,71 + 4 × € 76,10 = € 881,02 bruto; een echtpaar dat allebei volledige AOW heeft, kreeg dus samen € 1.762,04 bruto.

Uitbetaling mei 2027: van de twaalf maanden zijn er acht al bekend. Mei en juni 2026 tellen voor 2 × € 106,55 = € 213,10 en juli tot en met december 2026 voor 6 × € 104,78 = € 628,68, samen € 841,78 voor een alleenstaande (gehuwden per persoon: 2 × € 76,10 + 6 × € 74,85 = € 601,30). Voor januari tot en met april 2027 geldt het bedrag per 1 januari 2027, dat het ministerie van SZW rond 10 december 2026 publiceert. Blijft dat bedrag in de buurt van € 104,78, dan komt een alleenstaande in mei 2027 uit op ongeveer € 1.260 bruto; het precieze bedrag zie je in mei in Mijn SVB.
Kreeg je pas in de loop van het jaar AOW? Dan tel je alleen de maanden vanaf de maand waarin je AOW inging. Wie bijvoorbeeld in november 2025 AOW kreeg, bouwde tot en met april 2026 zes maanden op: 2 × € 100,39 + 4 × € 106,55 = € 626,98 bruto als alleenstaande. Deze berekening is algemene informatie op basis van de wettelijke maandbedragen, geen persoonlijk advies; het bedrag dat voor jou geldt staat onder Betalingen in Mijn SVB.
Netto vakantiegeld AOW: wat houdt SVB in?
SVB schrijft dat het netto vakantiegeld “bij iedereen anders” is en afhangt van je persoonlijke situatie, zoals samenwonen of alleen wonen en of je een volledige AOW hebt. Wat er van het brutobedrag overblijft, wordt bepaald door twee inhoudingen. Ten eerste de loonheffing (loonbelasting plus premie Anw en premie Wlz; AOW-premie betaal je niet meer). Vakantiegeld is een bijzondere beloning, dus SVB gebruikt daarvoor niet de maandtabel maar de groene tabel bijzondere beloningen van de Belastingdienst, met een percentage dat afhangt van je jaarloon van het vorige kalenderjaar bij SVB en van de vraag of SVB de loonheffingskorting toepast. Ten tweede de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) van 4,85%, die SVB volgens het Handboek Loonheffingen inhoudt op het loon van uitkeringsgerechtigden die de AOW-leeftijd hebben bereikt. De tabel geeft de percentages uit de groene tabel bijzondere beloningen 2026 voor mensen met de AOW-leeftijd die in 1946 of later zijn geboren.
| Jaarloon bij SVB (vorig jaar) | Zonder loonheffingskorting | Met loonheffingskorting, gehuwdenpensioen | Met loonheffingskorting, ongehuwdenpensioen (incl. alleenstaande-ouderenkorting) |
|---|---|---|---|
| Tot € 20.297 | 17,85% | 0,00% | 0,00% |
| € 20.297 tot € 23.323 | 17,85% | 17,85% | 0,00% |
| € 23.323 tot € 29.737 | 17,85% | 17,85% | 17,85% |
| € 29.737 tot € 38.884 | 17,85% | 17,85% + 3,20% | 17,85% + 3,20% |
| € 38.884 tot € 78.427 | 37,56% | 37,56% + 3,20% (van € 46.003 tot € 59.783: + 18,20%) | 37,56% + 3,20% (van € 46.003 tot € 59.783: + 18,20%) |
| Vanaf € 78.427 | 49,50% | 49,50% | 49,50% |
Voor de meeste mensen met alleen AOW pakt dat gunstig uit. Een alleenstaande met volledige AOW verdient bij SVB op jaarbasis ongeveer € 21.200 (twaalf maanden AOW plus vakantiegeld, op de bedragen van juli 2026). Past SVB de loonheffingskorting toe, inclusief de alleenstaande-ouderenkorting, dan valt dat in de kolom met 0% loonheffing. SVB houdt dan alleen de bijdrage Zvw in: 4,85% van € 1.233,46 is € 59,82, netto blijft € 1.173,64 over. Voor een gehuwde met alleen AOW (jaarloon bij SVB ruwweg € 14.500) geldt met loonheffingskorting ook 0% loonheffing: € 881,02 min € 42,73 Zvw is netto € 838,29 per persoon. Dat sluit aan bij de maandbedragen op de SVB-site, waar de loonheffing met loonheffingskorting ook € 0 is.
Heb je naast de AOW een aanvullend pensioen of loon, dan mag je de loonheffingskorting maar bij één inkomen laten toepassen. Laat je hem bij je pensioenfonds toepassen, dan houdt SVB in zonder loonheffingskorting: 17,85% loonheffing plus 4,85% Zvw. Van € 1.233,46 bruto blijft dan € 953,47 netto over (loonheffing € 220,17, Zvw € 59,82). De loonheffing is een voorheffing: wat je over een heel jaar aan belasting verschuldigd bent, wordt pas definitief bij de aangifte inkomstenbelasting. Is de loonheffingskorting op twee inkomens tegelijk toegepast, dan is er over het jaar minder ingehouden dan bij één inkomen en kan het zijn dat je bij de aangifte moet bijbetalen.
Alleenstaand, samenwonend of met AOW-toeslag: de verschillen
Welk vakantiegeld je krijgt, volgt uit welke AOW je krijgt. SVB kent een gehuwdenpensioen (50% van het nettominimumloon) en een ongehuwdenpensioen (70%). Getrouwd of geregistreerd partner en samenwonend: gehuwdenpensioen, dus € 74,85 per maand per persoon. Niet getrouwd en samenwonend met je partner, zonder andere volwassene op het adres: ook gehuwdenpensioen. Alleenwonend, of alleen met je eigen kinderen, vader of moeder: ongehuwdenpensioen, dus € 104,78 per maand. Iemand “woont bij je” volgens SVB als die persoon de meeste tijd in dezelfde woning woont en bepaalde ruimten met je deelt, ook zonder inschrijving op het adres.
Woont je partner in een verpleeghuis en woont er niemand anders van 18 jaar of ouder bij je, of woon je zelf in een verpleeghuis, dan mag je zelf kiezen tussen het gehuwden- en het ongehuwdenpensioen; SVB zegt er zelf niet bij welke keuze voordeliger is, omdat SVB je totale inkomen niet kent. Leef je duurzaam gescheiden en woont er niemand anders van 18 jaar of ouder bij je, dan krijg je een ongehuwdenpensioen. Verandert je situatie, geef dat dan op tijd door in Mijn SVB, zodat zowel je AOW als je vakantiegeld vanaf de juiste maand op het juiste bedrag staan. Meer over wanneer je voor de Belastingdienst als partners telt lees je in wanneer ben je fiscaal partner.
De AOW-toeslag voor een jongere partner is in 2015 afgeschaft voor nieuwe gevallen. Wie de toeslag vóór 2015 al had, houdt hem zolang aan de voorwaarden is voldaan. Met een volledige toeslag is het vakantiegeld € 149,70 bruto per maand, tweemaal het bedrag van een gehuwde. Is de toeslag gekort, dan is ook het vakantiegeld naar rato lager.
Onvolledige AOW, eerste jaar AOW en overlijden
Minder dan 100% AOW opgebouwd
Je bouwt per verzekerd jaar 2% AOW op, in de 50 jaar vóór je AOW-leeftijd. Wie jaren buiten Nederland heeft gewoond of gewerkt zonder verzekering, krijgt een lager percentage. De wet past dan op het vakantiegeld “een evenredige korting” toe. Bij 80% AOW is het vakantiegeld dus ook 80%: voor een alleenstaande 0,8 × € 104,78 = € 83,82 bruto per maand vanaf 1 juli 2026. De bedragen hierboven gaan steeds uit van een volledige AOW.
Het eerste jaar met AOW
Volgens artikel 28 van de AOW heb je over elke maand waarover je recht op AOW hebt ook recht op vakantiegeld, ook over de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt. SVB betaalt de AOW in die eerste maand gewoon rond de 23e. De eerste uitbetaling van vakantiegeld komt in de eerstvolgende mei en bevat alleen de maanden sinds de ingangsdatum, zoals in het rekenvoorbeeld hierboven. Ga je vanuit een uitkering naar de AOW, bijvoorbeeld vanuit de IOW of de WAO, dan begint de opbouw bij SVB in de maand waarin je AOW ingaat.
Bij overlijden
De AOW stopt op de dag na het overlijden. Het opgebouwde vakantiegeld, “vanaf mei tot en met de dag van overlijden”, betaalt SVB uit: woonde de overledene alleen, dan op het rekeningnummer van de overledene; woonde de overledene samen, dan aan de partner, samen met de overlijdensuitkering. Was de AOW van die maand al helemaal betaald, dan verrekent SVB het te veel betaalde deel met het vakantiegeld. Een partner die zelf AOW heeft, krijgt vanaf de maand van overlijden automatisch het bedrag voor een alleenstaande, en daarmee ook het hogere vakantiegeld per maand.
Zo regel en controleer je je AOW-vakantiegeld

- Aanvragen hoeft niet. Het vakantiegeld hoort bij je AOW en SVB betaalt het in mei automatisch, zonder aparte beslissing.
- Bekijk het bedrag in Mijn SVB. Onder Betalingen zie je vanaf mei je netto vakantiegeld en kun je het betaaloverzicht printen of als pdf opslaan. Op de pagina Vakantiegeld van SVB staat ook een rekenhulp die toont hoeveel bruto vakantiegeld je tot nu toe hebt opgebouwd.
- Kies waar de loonheffingskorting wordt toegepast. Heb je naast de AOW een pensioen of loon, dan mag de korting maar op één inkomen. Wijzigen doe je in Mijn SVB en tegelijk bij je andere inkomen, in dezelfde maand.
- Geef veranderingen in je woonsituatie op tijd door, zoals samenwonen, scheiden, verhuizen naar een zorginstelling of het overlijden van je partner. Ze bepalen of je het gehuwden- of het ongehuwdenbedrag krijgt.
- Bewaar de jaaropgave van SVB voor je aangifte inkomstenbelasting. Heb je meerdere inkomens, dan kan de Belastingdienst je volgens SVB helpen bij de keuze waar je de loonheffingskorting laat toepassen.
Veelgemaakte fouten en misverstanden
De meest gemaakte rekenfout is 8% nemen van de bruto AOW. Voor een alleenstaande zou dat op de AOW van juli 2026 ongeveer € 1.596 per jaar zijn, terwijl het werkelijke bruto vakantiegeld over mei 2025 tot en met april 2026 € 1.233,46 was. Een tweede misverstand is dat het bedrag van januari het hele jaar geldt; in juli 2026 daalde het maandbedrag juist met € 1,77 voor een alleenstaande, dus wie met € 106,55 doorrekent zit er over een heel jaar ruim € 10 naast.
Ook gaat het vaak mis met de loonheffingskorting. Staat die zowel bij SVB als bij het pensioenfonds aan, dan is de korting twee keer verrekend terwijl je er maar één keer recht op hebt, en kan er bij de aangifte een bedrag te betalen overblijven. Andersom, met de korting nergens toegepast, is er meer ingehouden dan nodig en krijg je dat pas na de aangifte terug. En wie het netto vakantiegeld vergelijkt met dat van een buurman met evenveel AOW, ziet soms verschillen die alleen door de loonheffingskorting of door een aanvullend pensioen komen. Wat SVB inhoudt is bovendien niet het laatste woord: bij een laag totaalinkomen kun je via de aangifte een deel terugkrijgen, bij een hoger totaalinkomen moet je soms bijbetalen. Twijfel je, dan kun je de Belastingdienst of een adviseur vragen om naar je situatie te kijken.
Woon je buiten Nederland, dan gelden voor de inhoudingen andere regels; SVB heeft daarvoor een aparte pagina. En let op de tijdlijn rond overlijden en verhuizing naar een zorginstelling: te veel betaalde AOW wordt met het vakantiegeld verrekend, en een eigen bijdrage Wlz kan op verzoek van het CAK op de AOW worden ingehouden.
Wat verandert er in 2027 en daarna?
Het maandbedrag per 1 januari 2027 is nog niet bekend. Het volgt uit de verhoging van het minimumloon per 1 januari 2027; het ministerie van SZW publiceert de nieuwe uitkeringsbedragen doorgaans rond 10 december, en SVB zet ze eind december op de pagina Bedragen AOW. De bedragen van januari tot en met april 2027 tellen mee in de uitbetaling van mei 2027. In de laatste twaalf maanden is geen wetsvoorstel ingediend dat de vakantie-uitkering in de AOW zelf (artikel 28 tot en met 31) wijzigt; de wettekst die per 1 juli 2026 geldt, is op dit punt ongewijzigd.
Op Prinsjesdag 2026 (15 september) kondigde het kabinet aan de belastingkorting voor ouderen, de ouderenkorting, in 2027 met € 100 te verlagen, naast een verlaging van de tarieven in de eerste en tweede schijf. Dit is een voornemen uit de begroting; het kabinet noemt het koopkrachtpakket “een technische invulling” en wil er nog met de Tweede Kamer over spreken, dus het kan nog wijzigen voordat de Kamer erover heeft besloten. Volgens de raming van het kabinet gaat een doorsnee oudere er in 2027 0,3% op vooruit. Een lagere ouderenkorting kan betekenen dat de loonheffing over de AOW en het vakantiegeld in 2027 iets anders uitvalt, ook al blijft het brutobedrag gelijk.
Twee plannen zijn juist van tafel. In een brief aan vakbonden en werkgevers van 26 mei 2026 schreef minister Vijlbrief dat het kabinet stopt met het voorgenomen wetsvoorstel om de AOW-leeftijd een-op-een aan de levensverwachting te koppelen; op Prinsjesdag 2026 is dat ook in de begroting vastgelegd. De AOW-leeftijd blijft daarmee volgens de bestaande systematiek lopen: 67 jaar voor wie geboren is van 1 maart 1957 tot en met 31 december 1960 en 67 jaar en 3 maanden voor wie geboren is van 1 januari 1961 tot en met 30 september 1964. Voor latere geboortejaren is de leeftijd nog niet definitief vastgesteld. Daarnaast ziet het kabinet af van de verlaging van het maximumdagloon voor UWV-uitkeringen, wat niet de AOW raakt maar wel de uitkeringen van mensen die nog niet de AOW-leeftijd hebben.
Voor AOW’ers met een laag inkomen en een hoge energierekening opent het kabinet deze winter het Noodfonds Energie, met € 193 miljoen beschikbaar. Dat staat los van het vakantiegeld, maar het is voor dezelfde groep vaak relevanter dan de paar euro verschil in het maandbedrag.
Veelgestelde vragen over vakantiegeld bij de AOW
Hoeveel is het vakantiegeld van de AOW in 2026?
Vanaf 1 juli 2026 is het € 104,78 bruto per maand voor een alleenstaande en € 74,85 bruto per maand per persoon voor gehuwden en samenwonenden, bij een volledige AOW. Van 1 januari tot en met 30 juni 2026 was het € 106,55 en € 76,10. Het bedrag dat je in mei krijgt, is de optelsom van twaalf maanden.
Wanneer wordt het AOW-vakantiegeld in 2026 uitbetaald?
Op 21 mei 2026, samen met de AOW van mei. SVB betaalt het vakantiegeld elk jaar in mei, over de twaalf maanden mei tot en met april daaraan voorafgaand. De betaaldag voor mei 2027 publiceert SVB op de pagina Betaling AOW.
Wat is het netto vakantiegeld van de AOW voor een alleenstaande?
Met alleen AOW en de loonheffingskorting bij SVB is de loonheffing over het vakantiegeld volgens de groene tabel bijzondere beloningen 2026 0% en houdt SVB alleen 4,85% bijdrage Zvw in. Over € 1.233,46 bruto (mei 2026) is dat € 59,82, netto € 1.173,64. Zonder loonheffingskorting bij SVB is het 17,85% plus 4,85%, netto € 953,47.
Krijg je ook vakantiegeld als je maar een deel van het jaar AOW had?
Ja. Over elke maand waarin je recht op AOW had, bouw je vakantiegeld op, ook over de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikte. In mei krijg je alleen de maanden sinds de ingangsdatum uitbetaald.
Waarom is het vakantiegeld per 1 juli 2026 lager dan in januari?
Volgens het ministerie van SZW komt bij de indexatie in juli een deel van het vakantiegeld boven het startpunt van de afbouw van de algemene heffingskorting uit. Daardoor valt het netto referentieminimumloon inclusief vakantiegeld lager uit en daalt het bruto vakantiegeld per maand, terwijl AOW plus vakantiegeld samen wel stijgen.
Moet ik het vakantiegeld van de AOW aanvragen?
Nee. De wet bepaalt dat SVB het vakantiegeld ambtshalve uitbetaalt, zonder aparte beschikking. Je ziet het in mei in Mijn SVB onder Betalingen.
Wat gebeurt er met het vakantiegeld als een AOW’er overlijdt?
SVB betaalt het vakantiegeld dat is opgebouwd vanaf mei tot en met de dag van overlijden uit, aan de partner of op de rekening van de overledene. Te veel betaalde AOW over die maand wordt ermee verrekend.
Dit artikel is algemene informatie; bij twijfel over je eigen situatie kun je SVB, de Belastingdienst of een adviseur raadplegen.

