Je WIA-uitkering berekenen begint bij je oude brutoloon: zonder werk krijg je per maand ongeveer 75% of 70% daarvan, plus in mei vakantiegeld. Bij de WGA-vervolguitkering is het een deel van het minimumloon. Verdiende je € 2.600 bruto per maand, dan krijg je in de IVA € 1.950 bruto en houd je met loonheffingskorting ongeveer € 1.513 netto over. Laatst bijgewerkt: 29 oktober 2026.
In de tabel staat wat je krijgt bij € 2.600 brutomaandloon: je loon per maand zonder vakantiegeld. Ook de uitkering staat er zonder vakantiegeld in, en zonder de verhogingen van je dagloon. Netto is met loonheffingskorting.
| Jouw uitkering | Bruto per maand | Netto per maand |
|---|---|---|
| IVA, en WGA de eerste 2 maanden (75%) | € 1.950 | ± € 1.513 |
| WGA vanaf maand 3 (70%) | € 1.820 | ± € 1.430 |
| WGA-vervolg bij 45 tot 55%, weinig of geen werk | € 817,95 | ± € 786 |
Het vakantiegeld krijg je daarnaast in mei. Verdiende je meer of minder, dan veranderen de bedragen mee. Na de loongerelateerde uitkering kan de WGA flink dalen: in dit voorbeeld van ± € 1.430 naar ± € 786 netto. De vervolguitkering volgt het minimumloon, behalve als je minder verdiende dan het minimumloon.
Krijg je je uitkering van UWV, dan houd je netto minder over dan in je tweede ziektejaar. Waarom dat zo is, lees je bij van bruto naar netto.
Werk je naast de WGA, dan hangt je uitkering af van wat je verdient; dat staat bij de WGA met of zonder werk. Zit je nog in je tweede ziektejaar, lees dan eerst wanneer je de WIA aanvraagt. Of de kabinetsplannen je uitkering raken, lees je bij wat er verandert in 2027 en daarna. Daar staat ook wat er verandert als je werkgever je uitkering uitbetaalt.
Welke WIA-uitkering krijg je?
Na twee jaar ziekte beoordeelt UWV hoeveel je nog kunt verdienen, vergeleken met je oude loon. Dat bepaalt welke uitkering je krijgt en welk percentage geldt. Kun je meer dan 65% van je oude loon verdienen, dan ben je minder dan 35% arbeidsongeschikt. Kun je 20% tot 65% verdienen, dan ben je 35 tot 80% arbeidsongeschikt.
| Jouw situatie | Wat geldt | Lees verder |
|---|---|---|
| Nog in je tweede ziektejaar | Aanvragen na de brief in week 88 | Wanneer aanvragen |
| Minder dan 35% arbeidsongeschikt | Geen WIA-uitkering | Bezwaar maken |
| (Bijna) niet meer werken, ook later niet | IVA: 75% van je oude brutoloon | Reken je IVA uit |
| Je kunt nu weinig, herstel is mogelijk | WGA 80-100: eerst 75%, daarna 70% | WGA 80-100 |
| 35 tot 80% arbeidsongeschikt | WGA: meestal eerst loongerelateerd, daarna loonaanvulling of vervolg | WGA met of zonder werk |
| Brutomaandloon boven ± € 6.240 | Er geldt een maximum | Het maximum |
| Huishouden onder het sociaal minimum | Mogelijk een toeslag van UWV | Toeslag aanvragen |
Wat het verschil tussen IVA en WGA precies is, lees je in onze artikelen over de IVA-uitkering en de WGA-uitkering. Welke WIA-uitkering jij krijgt, staat in je beslissingsbrief.
Dit regel je nu
- Nog in je tweede ziektejaar? In de 88e week krijg je een brief van UWV. Daarna heb je 6 weken om de WIA aan te vragen; de uiterlijke datum staat in de brief. Vraag je te laat aan, dan heb je misschien tijdelijk geen inkomen en kan UWV je uitkering (deels) weigeren.
- Is binnen 68 weken ziekte duidelijk dat je nooit meer kunt werken? Dan kun je na overleg met de bedrijfsarts of de verzekeringsarts de WIA eerder aanvragen. Dat kan maar 1 keer.
- Bij de aanvraag kies je of UWV loonheffingskorting toepast.
- Heb je je beslissingsbrief, zoek dan je bruto WIA-maandloon op en reken je uitkering uit.
- Controleer je eerste betaalspecificatie in Mijn UWV. Die staat er in 2026 meestal 6 tot 12 dagen voor de betaaldatum.
- Ben je het niet eens met de beslissing, bijvoorbeeld met je maandloon of je percentage? Maak dan bezwaar binnen 6 weken na de datum van de beslissingsbrief.
- Gaat je inkomen of je gezondheid veranderen? Geef dat zo snel mogelijk door aan UWV, uiterlijk binnen 1 week. Zo voorkom je dat je later moet terugbetalen.
- Kom je met je huishouden onder het sociaal minimum, vraag dan bij UWV een toeslag aan.
Zo reken je je WIA-uitkering uit
Bij een vast loon krijg je per maand 75% (IVA) of 70% (WGA vanaf maand 3) van je oude brutomaandloon. Daarbovenop bouw je 8% vakantiegeld op, dat UWV in mei betaalt.
Nog geen beslissingsbrief? Reken dan met je brutomaandloon van het jaar voordat je ziek werd, van je loonstrook of jaaropgaaf.
Rekenvoorbeeld: je verdiende € 2.600 bruto per maand plus 8% vakantiegeld. Alle bedragen in de tabel zijn bruto.
| Stap | Berekening | Uitkomst |
|---|---|---|
| IVA (75%) | 75% × € 2.600 | € 1.950 |
| WGA vanaf maand 3 (70%) | 70% × € 2.600 | € 1.820 |
| Vakantiegeld per maand opgebouwd (IVA) | 8% × € 1.950 | € 156 |
Heb je je beslissingsbrief? Reken dan met het WIA-maandloon uit je brief, dat is preciezer. Je WIA-maandloon is je loon per maand met vakantiegeld; in het voorbeeld € 2.808. Daar zit het vakantiegeld al in, dus deel je na de 75% of 70% nog door 1,08: € 2.808 × 75% ÷ 1,08 = € 1.950 bruto per maand in de IVA, hetzelfde bedrag.
Zo rekent UWV het precies uit met je WIA-maandloon
- Je WIA-maandloon is je gemiddelde loon in het jaar voordat je ziek werd, met het vakantiegeld dat je opbouwde. Bij een vast loon is dat ongeveer je brutomaandloon plus 8%. UWV rekent: jaarloon gedeeld door 261 is je dagloon, keer 21,75 is je WIA-maandloon. Staat er alleen een dagloon in je brief, vermenigvuldig dat dan met 21,75.
- Het percentage is 75% bij de IVA. Bij de loongerelateerde WGA-uitkering is het de eerste 2 maanden 75% en daarna 70%.
- Je maandbedrag: deel de uitkomst door 1,08. Het WIA-maandloon bevat vakantiegeld; dat deel betaalt UWV pas in mei. Voorbeeld: € 2.808 × 0,75 ÷ 1,08 = € 1.950.
UWV verhoogt het dagloon elk jaar in januari en juli mee met het minimumloon: per 1 januari 2026 met 2,16% en per 1 juli 2026 met 1,86%.
Ook een dertiende maand of eindejaarsuitkering telt mee. Hoe dat werkt, staat in ons artikel over het dagloon berekenen.
Geldt dit niet voor jou? Elke dag hulp of verzorging nodig
Ben je 80% of meer arbeidsongeschikt en heb je voor langere tijd elke dag hulp of verzorging nodig? Dan kan je uitkering naar 85% of 100% van je WIA-maandloon gaan. Dat vraag je aan met het wijzigingsformulier van je uitkering.
Van bruto naar netto: wat UWV inhoudt
UWV houdt loonheffing in: loonbelasting en premies volksverzekeringen. Daarvoor gebruikt UWV de groene loonbelastingtabel. Die tabel geeft je wel de algemene heffingskorting, maar geen arbeidskorting.
De bijdrage voor de zorgverzekering gaat er meestal niet af. Die betaalt UWV dan zelf als werkgeversheffing. Je eigen zorgpremie bij je verzekeraar betaal je wel gewoon.
“Korting” in de tabel is de loonheffingskorting. Is de uitkering je enige inkomen, kijk dan in de kolom met korting. Laat je de loonheffingskorting op je loon naast de uitkering toepassen, kijk dan in de kolom zonder korting. De bedragen zijn zonder vakantiegeld en gelden als je jonger bent dan de AOW-leeftijd.
| Bruto per maand | Netto met korting | Netto zonder korting |
|---|---|---|
| € 500 | ± € 500 | ± € 322 |
| € 750 | ± € 743 | ± € 483 |
| € 1.000 | ± € 902 | ± € 643 |
| € 1.250 | ± € 1.064 | ± € 804 |
| € 1.500 | ± € 1.224 | ± € 964 |
| € 1.750 | ± € 1.385 | ± € 1.126 |
| € 2.000 | ± € 1.545 | ± € 1.286 |
| € 2.250 | ± € 1.705 | ± € 1.446 |
| € 2.500 | ± € 1.866 | ± € 1.607 |
| € 3.000 | ± € 2.155 | ± € 1.929 |
| € 4.000 | ± € 2.720 | ± € 2.558 |
Als vuistregel: tussen € 1.000 en € 2.500 bruto houd je per € 250 extra ongeveer € 160 netto meer over, met en zonder korting. Precies zoek je het op in de groene maandtabel van de loonbelastingtabellen. Je betaalspecificatie kan een paar euro afwijken.
Valt je bedrag tussen € 1.000 en € 2.500 en tussen twee regels? Neem dan de regel met het lagere bedrag en tel er per € 100 ongeveer € 64 netto bij op. Bij € 2.062,50 bruto is dat € 1.545 plus ± € 40: ± € 1.585 netto met korting.
Waarom je netto minder overhoudt dan in je tweede ziektejaar
In je tweede ziektejaar betaalt je werkgever volgens de wet 70% van je loon door. Dat is loon, dus je krijgt arbeidskorting. Krijg je je WIA-uitkering van UWV, dan valt die korting weg.
Een voorbeeld bij € 2.600 loon, alles zonder vakantiegeld en met loonheffingskorting. In je tweede ziektejaar kreeg je € 1.820 bruto, ± € 1.767 netto. Als WGA-uitkering (70%) houd je van hetzelfde bruto ± € 1.430 over: ongeveer € 337 per maand minder. Dat verschil is de arbeidskorting die je werkgever verrekende.
In de IVA krijg je € 1.950 bruto en houd je ± € 1.513 over: ongeveer € 254 minder dan in je tweede ziektejaar. Kreeg je meer dan 70% door een cao, dan is het verschil groter.
Loonheffingskorting: één keer toepassen
Met de loonheffingskorting verrekent UWV je heffingskorting elke maand al met je uitkering. Bij je aanvraag vraagt UWV of het die korting moet toepassen. Is de uitkering je enige inkomen, dan doe je dat meestal wel.
Werk je ernaast? Laat de korting dan op één inkomen toepassen, meestal op je hoogste: je uitkering of je loon. Anders betaal je te weinig belasting en betaal je bij via je aangifte. Je wijzigt je keuze met het wijzigingsformulier van je uitkering; uitleg staat op de pagina loonheffingskorting van UWV.
WGA: loongerelateerd, loonaanvulling of vervolguitkering
De WGA-uitkering verandert in de loop van de tijd. Eerst krijg je de loongerelateerde uitkering. Daarna kijkt UWV hoeveel je verdient. Heb je de IVA, lees dan verder bij het maximum of het vakantiegeld.
Loongerelateerde uitkering: 3 maanden tot 2 jaar
Je krijgt de loongerelateerde uitkering als je in de 36 weken voor je eerste ziektedag minstens 26 weken werkte. Had je vóór je ziekte een WW-uitkering, dan krijg je hem ook. Geldt geen van beide, dan begin je meteen met de loonaanvulling of de vervolguitkering.
Hoe lang je de loongerelateerde uitkering krijgt, hangt af van je arbeidsverleden. Je krijgt hem minstens 3 maanden en hoogstens 2 jaar. De precieze einddatum staat in je beslissingsbrief.
Zo rekent UWV uit hoe lang je loongerelateerde uitkering duurt
Voor de eerste 10 jaren arbeidsverleden krijg je 1 maand per jaar. Een jaar telt mee als je in dat jaar over minstens 208 uur loon kreeg (van 1998 tot 2013: 52 dagen). Jaren vanaf je 18e tot 1998 tellen altijd mee.
Blijven er daarna jaren over, dan telt elk jaar tot en met 2015 voor 1 maand en elk jaar vanaf 2016 voor een halve maand. Het jaar waarin je uitkering begint, telt niet mee.
Kreeg je WW toen je ziek werd, dan gaat de tijd dat je WW kreeg van die duur af.
Werk je in deze periode, dan haalt UWV je inkomen van je WIA-maandloon af. Over het verschil krijg je hetzelfde percentage als wanneer je niet werkt.
Daarna: wat je verdient bepaalt het bedrag
Na de loongerelateerde uitkering hangt je uitkering af van wat je echt verdient. Bij de WIA-keuring bepaalt de arbeidsdeskundige hoeveel je nog kunt verdienen. Dat bedrag heet je restverdiencapaciteit, ook als je het niet verdient. UWV kijkt elke maand welke uitkering je krijgt.
De grens is de helft van je restverdiencapaciteit. Zo bepaalt UWV welke uitkering je krijgt:
- Je werkt niet, of je verdient minder dan de helft: vervolguitkering, een percentage van het minimumloon.
- Je verdient minstens de helft, maar minder dan je restverdiencapaciteit: loonaanvulling van 70% van het verschil tussen je WIA-maandloon en je restverdiencapaciteit. Wat je precies verdient, maakt dan niet uit. Je krijgt dan minstens de vervolguitkering bij jouw percentage, maar hoogstens 70% van het verschil tussen je WIA-maandloon en wat je verdient.
- Je verdient minstens je restverdiencapaciteit: loonaanvulling van 70% van het verschil tussen je WIA-maandloon en wat je verdient.
Een voorbeeld: je WIA-maandloon is € 2.808 en je restverdiencapaciteit € 1.400. Je bent 45 tot 55% arbeidsongeschikt. Verdien je € 1.000 in plaats van € 500, dan krijg je in totaal ± € 558 bruto per maand meer zonder vakantiegeld, of ruim € 600 met vakantiegeld.
Het rekenvoorbeeld stap voor stap, met vakantiegeld
In deze tabel is alles inclusief vakantiegeld, ook wat je verdient. UWV telt het vakantiegeld mee dat je over je loon opbouwt. Krijg je 8% vakantiegeld, reken dan met je brutoloon × 1,08. Je bruto maandbedrag is de uitkering gedeeld door 1,08.
Daarom staat de vervolguitkering hier op € 883,39. Dat is de € 817,95 uit de tabel per arbeidsongeschiktheidsklasse hieronder, plus 8% vakantiegeld.
| Je verdient | Uitkering | Totaal |
|---|---|---|
| € 500 | Vervolg € 883,39 | € 1.383,39 |
| € 1.000 | Loonaanvulling € 985,60 | € 1.985,60 |
| € 1.500 | Loonaanvulling € 915,60 | € 2.415,60 |
- Bij € 500 zit je onder de grens van € 700, de helft van € 1.400. Je krijgt de vervolguitkering van 35%.
- Bij € 1.000 rekent UWV met je restverdiencapaciteit: 70% van € 2.808 min € 1.400.
- Bij € 1.500 is de uitkering 70% van € 2.808 min € 1.500.
Met de rekenhulp van UWV reken je uit wat (meer) werken voor jouw totale inkomen betekent.
De vervolguitkering per arbeidsongeschiktheidsklasse
De vervolguitkering hangt af van hoe arbeidsongeschikt je bent. Per maand krijg je je percentage van het minimumloon van € 2.337 (sinds 1 juli 2026). Als er niets verandert, krijg je de vervolguitkering tot je AOW-leeftijd. De bedragen in de tabel zijn zonder vakantiegeld.
| Arbeidsongeschikt | Percentage | Per maand, bruto |
|---|---|---|
| 35 tot 45% | 28% | € 654,36 |
| 45 tot 55% | 35% | € 817,95 |
| 55 tot 65% | 42% | € 981,54 |
| 65 tot 80% | 50,75% | € 1.186,03 |
Verdiende je minder dan het minimumloon? Dan rekent UWV met je eigen WIA-maandloon in plaats van het minimumloon, en deel je die uitkomst door 1,08.
Ben je 80 tot 100% arbeidsongeschikt maar niet duurzaam (WGA 80-100)? Dan geldt na de loongerelateerde uitkering geen eis voor wat je verdient. Je krijgt een loonaanvulling van 70% van het verschil tussen je WIA-maandloon en wat je verdient. Verdien je niets, dan is dat 70% van je WIA-maandloon, net als vanaf maand 3 van de loongerelateerde uitkering, en ook hier deel je door 1,08.
Het maximum en de toeslag
Je dagloon kan niet hoger zijn dan het maximumdagloon van UWV: € 309,91 per dag sinds 1 juli 2026. Dat bedrag is inclusief vakantiegeld. Met de bedragen van 1 juli 2026 raakt het maximum je bij een brutomaandloon zonder vakantiegeld boven ongeveer € 6.240.
De tabel toont de hoogste uitkering per maand, zonder vakantiegeld. Netto is met loonheffingskorting. Met vakantiegeld is het maximum € 5.055 (IVA) en € 4.718 (WGA, 70%).
| Maximum per 1 juli 2026 | Bruto per maand | Netto per maand |
|---|---|---|
| IVA (75%) | € 4.681 | ± € 3.101 |
| WGA vanaf maand 3 (70%) | € 4.369 | ± € 2.927 |
Zo rekent UWV met het maximumdagloon
Het maximale WIA-maandloon is € 6.740,54. Het maximum raakt je als je dagloon, na de verhogingen in januari en juli, boven € 309,91 uitkomt. Met de bedragen van 1 juli 2026 is dat een jaarloon met vakantiegeld van ongeveer € 80.887.
Onder het sociaal minimum: toeslag van UWV
Ligt het bruto-inkomen van je huishouden onder het sociaal minimum, dan kun je bij UWV een toeslag aanvragen, online via Mijn UWV en tot een jaar terug. Die vult aan tot hoogstens het sociaal minimum. Voor een alleenstaande vanaf 21 jaar is dat € 76,75 bruto per dag, ongeveer € 1.669 per maand (1 juli 2026). Voor gehuwden en samenwoners is het € 107,45 per dag, ongeveer € 2.337 per maand.
De toeslag kan bij elke WIA-uitkering, ook tijdens de loongerelateerde uitkering. Over de toeslag krijg je ook 8% vakantiegeld. Verandert je inkomen of woonsituatie, geef dat dan meteen door.
Of spaargeld of een erfenis meetelt, lees je bij spaargeld en uitkering.
Geldt dit niet voor jou? Lager loon, woningdeler of partner na 1971
Verdiende je vóór je ziekte al minder dan het sociaal minimum, bijvoorbeeld door parttime werk? Dan vult UWV aan tot hoogstens dat lagere bruto-inkomen van vóór je ziekte.
Woon je met iemand van 27 jaar of ouder in één huis zonder dat jullie partners zijn? Dan geldt meestal het lagere bedrag voor woningdelers: € 49,94 per dag. Deze huisgenoten tellen daarbij niet mee:
- je huurder of verhuurder, als die geen naaste familie is;
- iemand met een eigen huurcontract bij dezelfde verhuurder;
- iemand met studiefinanciering.
Is je partner geboren na 31 december 1971? Dan krijg je geen toeslag, tenzij er een kind jonger dan 12 bij je woont.
Vakantiegeld en de septemberuitkering
UWV betaalt het vakantiegeld in mei, samen met je uitkering. Het is 8% van je bruto-uitkering over de maanden ervoor. In het rekenvoorbeeld van de IVA is dat € 1.872 bruto over een heel jaar.
Begon je uitkering later, dan krijg je in mei vakantiegeld over de maanden sinds je uitkering begon. Stopt je uitkering, dan krijg je het opgebouwde vakantiegeld uiterlijk 1 maand later.
Over vakantiegeld houdt UWV het bijzonder tarief in. Dat percentage is hoger dan op je gewone uitkering. Hoe het bijzonder tarief werkt, lees je bij belasting over vakantiegeld.
Had je op 1 juli recht op een WIA-uitkering en ben je minstens 35% arbeidsongeschikt? Dan krijg je in september ook de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten. In 2026 was dat € 226,28 netto, betaald met de uitkering van september.
Wat verandert er in 2027 en daarna?
Heb je al een WIA-uitkering (IVA of WGA), dan gaat je bedrag door de kabinetsplannen nu niet omlaag. Hieronder lees je welke plannen er waren en hoe ze er nu voor staan.
In het coalitieakkoord van januari 2026 stonden twee plannen voor de WIA. De IVA zou vanaf 2030 verdwijnen voor nieuwe aanvragers; wie al een IVA had, zou die houden. Het maximumdagloon zou per 2029 met 20% omlaag gaan. Daarnaast lag er een eerder plan om de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten af te schaffen.
- Maximumdagloon: het kabinet heeft besloten de verlaging terug te draaien. Dat staat in de toelichting bij de SZW-begroting 2027 van 15 september 2026. Het parlement moet die begroting nog goedkeuren. Bij de WIA zet het kabinet voorlopig geen onomkeerbare stappen.
- Tegemoetkoming arbeidsongeschikten: de SZW-begroting 2027 schoof de afschaffing eerst op van 2028 naar 2029. Twee weken later kondigde het kabinet in de Kamerbrief van 29 september 2026 aan het plan van de begroting te halen.
- IVA: in dezelfde Kamerbrief kondigde het kabinet aan ook het afschaffen van de IVA van de begroting te halen. Over de IVA wil het kabinet wel verder praten met vakbonden en werkgevers.
- Voorbehoud: levert het overleg met vakbonden en werkgevers te weinig op? Dan doet het kabinet komend voorjaar, of bij de begroting voor 2028, voorstellen om de besparingen alsnog te halen. Waar die besparingen dan vallen, laat het kabinet open.
- Bedragen: de nieuwe bedragen per 1 januari 2027 volgen meestal in december; die voor 2026 verschenen op 10 december 2025.
Betaalt je werkgever je uitkering uit?
Betaalt je werkgever je WIA-uitkering uit, samen met loon of een aanvulling? Dan mag hij vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskorting meer toepassen op je uitkering. Je houdt dan waarschijnlijk netto minder over; je werkgever kan uitrekenen hoeveel. Krijg je je uitkering rechtstreeks van UWV, dan verandert er niets.
Is je werkgever eigenrisicodrager voor de WGA, dan betaalt hij of zijn verzekeraar je WGA-uitkering. UWV bepaalt wel de soort, de hoogte en de duur.
Veelgestelde vragen
Wanneer betaalt UWV de WIA-uitkering?
UWV betaalt de uitkering achteraf. In 2026 zijn de betaaldata nog 23 november en 18 december. Je bank heeft daarna meestal nog 3 werkdagen nodig.
Hoe lang krijg je een WIA-uitkering?
Als er niets verandert, krijg je de IVA, de loonaanvulling en de vervolguitkering tot je AOW-leeftijd. De loongerelateerde WGA-uitkering duurt 3 maanden tot 2 jaar. Je uitkering kan eerder stoppen, bijvoorbeeld als je gezondheid beter wordt of als je meer gaat verdienen.
Telt werken naast de WIA mee?
Ja, UWV verrekent een deel van je inkomsten uit werk met je WIA-uitkering. Vaak wordt je uitkering lager, maar je totale inkomen stijgt meestal. Bij de WGA kan meer werken je uitkering ook verhogen. Voor de IVA staat het in ons artikel over de IVA-uitkering.
Stopt mijn WGA-uitkering meteen als ik meer kan verdienen?
Nee, niet meteen. Meer gaan verdienen verkort je loongerelateerde uitkering niet: die loopt tot de datum in je beslissingsbrief.
Kun je volgens de arbeidsdeskundige daarna meer dan 65% van je oude loon verdienen, maar verdien je minder? Dan stopt je uitkering na 2 maanden. Ga je echt meer dan 65% verdienen, dan stopt je WGA-uitkering 1 jaar na de dag dat je zoveel ging verdienen, maar niet vóór de einddatum van je loongerelateerde uitkering.
Kan mijn WGA-uitkering weer beginnen?
Ja, soms. Stopte je WGA-uitkering en word je binnen 5 jaar door dezelfde oorzaak weer minstens 35% arbeidsongeschikt? Dan kan je WGA-uitkering weer beginnen. Bij een andere oorzaak geldt een termijn van 4 weken.
Dit artikel is algemene informatie; bij twijfel over je eigen situatie kun je UWV raadplegen.

