Over spaargeld betaal je in 2026 belasting via box 3: 36% over het fictieve of werkelijke rendement op het vermogen dat uitkomt boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners).
Laatst bijgewerkt: augustus 2026
Belasting op sparen werkt anders dan veel mensen denken. Je betaalt niet een percentage van je saldo, maar een percentage over het rendement dat de Belastingdienst veronderstelt dat je haalt. Voor spaargeld is dat fictieve rendement in 2026 voorlopig vastgesteld op 1,28%. Wie alleen spaargeld heeft en alleenstaand is, betaalt over €100.000 spaargeld circa €187 aan belasting. Hieronder lees je hoeveel je belastingvrij mag sparen, hoe de berekening precies werkt, welke extra vrijstellingen bestaan en hoe je minder betaalt.
- 🟢 Heffingsvrij vermogen alleenstaand: €59.357 (geen belasting onder dit bedrag)
- 🟢 Heffingsvrij vermogen fiscale partners: €118.714 gezamenlijk
- 🟡 Fictief rendement spaargeld 2026: 1,28% (voorlopig)
- 🔴 Fictief rendement overige bezittingen: 6,00% (definitief)
- 🟡 Fictief rendement schulden: 2,70% (voorlopig)
- 🔴 Belastingtarief box 3: 36% over het rendement
- 🟡 Peildatum vermogen: 1 januari 2026
- 🟡 Schuldendrempel: €3.800 per persoon (€7.600 partners)
- 🟢 Vrijstelling contant geld: €672 per persoon (€1.344 partners)
- 🔴 Let op: het percentage voor spaargeld is voorlopig en wordt begin 2027 definitief vastgesteld

Peildatum 1 januari 2026 · fictief rendement en de tegenbewijsroute naast elkaar
Aandelen, crypto, tweede woning, vorderingen
Aftrekbaar boven de drempel van € 3.800
Rente + dividend + huur + koersresultaat over het hele jaar; mag negatief zijn
| Rendementsgrondslag (bezittingen − aftrekbare schuld) | € 0 |
| Belastbaar na heffingsvrij vermogen van € 59.357 | € 0 |
| Belasting via fictief rendement (36%) | € 0 |
| Effectieve druk op je bezittingen | — |
Bekijk de volledige rekenstappen
| Rendement spaargeld (1,28%) | € 0 |
| Rendement overige bezittingen (6,00%) | € 0 |
| Af: rendement aftrekbare schulden (2,70%) | € 0 |
| Belastbaar rendement | € 0 |
| Uw aandeel (belastbaar deel ÷ grondslag) | 0% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 0 |
| Belasting (36%) | € 0 |
Indicatieve berekening volgens de officiële systematiek van de Belastingdienst. Bij de tegenbewijsroute vervalt het heffingsvrij vermogen. Meer uitleg: fictief rendement · tegenbewijsregeling · werkelijk rendement berekenen. Geen advies; raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur.
Wat is belasting over spaargeld? De basis uitgelegd
De officiële naam is vermogensrendementsheffing. In de volksmond hoor je ook wel “spaartaks”, “box 3-heffing” of “vermogensbelasting spaargeld”. Al die termen verwijzen naar hetzelfde: de belasting die je betaalt in box 3 van de inkomstenbelasting.
Ook de begrippen belastingvrij sparen en heffingsvrij vermogen betekenen in de praktijk hetzelfde. “Heffingsvrij vermogen” is de officiële term van de Belastingdienst; “belastingvrij sparen” is de volksterm. Beide slaan op dezelfde drempel: het deel van je vermogen waarover geen belasting wordt geheven.
Belangrijk om te begrijpen: je betaalt geen belasting over je spaarsaldo zelf. De Belastingdienst belast het rendement dat je behaalt, of veronderstelt dat je behaalt, op je vermogen. Je spaarrekening-belasting is dus een heffing over de opbrengst, niet over het spaargeld als zodanig.
De Belastingdienst kijkt daarbij naar je nettovermogen: bezittingen minus aftrekbare schulden, gemeten op de peildatum 1 januari.
Wat telt mee als vermogen in box 3?
- Betaal- en spaarrekeningen en deposito’s
- Beleggingen, aandelen, obligaties en crypto
- Een tweede woning, vakantiewoning of verhuurd vastgoed
- Vorderingen (geld dat je hebt uitgeleend)
- Contant geld boven de vrijstelling
- Je aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren
Wat telt niet mee?
- Je eigen woning (die valt onder box 1)
- Je auto, inboedel en andere roerende zaken voor persoonlijk gebruik
- Pensioenvermogen opgebouwd via werkgever of lijfrente
- Erkende groene beleggingen tot de extra vrijstelling
- Belastingschulden of tegoeden bij de Belastingdienst zelf
De peildatum voor je vermogen is 1 januari 2026. Wat je op die datum bezit, telt mee voor de aangifte over belastingjaar 2026, ongeacht wat er de rest van het jaar met je saldo gebeurt. Meer achtergrond vind je in het artikel over box 3 in 2026: regels, tarieven en wijzigingen.
Hoeveel mag je belastingvrij sparen in 2026?
Als alleenstaande mag je in 2026 tot €59.357 aan nettovermogen hebben zonder ook maar een cent belasting te betalen. Fiscale partners mogen hun vrijstellingen optellen en komen samen uit op €118.714.
Let op: de vrijstelling geldt voor je totale vermogen in box 3. Spaarrekening, beleggingen en overig vermogen tellen bij elkaar op. Wie €50.000 spaart en €15.000 belegt, heeft samen €65.000 vermogen en betaalt belasting over €5.643.

Met een fiscale partner: verdelen mag je zelf
Ben je het hele jaar fiscale partner, of kies je er samen voor om zo behandeld te worden? Dan geldt de gezamenlijke vrijstelling van €118.714. Jullie mogen zelf bepalen hoe je het belastbare vermogen onderling verdeelt in de aangifte. Elke verdeling is toegestaan, zolang het totaal klopt. Fiscaal partnerschap geldt voor gehuwden, geregistreerde partners en samenwonenden die aan bepaalde voorwaarden voldoen. De precieze criteria lees je in het artikel over wanneer je fiscaal partner bent.
De drempel door de jaren heen (2017–2026)
De vrijstelling is de afgelopen tien jaar fors gestegen: van €25.000 in 2017 naar €59.357 in 2026, een toename van ruim 137%.
| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | €59.357 | €118.714 |
| 2025 | €57.684 | €115.368 |
| 2024 | €57.000 | €114.000 |
| 2023 | €57.000 | €114.000 |
| 2022 | €50.650 | €101.300 |
| 2021 | €50.000 | €100.000 |
| 2020 | €30.846 | €61.692 |
| 2019 | €30.360 | €60.720 |
| 2018 | €30.000 | €60.000 |
| 2017 | €25.000 | €50.000 |
Dat de grens jaarlijks iets omhoog gaat, betekent niet dat je er automatisch minder snel boven zit: spaarsaldi groeien door rente, erfenissen of schenkingen vaak harder dan de indexering.
Waarom je online twee verschillende bedragen tegenkomt
Zoek je op de drempel voor 2026, dan kom je soms €51.396 tegen in plaats van €59.357. Dat verschil heeft een concrete oorzaak.
Op Prinsjesdag 2025 stelde het kabinet in het Belastingplan 2026 voor om het heffingsvrij vermogen te verlagen van €57.684 naar €51.396 per persoon (€102.792 voor fiscale partners). De reden: de invoering van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement schoof op van 2027 naar 2028, wat een begrotingstekort van circa €2,55 miljard in 2027 opleverde. De verlaging moest dat gat mede dichten.
De Tweede Kamer heeft dat voorstel echter geschrapt. Het heffingsvrij vermogen ging daardoor juist omhoog, naar €59.357. Het verschil met het oorspronkelijke plan is bijna €8.000. Veel huishoudens met een spaarsaldo net boven de €51.000 zouden anders voor het eerst in de heffing zijn gevallen.
Ouder gepubliceerde pagina’s vermelden soms nog het oorspronkelijke voorstel. Het definitief vastgestelde bedrag voor 2026 is €59.357. Dit laat ook zien dat de drempel geen vast gegeven is, maar een politiek instrument dat jaarlijks kan worden bijgesteld.
Twee manieren om de belasting te berekenen
In 2026 geldt nog het overgangsrecht dat volgde op het kerstarrest van de Hoge Raad uit december 2021. De Hoge Raad oordeelde toen dat de toenmalige box 3-systematiek in strijd was met Europees eigendomsrecht voor belastingplichtigen wier werkelijke rendement lager lag dan het fictieve rendement. Sindsdien bestaan er twee methoden: het fictieve rendement en het werkelijke rendement via de tegenbewijsregeling.
Methode 1: fictief rendement (forfaitaire methode)
Bij het fictieve rendement gaat de Belastingdienst uit van een verondersteld rendement. Het maakt niet uit of je daadwerkelijk meer of minder rente hebt ontvangen. De Belastingdienst rekent met een vast percentage per vermogenscategorie.
| Vermogenscategorie | Fictief rendement 2026 | Status |
|---|---|---|
| Spaargeld en banktegoeden | 1,28% | Voorlopig |
| Overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, crypto) | 6,00% | Definitief |
| Schulden (aftrekbaar) | 2,70% | Voorlopig |
De percentages voor spaargeld en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke marktrentes over 2026. De eindafrekening kan daardoor iets hoger of lager uitvallen dan de voorlopige aanslag. Meer uitleg vind je in het artikel over het fictief rendement in box 3.
Zo werkt de berekening stap voor stap, voor een alleenstaande met €100.000 spaargeld:
- Spaarsaldo: €100.000
- Heffingsvrij vermogen: €59.357
- Belastbaar vermogen: €40.643
- Fictief rendement (1,28%): €520,23
- Belasting (36% over €520,23): ±€187
Niet veel, voor wie alleen spaargeld heeft. Dat verandert zodra er beleggingen of een tweede woning bij komen, want het fictieve rendement op die categorieën ligt met 6,00% flink hoger.

Methode 2: werkelijk rendement (tegenbewijsregeling)
Ligt jouw werkelijke rendement lager dan het fictieve, dan kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Je geeft dan op wat je daadwerkelijk hebt verdiend met je vermogen. Belangrijk: dit gebeurt niet automatisch. Je moet het zelf aanvragen via het formulier “Opgaaf Werkelijk Rendement” bij de aangifte.
Wat telt mee als werkelijk rendement?
- Rente op je spaarrekening of deposito
- Ontvangen dividend op aandelen
- Koerswinsten op beleggingen, ook als je ze nog niet hebt verkocht (ongerealiseerde winst)
- Huurinkomsten uit een verhuurd pand
- Waardestijging van een tweede woning
Dat punt over ongerealiseerde winst verdient nadruk. Ongerealiseerde koerswinst telt mee. Wie aandelen bezit die in waarde zijn gestegen maar nog niet heeft verkocht, betaalt toch belasting over die waardestijging. Voor beleggers in een stijgende markt is dat een vaak over het hoofd gezien nadeel.
Er is nog een cruciaal verschil dat veel mensen missen: bij de tegenbewijsregeling geldt geen heffingsvrij vermogen. Je rekent dan over je volledige werkelijke rendement, zonder de vrijstelling van €59.357 af te trekken. Dat maakt de afweging minder vanzelfsprekend dan hij lijkt.
Wanneer is werkelijk rendement voordeliger? Grofweg wanneer je daadwerkelijke opbrengst duidelijk lager lag dan het forfait, bijvoorbeeld bij een spaarrente onder 1,28% of bij beleggingen die in waarde daalden. Was je rendement juist hoger, dan pakt het fictieve systeem gunstiger uit. Reken beide varianten door voordat je kiest, bijvoorbeeld met de rekentool bovenaan dit artikel. Zie ook de uitleg over werkelijk rendement in box 3 en het stappenplan om het te berekenen.
Concrete rekenvoorbeelden bij verschillende spaarbedragen
Onderstaande tabel toont de belasting bij verschillende spaarsaldi. Alle voorbeelden gaan uit van een alleenstaande met uitsluitend spaargeld en de fictieve-rendementsberekening op peildatum 1 januari 2026. Bedragen zijn indicatief, omdat het definitieve percentage pas later wordt vastgesteld.
| Spaarsaldo | Belastbaar vermogen | Fictief rendement (1,28%) | Belasting (36%) |
|---|---|---|---|
| €59.357 of minder | €0 | €0 | €0 |
| €75.000 | €15.643 | ±€200 | ±€72 |
| €100.000 | €40.643 | ±€520 | ±€187 |
| €150.000 | €90.643 | ±€1.160 | ±€418 |
| €200.000 | €140.643 | ±€1.800 | ±€648 |
| €300.000 | €240.643 | ±€3.080 | ±€1.109 |
Spaargeld wordt in box 3 relatief laag belast door het lage fictieve rendement van 1,28%, zeker vergeleken met de 6,00% die geldt voor beleggingen en overige bezittingen.
Rekenvoorbeeld met gemengd vermogen
Stel: je hebt €50.000 spaargeld en €25.000 beleggingen. Totaal vermogen: €75.000. Je bent alleenstaand.
- Totaal vermogen: €75.000
- Heffingsvrij vermogen: €59.357
- Belastbaar vermogen: €15.643
- Verdeling naar verhouding: 67% spaargeld (±€10.481) en 33% beleggingen (±€5.162)
- Fictief rendement spaargeld (1,28% over €10.481): ±€134
- Fictief rendement beleggingen (6,00% over €5.162): ±€310
- Totaal fictief rendement: ±€444
- Belasting (36%): ±€160
Ter vergelijking: bij €75.000 puur spaargeld betaal je ±€72. Dat verschil van ±€88 laat zien hoe het hogere fictieve rendement op beleggingen direct doorwerkt.
Rekenvoorbeeld met een schuld
Stel: €100.000 spaargeld en een persoonlijke lening van €20.000. Je bent alleenstaand.
- Aftrekbare schuld na drempel: €20.000 − €3.800 = €16.200
- Rendementsgrondslag: €100.000 − €16.200 = €83.800
- Minus heffingsvrij vermogen: €83.800 − €59.357 = €24.443 belastbaar
- Fictief rendement (1,28%): ±€313
- Belasting (36%): ±€113

Extra vrijstellingen naast het heffingsvrij vermogen
De drempel van €59.357 is niet de enige vrijstelling in box 3.
| Vrijstelling | Bedrag 2026 (per persoon) | Voorwaarden |
|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen | €59.357 | Standaard, peildatum 1 januari |
| Groene beleggingen | €26.715 | Erkend groen fonds, bovenop de hoofddrempel |
| Contant geld | €672 | Standaard, automatisch |
| Schuldendrempel | €3.800 | Alleen schulden bóven dit bedrag zijn aftrekbaar |
Groene beleggingen: wie belegt in door de overheid erkende groene fondsen krijgt in 2026 een extra vrijstelling van €26.715 per persoon (€53.430 voor fiscale partners), bovenop het gewone heffingsvrij vermogen. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,1% over het vrijgestelde groene vermogen. Let op: deze regeling wordt afgebouwd. In 2027 daalt de vrijstelling naar €200 (€400 voor partners) en per 2028 verdwijnt zij helemaal, net als de heffingskorting. Groen beleggen als fiscale strategie heeft dus een beperkte houdbaarheid.
Contant geld: geld in een kluisje of envelop telt in principe mee, maar er geldt een vrijstelling van €672 per persoon (€1.344 voor partners). Alleen wat daarboven uitkomt, geef je op.
Kapitaalverzekering eigen woning: een KEW, SEW of BEW is onder voorwaarden vrijgesteld van box 3 tot een bepaald maximum, omdat deze producten aan de eigen woning gekoppeld zijn.
Roerende zaken voor persoonlijk gebruik: je auto, boot, kunst en inboedel tellen niet mee, zolang je ze niet verhuurt of als belegging aanhoudt.
Hoe betaal je minder belasting over spaargeld?
Er zijn meerdere legale manieren om je belastingdruk in box 3 te verlagen.
Fiscaal partnerschap optimaal gebruiken
Fiscale partners mogen hun heffingsvrije vermogens optellen tot €118.714 en het belastbare vermogen vrij verdelen via de aangifte. Wijs het belastbare deel toe aan de partner bij wie dat het gunstigst uitpakt. Wie vóór 31 december geregistreerd partner of gehuwd is, kan kiezen om het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd.
Vermogen verschuiven naar box 1 via lijfrente
Geld dat je inlegt in een lijfrenteverzekering of lijfrente-bankspaarrekening telt niet mee als box 3-vermogen; het staat in box 1 als toekomstig inkomen. Door je jaarruimte te benutten verlaag je structureel je box 3-grondslag. Houd er wel rekening mee dat je pas bij uitkering over dat geld kunt beschikken.
Schulden aflossen vóór de peildatum
Aflossen op een consumptief krediet of persoonlijke lening verlaagt je vermogen op 1 januari. Door de schuldendrempel van €3.800 per persoon hebben kleine schulden weinig effect; bij grotere schulden is de impact groter.
Schenken vóór de peildatum
Schenken verlaagt je vermogen op 1 januari. In 2026 mag je jaarlijks €6.908 belastingvrij aan een kind schenken en €2.769 aan anderen, met daarnaast een eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar. Schenk je vóór 31 december, dan is je vermogen op de peildatum lager. Bedenk wel dat het bedrag bij de ontvanger juist meetelt en effect kan hebben op diens belasting- of toeslagpositie. Alle regels en bedragen staan in het artikel over belastingvrij schenken.
Peildatumarbitrage: let op de anti-misbruikregels
Omdat het vermogen wordt gemeten op 1 januari, overwegen sommige mensen hun saldo tijdelijk te verlagen vlak voor die datum. De Belastingdienst let hierop via anti-misbruikregels: vermogensverschuivingen die geen economisch doel dienen maar uitsluitend belasting beogen te ontwijken, kunnen worden gecorrigeerd. Een echte schenking aan een kind heeft wél een legitiem doel; geld tijdelijk wegzetten en in februari terughalen niet.
Let op: toeslagen kennen hun eigen vermogensgrenzen
Een veelgemaakte denkfout: wie onder de box 3-vrijstelling blijft, zou automatisch recht hebben op toeslagen. Dat klopt niet. Toeslagen hanteren eigen vermogensgrenzen, die flink kunnen afwijken van het heffingsvrij vermogen.
| Toeslag | Vermogensgrens 2026 (alleenstaand) | Vermogensgrens 2026 (partners) |
|---|---|---|
| Huurtoeslag | circa €38.479 | circa €76.958 |
| Zorgtoeslag | circa €146.011 | circa €184.633 |
| Kindgebonden budget | circa €146.011 | circa €184.633 |
De grens voor huurtoeslag ligt met circa €38.479 ruim onder het heffingsvrij vermogen van €59.357. Je kunt dus volledig vrijgesteld zijn van box 3-belasting en tóch je huurtoeslag verliezen. Dat is een praktisch verschil dat veel huishoudens te laat ontdekken. Controleer de actuele grenzen altijd via Belastingdienst.nl, want deze bedragen worden jaarlijks bijgesteld.
Wanneer en hoe betaal je de belasting?
De Belastingdienst meet je vermogen op 1 januari 2026, maar de daadwerkelijke afrekening volgt later. De belasting over 2026 verwerk je in de aangifte inkomstenbelasting over 2026, die je doet in het voorjaar van 2027.
De Belastingdienst vult een groot deel voor via de Vooraf Ingevulde Aangifte: saldi bij Nederlandse banken worden automatisch doorgegeven. Controleer die gegevens altijd zelf, want ontbrekende vermogensbestanddelen zoals buitenlandse rekeningen of crypto moet je zelf aanvullen.
Ontvang je een voorlopige aanslag, dan betaal je al gedurende 2026 een geschat bedrag. Omdat het fictieve rendement op spaargeld (1,28%) voorlopig is, kan de definitieve aanslag afwijken. Nabetaling of teruggave is mogelijk.
Wat verandert er in 2027 en 2028?
Het huidige stelsel van fictieve rendementen is tijdelijk. De overheid werkt aan een nieuw box 3-stelsel dat volledig is gebaseerd op werkelijk rendement. De invoering is meerdere keren uitgesteld en staat nu gepland voor 2028.
In het nieuwe stelsel betaal je belasting over wat je werkelijk verdient: rente, dividend, huurinkomsten én waardeveranderingen. Voor spaarders met weinig rendement kan dat gunstig uitpakken; voor beleggers met hoge rendementen wordt de druk mogelijk zwaarder. Ook de vrijstelling voor groene beleggingen verdwijnt per 2028.
Tot die tijd blijft het forfaitaire stelsel gelden, met jaarlijks bijgestelde percentages en drempels. Zoals het geschrapte verlagingsvoorstel voor 2026 liet zien, kan politieke besluitvorming die bedragen op elk moment beïnvloeden. Controleer de drempel daarom jaarlijks.
Veelgestelde vragen over belasting over spaargeld
Hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026 zonder belasting te betalen?
Als alleenstaande is de grens €59.357 aan nettovermogen op 1 januari 2026. Fiscale partners mogen gezamenlijk tot €118.714 hebben. Deze vrijstelling geldt voor je totale box 3-vermogen: spaargeld plus beleggingen plus overig vermogen bij elkaar opgeteld, minus aftrekbare schulden.
Wat is het verschil tussen belastingvrij sparen en het heffingsvrij vermogen?
Niets: het zijn twee termen voor dezelfde drempel. “Heffingsvrij vermogen” is de officiële term van de Belastingdienst, “belastingvrij sparen” de volksterm. Beide staan voor het deel van je vermogen waarover je geen box 3-belasting betaalt, in 2026 dus €59.357 per persoon.
Is de belastingvrije som hetzelfde als het heffingsvrij vermogen?
Nee, dat is een veelgemaakte verwarring. De belastingvrije som hoort bij box 1 en heeft betrekking op je inkomen uit werk en woning. Het heffingsvrij vermogen is het box 3-equivalent en gaat over je vermogen. Ze slaan op totaal verschillende belastingcategorieën.
Hoeveel belasting betaal je over €300.000 spaargeld in 2026?
Bij €300.000 spaargeld als alleenstaande is het belastbare vermogen €240.643. Het fictieve rendement van 1,28% bedraagt circa €3.080, en de belasting (36%) komt uit op ±€1.109. Dit bedrag is indicatief, omdat het definitieve percentage voor spaargeld pas begin 2027 wordt vastgesteld.
Vervalt het heffingsvrij vermogen bij de tegenbewijsregeling?
Ja. Kies je ervoor om je werkelijke rendement op te geven, dan bereken je de belasting over je volledige werkelijke rendement zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357. Daardoor is de tegenbewijsregeling niet automatisch voordeliger: reken beide methoden door voordat je kiest.
Betaal je ook belasting over spaargeld van je kinderen?
Het vermogen van minderjarige kinderen wordt in box 3 bij de ouders opgeteld. Het maakt dus niet uit of spaargeld op een rekening van je minderjarige kind staat. Meerderjarige kinderen doen zelfstandig aangifte en hebben elk recht op hun eigen heffingsvrij vermogen van €59.357.
Is 1,28% het definitieve percentage voor spaargeld in 2026?
Nee, dat is voorlopig. Het definitieve percentage voor spaargeld en schulden wordt begin 2027 vastgesteld op basis van de werkelijke marktrentes over 2026. Dit kan leiden tot een nabetaling of teruggave. Het percentage voor overige bezittingen (6,00%) staat al wel definitief vast.
Kort samengevat
Over spaargeld betaal je in 2026 via box 3 een tarief van 36% over een fictief rendement van 1,28%, en dan alleen over het deel boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners). Wie alleenstaand is en €100.000 spaart, betaalt daarmee circa €187 per jaar. Heb je ook beleggingen of een tweede woning, dan loopt de belasting op door het hogere fictieve rendement van 6,00%.
Ligt jouw werkelijke rendement lager dan het forfait, dan kun je via de tegenbewijsregeling over je daadwerkelijke rendement afrekenen. Houd er dan rekening mee dat het heffingsvrij vermogen daarbij vervalt. Controleer verder altijd je vooraf ingevulde aangifte en let op dat toeslagen hun eigen, vaak lagere vermogensgrenzen hanteren. Een uitgewerkt voorbeeld vind je in het artikel over belasting over €100.000 spaargeld.
Dit artikel is informatief van aard. Raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur voor advies over jouw persoonlijke situatie.