Een bijvriendelijke tuin heeft drie dingen: bloemen van maart tot september, plekken om te nestelen (kale zandgrond, dood hout, holle stengels) en geen gif. Nederland telt 359 soorten wilde bijen; 181 daarvan staan op de Rode Lijst en zo’n 250 soorten nestelen in de grond, niet in een bijenhotel. Een paar tegels eruit doet dus meer dan een kastje aan de schutting. Laatst bijgewerkt: 30 september 2026.
Hieronder lees je welke planten wilde bijen en hommels helpen, hoe je nestplekken maakt, waar een bijenhotel aan moet voldoen en welke regels gelden als je zelf bijen wilt houden.
Waarom een bijvriendelijke tuin? De cijfers over wilde bijen
EIS Kenniscentrum Insecten schrijft op bestuivers.nl: “‘De’ wilde bij bestaat niet. Er zijn 359 verschillende soorten wilde bijen bekend uit Nederland, die elk een eigen verhaal hebben.” De honingbij van de imker is er maar één van. De meeste wilde bijen leven alleen: een vrouwtje bouwt zelf een nest, verzamelt stuifmeel voor haar larven en leeft als volwassen bij “meestal slechts enkele weken”.
Met veel soorten gaat het slecht. De Rode Lijst bijen uit 2018, opgesteld in opdracht van het ministerie van LNV en gepubliceerd in de Staatscourant, telt 181 soorten, 55% van alle beschouwde soorten. Van de 27 beschouwde hommelsoorten staan er 17 op de lijst, zeven zijn uit Nederland verdwenen. De Rijksoverheid noemt als grootste bedreiging “gebrek aan voedsel en nestgelegenheid”. Precies die twee dingen kun je in een tuin teruggeven.
| Rode Lijst bijen (2018, geldig in 2026) | Aantal soorten |
|---|---|
| Verdwenen uit Nederland | 46 |
| Ernstig bedreigd | 30 |
| Bedreigd | 42 |
| Kwetsbaar | 38 |
| Gevoelig | 25 |
| Totaal op de Rode Lijst | 181 (55%) |
| Thans niet bedreigd | 150 |
Bedreigde soorten zitten niet alleen in natuurgebieden; volgens EIS hoeft wie een bedreigde bij wil zien niet ver te fietsen. Bij de Nationale Bijentelling van 16 tot en met 20 april 2026 telden meer dan 2.200 deelnemers ruim 46.000 bijen en andere bestuivers, gemiddeld 21 per half uur; de rosse metselbij was de meest getelde wilde bij.
Wilde bij, hommel of honingbij: voor wie richt je de tuin in?
Een tuin die goed is voor de honingbij is niet automatisch goed voor wilde bijen. Milieu Centraal legt het verschil uit: “Honingbijen en hommels kunnen langere afstanden vliegen en hebben dus meer mogelijkheden om voedsel te vinden.” Wilde bijen daarentegen “hebben genoeg bloeiende planten nodig in de omgeving van hun nest, omdat ze niet ver vliegen”. Hoe dichtbij dat is, laat EIS zien met de knautiabij: het vrouwtje verzamelt alleen stuifmeel van beemdkroon, leeft 15 tot 25 dagen en heeft voor één nest minstens 12 beemdkroonplanten met zo’n 144 bloemen nodig. Bij groeiplaatsen van 50 of meer beemdkroonplanten was de soort in Zuid-Limburg in 90% van de gevallen aanwezig, bij 25 of minder in 30%. “Een maaibeurt midden in de bloeitijd zorgt er voor dat zij haar nest niet kan afmaken.”

Hommels hebben het extra moeilijk. Volgens de organisatoren van de Nationale Bijentelling is het aantal hommels in Nederland sinds 2018 met 40% afgenomen. Ecoloog Wouke Willemijn van Hees (Landschap Erfgoed Utrecht) zegt daarover: “Hommels zijn groot en hebben een lange tong, waardoor niet alle bloemen geschikt zijn. Kruiden zoals hondsdraf, longkruid en smeerwortel zijn super belangrijk voor ze, en juist zulke planten zien we steeds minder vaak in tuinen.” EIS bevestigt het tongverschil: een akkerhommel haalt nectar uit klavers met een lange nectarbuis, een aardhommel niet, en kleine bijtjes zie je vooral op schermbloemen en composieten waar de nectar niet diep zit.
Honingbijen worden verzorgd door imkers en hoef je niet te helpen. EIS waarschuwt zelfs: “In gebieden waar bijenkasten staan, komt de honingbij in grote aantallen voor. Dit kan de plaatselijke wilde bijenfauna in verdrukking brengen.” Een bijenkast is dus geen bijdrage aan de wilde bij; de regels daarvoor staan verderop.
Welke planten: een bloeiboog van het vroege voorjaar tot de nazomer
Volwassen wilde bijen verschijnen volgens EIS “van de vroege lente (maart) tot de vroege herfst (september)” en leven elk maar een paar weken. Er moet dus het hele seizoen iets bloeien; Milieu Centraal noemt dat een “bijenboog”. De tabel zet de planten die de bronnen zelf noemen bij elkaar.
| Groep (2026) | Planten die de bron noemt | Voor wie vooral | Bron |
|---|---|---|---|
| Vroege bloeiers | Sneeuwklokje, winterakoniet, krokus (kleine botanische bollen) | Vroeg vliegende soorten; krokus en sneeuwklokje zijn volgens de NBV “hele vroege bloeiers” | Milieu Centraal (sneeuwklokje, winterakoniet), NBV (krokus, sneeuwklokje) |
| Kruiden voor hommels | Hondsdraf, longkruid (gevlekt longkruid), smeerwortel | Hommels met lange tong | Nationale Bijentelling (IVN); gevlekt longkruid ook Milieu Centraal |
| Bijenlokkers voor de border | Beemdkroon, wild kattenkruid, herfstaster, muurpeper, betonie, slangenkruid, blauwe knoop, zonnebloem | Brede groep wilde bijen; beemdkroon is de enige stuifmeelbron van de knautiabij | IVN Nederland Zoemt, EIS |
| Kruidenhoek | Rozemarijn, tijm, wilde marjolein | Bijen en hommels, ook op een balkon | IVN Nederland Zoemt |
| “Onkruid” dat je laat staan | Paardenbloem, klaver, dovenetel, boterbloem, hondsdraf | “Bijen en andere bloembezoekers zijn dol op gewone stads- en bermplanten” | EIS |
| Inheemse bloemen | Gewone margriet, muskuskaasjeskruid, grasklokje, brem | Inheemse insecten die het moeilijk hebben | Milieu Centraal |
Zaaien hoeft niet per se. Bloemenmengsels inzaaien is volgens EIS goed bedoeld maar vaak onnodig: gewone stads- en bermplanten zijn al prima. Let wel op de vorm van de bloem. Enkelbloemige planten zijn goed bereikbaar; bij dubbelgevulde bloemen komt een bij niet bij de nectar.
Planten kopen: inheems, onbespoten en zonder misleidend bijtjeslogo
Inheemse planten zijn de beste keuze: ze komen van nature in Nederland voor en voeden ook de kieskeurige insecten die het moeilijk hebben. Uitheemse planten helpen vooral de soorten die toch al overal terechtkunnen. Of een plant een invasieve exoot is, check je via de Unie-lijst invasieve exoten of Tuin er niet in!.
Let bij de aankoop op gif. Zaden, bollen en planten kunnen behandeld zijn met bestrijdingsmiddelen, waaronder neonicotinoïden, en dat gif komt via nectar en stuifmeel bij de bij terecht. Kies daarom planten, bollen en zaden met het EU-biologisch- of Demeter-keurmerk. Een bijtjeslogo op het etiket is geen keurmerk en zegt niets over bijvriendelijkheid. Koop liever kleine planten, bollen of zaden dan grote exemplaren; hoe groter de plant, hoe groter de milieubelasting voordat hij in je tuin staat. Bestel je online bij een webshop die je niet kent, doe dan eerst de vijf checks uit ons artikel over veilig online betalen.
Nestplekken: de meeste wilde bijen nestelen in de grond
Dit ontbreekt in de meeste tuinen. Van de circa 360 Nederlandse bijensoorten nestelen er volgens EIS zo’n 250 in de grond en nog eens ongeveer 60 in dood hout of holle stengels. Grondnestelaars zoeken kale, spaarzaam begroeide plekken die veel zonnewarmte vangen. Een strak gazon met volle borders biedt dat niet.

Zo maak je nestplekken:
- Kale zandgrond op een zonnige plek. Haal een paar tegels weg zodat er open zand ligt waar zandbijen in kunnen graven. Vlakke grond groeit dicht; een steil randje of een hoopje zand blijft langer geschikt.
- Ruimte tussen tegels. Laat bij een paadje een halve centimeter tussen de tegels of klinkers; zandbijen nestelen in die voegen.
- Een schoteltje leem. Metselbijen sluiten hun nestgangen af met leem; een schoteltje in de zon is genoeg.
- Dood hout in de zon. Laat dode stammen en takken liggen; op zonnige plekken gebruiken bijen en graafwespen ze als nest.
- Holle en mergrijke stengels. Afgestorven stengels van braam, vlier en riet bevatten zacht merg dat behangersbijen, metselbijen en maskerbijen zelf uitknagen. Laat uitgebloeide stengels dus staan tot het voorjaar.
Een grondnest herken je volgens EIS aan “het hoopje grond er omheen”: geen schade, maar het teken dat je tuin werkt.
Een bijenhotel dat werkt (en welke niet)
Een bijenhotel is leuk om bijen van dichtbij te zien, maar het helpt maar een paar soorten, en dat zijn geen bedreigde: vooral metselbijen, behangersbijen en maskerbijen. Bovendien zijn er volgens EIS veel slechte bijenhotels in de handel. Waar een goed hotel aan voldoet:
| Onderdeel (eisen EIS en Milieu Centraal, 2026) | Goed | Fout |
|---|---|---|
| Diameter gangen | Variërend tussen 3 en 8 mm volgens EIS (Milieu Centraal houdt 2 tot 9 mm aan) | Kleinere of grotere gaten “trekken nauwelijks bijen” |
| Achterkant | Aan één kant dicht (niet doorboren; knoop in bamboe, of afsluiten met klei) | Open aan twee kanten |
| Materiaal | Hard hout (eiken, esdoorn, es, beuk); holle of mergrijke stengels van bamboe, riet, vlier, braam | Zacht hout (gangen niet glad), kunststof (schimmelt), steen of beton |
| Boorrichting | Dwars op de vezelrichting | Schijven van boomstammen: die scheuren snel |
| Plek | Zonnig, opening naar het zuiden, afdakje tegen regen | “Bijenhotels op het noorden of onder de bomen worden niet door bijen gebruikt” |
| Onderhoud | Nestblokken of stengels op tijd vervangen; EIS: na “een jaar of twee” minder geschikt door scheuren en schimmel | Jaren laten hangen zonder vervanging |
| Omgeving | Veel bloemen van het vroege voorjaar tot de nazomer | Een hotel zonder voedsel in de buurt |
Over de vervangtermijn verschillen de bronnen: EIS noemt “een jaar of twee”, Milieu Centraal “na drie of vier jaar”, met de tip: “Laat het wel nog een jaartje ergens anders in de tuin staan zodat eventuele larven nog kunnen ontsnappen.” Krijg je geen bezoek, dan staat het hotel volgens Milieu Centraal niet op de goede plek. Bijenexpert Leon Marshall (Naturalis): “met de tijd ga je meer bijen in je tuin zien. Als je tenminste ook nectarrijke bloemen hebt.”
Onderhoud: minder maaien, later snoeien en niet winterklaar maken
Een bijvriendelijke tuin vraagt minder werk; IVN Nederland Zoemt noemt het “lui tuinieren”. De regels:
- Maai minder en gefaseerd. Laat bij elke maaibeurt 15 tot 30% van het gras staan en maai het laatste deel pas in september, als de meeste bijen hun levenscyclus hebben voltooid. Dat is het advies van EIS aan terreinbeheerders en het werkt in een tuin net zo.
- Snoei in het voorjaar en buiten het broedseizoen, dat volgens Milieu Centraal loopt “van 15 maart tot 15 juli”; sommige bijen overwinteren in uitgebloeide stengels.
- Laat uitgebloeide planten en blad liggen tot het voorjaar; insecten overwinteren in de zaadstengels.
- Geen gif. Spuitbussen, korrels, mierenlokdozen, houtverf, vlooienbanden en vliegenvangers bevatten stoffen die ook bijen doden.
- Water. Een diepe schaal met water en een paar stenen die boven het water uitsteken is een veilige drinkplaats.
Zo regel je het: stappenplan voor het najaar
IVN Nederland Zoemt: “Het najaar is de perfecte periode om jouw tuin of balkon klaar te maken voor het nieuwe bijenseizoen.” Wie in oktober begint, heeft in het vroege voorjaar al bloemen voor de eerste sachembijen. De volgorde die uit de bronnen volgt:
- Kijk wat er al staat: welke inheemse planten spontaan opkomen (herkennen kan met de app iNaturalist) en waar zon en schaduw valt.
- Wip tegels. Haal een tegel weg en meet de zandlaag. Is de zandlaag dikker dan 10 cm voordat je bij tuinaarde komt, graaf hem dan af tot er maximaal 10 cm zand overblijft; anders groeit er weinig. Laat één zonnig stuk kaal zand liggen voor grondnestelaars. Gewipte tegels kun je opgeven bij het NK Tegelwippen (19 maart tot en met 31 oktober); de teller stond op 30 september 2026 op 23.298.226 tegels.
- Plant biologische bloembollen en vaste planten. Kies kleine botanische bollen zoals krokus en sneeuwklokje (volgens de NBV “uitstekende stuifmeelleveranciers”) en vaste planten uit de tabel hierboven, met een EU-biologisch- of Demeter-keurmerk.
- Maak of koop een bijenhotel volgens de eisen van EIS, en hang het op het zuiden onder een afdakje. Zet er een schoteltje leem bij.
- Maak de tuin niet winterklaar. Blad, stengels en dood hout blijven liggen tot het voorjaar.
- Vraag je gemeente naar hulp. Sommige gemeenten geven gratis zakjes zaad van wilde bloemen, subsidiëren een geveltuin of halen de tegels voor je huis weg. Wat jouw gemeente doet zie je in de Groenesubsidiewijzer op verbeterjehuis.nl.
Tel in april mee. De volgende Nationale Bijentelling is van 15 tot en met 19 april 2027, georganiseerd door Naturalis, LandschappenNL en IVN. Zo zie je of je tuin boven het gemiddelde van 21 bestuivers per half uur uit 2026 komt.
Wat kost het en wat levert het op?
De meeste maatregelen kosten niets: tegels eruit, onkruid laten staan, minder maaien, later snoeien, blad laten liggen. Geld gaat alleen naar bollen, planten en eventueel een bijenhotel; daar geven de bronnen geen vaste bedragen voor. Milieu Centraal raadt aan klein te beginnen of “stekjes of zaden met buren en vrienden” te ruilen.
De opbrengst is bestuiving. De Rijksoverheid: “Bestuiving is nodig voor meer dan 75% van de voedselgewassen, vooral groenten en fruit.” Met een fruitboom of moestuin merk je dat in de oogst. Een groene tuin houdt volgens het NK Tegelwippen bovendien de omgeving koeler op hete dagen.
Zelf bijen houden in je tuin: dit zijn de regels
Wil je een bijenkast met honingbijen, dan gelden er wel regels. De Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) schrijft: “De regels omtrent het houden van bijen in de bebouwde kom verschillen per gemeente. Deze zijn vastgelegd in de APV = Algemeen Plaatselijke Verordening. Informeer daarom bij jouw gemeente of raadpleeg de gemeentewebsite.” Daarnaast is er sinds 1 januari 2025 een landelijke registratieplicht. RVO: “Houdt u bijen of hommels? Dan moet u vanaf 1 januari 2025 de verblijfplaats van deze dieren registreren. … Het maakt niet uit of u ze als hobby of bedrijfsmatig houdt.” Je vraagt een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) aan via Mijn RVO met DigiD, voor de plek waar de volken op 1 februari staan. Voor 2026 kost een UBN € 23,02.
Voor de wilde bijen in je tuin heb je die kast niet nodig; EIS wijst juist op voedselconcurrentie met wilde soorten. Wie de wilde bij wil helpen, besteedt zijn geld beter aan bloemen en nestplekken.
Veelgemaakte fouten
- Alleen een bijenhotel ophangen. Het helpt een paar niet-bedreigde soorten; zo’n 250 soorten nestelen in de grond en hebben kaal zand nodig.
- Een bijenhotel op het noorden of onder een boom. Die worden niet gebruikt; bijen willen zon.
- Gaten van één maat, of doorgeboorde blokken. De gangen moeten 3 tot 8 mm zijn, gevarieerd, en aan één kant dicht.
- De tuin in oktober winterklaar maken. Stengels en blad zijn overwinteringsplekken; snoei in het voorjaar en buiten het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli.
- Gevulde bloemen kopen om het bijtjeslogo. Dubbelgevulde bloemen zijn slecht bereikbaar en een logo zegt volgens Milieu Centraal niets over bijvriendelijkheid.
Balkon, geveltuin en angst voor steken
Op een balkon passen bloemen en een bijenhotel, maar geen zandnesten; je helpt er vooral metselbijen, behangersbijen en maskerbijen en de hommels die verder vliegen. Voor een geveltuin op gemeentegrond check je volgens Milieu Centraal eerst de regels bij de gemeente. En wie bang is voor steken: hommels laten mensen volgens Milieu Centraal “meestal met rust, tenzij ze zich erg bedreigd voelen”, en “meestal zijn het wespen die ’s zomers overlast geven en heb je van bijen en zeker hommels geen last”.
Veelgestelde vragen over een bijvriendelijke tuin
Welke planten zijn het beste voor bijen in de tuin?
Inheemse, enkelbloemige planten die samen van maart tot september bloeien. IVN Nederland Zoemt noemt beemdkroon, wild kattenkruid, longkruid, herfstaster, muurpeper, betonie, slangenkruid, blauwe knoop en zonnebloem “echte bijenlokkers”; voor hommels zijn hondsdraf, longkruid en smeerwortel volgens de Nationale Bijentelling extra belangrijk.
Wanneer plant je een bijvriendelijke tuin?
In het najaar. IVN noemt dat “de perfecte periode” om bollen en vaste planten te zetten, zodat er in maart al iets bloeit voor de eerste sachembijen en hommels. Maak de tuin daarna niet winterklaar: stengels en blad blijven liggen tot het voorjaar.
Helpt een bijenhotel echt?
Een beetje, voor een paar soorten die niet bedreigd zijn (vooral metselbijen, behangersbijen en maskerbijen). Het werkt alleen met gangen van 3 tot 8 mm, aan één kant dicht, in hard hout of stengels, zonnig en op het zuiden opgehangen. Kaal zand voor de circa 250 grondnestelende soorten doet meer.
Hoeveel soorten bijen zijn er in Nederland en hoeveel zijn bedreigd?
EIS Kenniscentrum Insecten kent 359 soorten wilde bijen uit Nederland. Op de Rode Lijst van 2018 staan er 181, 55% van de soorten die voor de lijst zijn beoordeeld; 46 soorten zijn uit Nederland verdwenen. Van de 27 beschouwde hommelsoorten staan er 17 op de lijst.
Mag ik bijen houden in mijn tuin?
Dat hangt af van de APV van je gemeente, schrijft de Nederlandse Bijenhoudersvereniging; informeer bij de gemeente. Landelijk moet je sinds 1 januari 2025 de verblijfplaats van je volken registreren met een UBN bij RVO, ook als hobbyimker. In 2026 kost dat € 23,02 per UBN.
Krijg ik subsidie voor een bijvriendelijke tuin?
De pagina’s van Rijksoverheid en RVO over bestuivers noemen geen landelijke subsidie voor particuliere tuinen. Sommige gemeenten geven gratis zaden van wilde bloemen, halen tegels voor je gevel weg of subsidiëren een geveltuin, aldus Milieu Centraal. In de Groenesubsidiewijzer van Verbeterjehuis zie je wat jouw gemeente aanbiedt. Landelijke subsidie is er wel voor het huis zelf, zoals de ISDE voor isolatie; hoe dat werkt lees je in ons artikel over dak isoleren.

