infographic wat telt mee in box 3 belasting spaargeld aandelen tweede woning versus eigen woning auto pensioen

Hoeveel belasting betaal je over spaargeld in 2026?

Over spaargeld betaal je in 2026 belasting via box 3: 36% over het veronderstelde of werkelijke rendement op het vermogen dat uitkomt boven de heffingsvrije grens van €59.357 per fiscaal partner.

Laatst bijgewerkt: juli 2026

Belasting op sparen werkt anders dan veel mensen denken. Je betaalt niet een percentage van je saldo, maar een percentage over het rendement dat de Belastingdienst veronderstelt dat je haalt. Voor spaargeld is dat fictieve rendement in 2026 voorlopig vastgesteld op 1,28%. Wie alleen spaargeld heeft en alleenstaand is, betaalt over €100.000 spaargeld circa €187 aan belasting. Over de exacte berekening, de vrijstellingen en slimme manieren om minder te betalen, lees je hieronder alles.

Snelle Referentie: belasting over spaargeld in 2026
  • 🟢 Vrijstelling alleenstaand: €59.357 (geen belasting onder dit bedrag)
  • 🟢 Vrijstelling fiscaal partners: €118.714 gezamenlijk
  • 🟡 Fictief rendement spaargeld 2026: 1,28% (voorlopig)
  • 🟢 Fictief rendement beleggingen 2026: 6%
  • 🔴 Belastingtarief box 3: 36% over het rendement
  • 🟡 Peildatum vermogen: 1 januari 2026
  • 🔴 Let op: het fictieve percentage voor spaargeld is nog voorlopig en wordt definitief vastgesteld na afloop van 2026
infographic wat telt mee in box 3 belasting spaargeld aandelen tweede woning versus eigen woning auto pensioen
infographic wat telt mee in box 3 belasting spaargeld aandelen tweede woning versus eigen woning auto pensioen

Wat is belasting over spaargeld? De basis uitgelegd

De officiële naam is vermogensrendementsheffing. In de volksmond hoor je ook wel “spaartaks”, “box 3-heffing” of “vermogensbelasting spaargeld”. Al die termen verwijzen naar hetzelfde: de belasting die je betaalt in box 3 van de inkomstenbelasting.

Belangrijk om te begrijpen: je betaalt geen belasting over je spaarsaldo zelf. De Belastingdienst belast het rendement dat je behaalt, of veronderstelt dat je behaalt, op je vermogen. Je spaarrekening-belasting is dus in feite een heffing over de opbrengst, niet over het spaargeld als zodanig.

Wat telt mee als vermogen in box 3?

  • Betaal- en spaarrekeningen
  • Beleggingen, aandelen, obligaties en crypto
  • Een tweede woning of verhuurd vastgoed
  • Vorderingen (geld dat je hebt uitgeleend)
  • Contant geld
  • Je aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren

Wat telt niet mee?

  • Je eigen woning (die valt onder box 1)
  • Je auto, inboedel en andere roerende goederen
  • Pensioenvermogen opgebouwd via werkgever of lijfrente
  • Belastingschulden of tegoeden bij de Belastingdienst zelf

De peildatum voor je vermogen is 1 januari 2026. Wat je op die datum bezit, telt mee voor de aangifte over belastingjaar 2026. Meer achtergrond vind je in het artikel over box 3 in 2026: regels, tarieven en wijzigingen.

Hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026 zonder belasting te betalen?

Als alleenstaande mag je in 2026 tot €59.357 aan vermogen hebben zonder ook maar een cent belasting te betalen. Dit heet het heffingsvrij vermogen. Fiscaal partners mogen hun vrijstellingen optellen: zij komen samen uit op €118.714.

Let op: de vrijstelling geldt voor je totale vermogen in box 3. Spaarrekening, beleggingen en overig vermogen tellen bij elkaar op. Wie €50.000 spaart en €15.000 belegt, heeft samen €65.000 vermogen en betaalt belasting over €5.643.

Twee praktijkvoorbeelden ter verduidelijking:

  • Spaarsaldo van €55.000 (alleenstaand): geen belasting, want onder de vrijstelling
  • Spaarsaldo van €80.000 (alleenstaand): belasting over €80.000 minus €59.357 = €20.643 belastbaar vermogen

Hieronder zie je hoe de vrijstelling zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld:

JaarVrijstelling (alleenstaand)Vrijstelling (fiscaal partners)
2022€50.650€101.300
2023€57.000€114.000
2024€57.000€114.000
2025€57.684€115.368
2026€59.357€118.714

Meer details over hoe je de vrijstelling optimaal inzet, lees je in het artikel over heffingsvrij vermogen in 2026.

Twee manieren om belasting te berekenen in 2026

In 2026 geldt nog steeds het overgangsrecht dat volgde op het kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021. De Hoge Raad oordeelde toen dat de toenmalige box 3-systematiek in strijd was met Europees eigendomsrecht voor belastingplichtigen wier werkelijke rendement lager lag dan het fictieve rendement. Sindsdien mag je als belastingplichtige kiezen tussen twee methoden: het fictieve rendement en het werkelijke rendement.

De Belastingdienst past automatisch de methode toe die voor jou het laagste bedrag oplevert. Je hoeft dit niet zelf te berekenen, al is het verstandig je aangifte te controleren. Volgens de Belastingdienst en de Consumentenbond bedraagt het belastingtarief in beide methoden 36%.

Methode 1: fictief rendement (forfaitaire methode)

Bij het fictieve rendement gaat de Belastingdienst uit van een verondersteld rendement. Het maakt niet uit of je daadwerkelijk meer of minder rente hebt ontvangen. De Belastingdienst rekent met een vast percentage per vermogenscategorie.

Voor spaargeld geldt in 2026 een voorlopig fictief rendement van 1,28%. Dit percentage wordt definitief vastgesteld na afloop van het belastingjaar, op basis van de gemiddelde spaarrente die banken in 2026 hebben uitgekeerd. De eindafrekening kan daardoor iets hoger of lager uitvallen dan de voorlopige aanslag.

VermogenscategorieFictief rendement 2026
Spaargeld en banktegoeden1,28% (voorlopig)
Beleggingen en aandelen6%
Overige bezittingen (bijv. tweede woning)6%
Schulden (aftrekbaar)2,70% (voorlopig)

Zo werkt de berekening stap voor stap, voor een alleenstaande met €100.000 spaargeld:

  1. Spaarsaldo: €100.000
  2. Heffingsvrij vermogen: €59.357
  3. Belastbaar vermogen: €40.643
  4. Fictief rendement (1,28%): €520,23
  5. Belasting (36% over €520,23): ±€187

Niet veel, voor wie alleen spaargeld heeft. Dat verandert zodra er beleggingen of een tweede woning bij komen, want het fictieve rendement op die categorieën ligt met 6% flink hoger.

Nederlandse spaarrekening app op smartphone met saldo en berekening belasting box 3
Nederlandse spaarrekening app op smartphone met saldo en berekening belasting box 3

Methode 2: werkelijk rendement

Bij het werkelijk rendement geef je op wat je daadwerkelijk hebt verdiend met je vermogen in 2026. Dat klinkt eenvoudig, maar het begrip “werkelijk rendement” is breder dan alleen de rente op je spaarrekening.

Wat telt mee als werkelijk rendement?

  • Rente op je spaarrekening of deposito
  • Ontvangen dividend op aandelen
  • Koerswinsten op beleggingen, ook als je ze nog niet hebt verkocht (ongerealiseerde winst)
  • Huurinkomsten uit een verhuurd pand
  • Waardestijging van een tweede woning

Dat laatste punt verdient nadruk. Ongerealiseerde koerswinst telt mee. Wie aandelen bezit die in waarde zijn gestegen maar nog niet heeft verkocht, betaalt toch belasting over die waardestijging. Dat is een vaak over het hoofd gezien nadeel van de werkelijk-rendementsberekening voor beleggers in een stijgende markt.

Het tarief bij werkelijk rendement is eveneens 36%. Er geldt geen aparte heffingsvrije drempel per vermogenscategorie. De verrekening verloopt via je aangifte inkomstenbelasting, waarbij je het werkelijke rendement opgeeft via een aanvullend formulier van de Belastingdienst.

De werkelijk-rendementsberekening is voordeliger wanneer je daadwerkelijk minder rendement hebt gemaakt dan de fictieve percentages veronderstellen. Voor spaarders geldt dat dit in 2026 snel het geval kan zijn als de spaarrente laag uitvalt. Voor een uitgebreide uitleg lees je meer in het artikel over werkelijk rendement in box 3.

Concrete rekenvoorbeelden: hoeveel betaal je bij verschillende spaarbedragen?

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belasting bij verschillende spaarsaldi. Alle voorbeelden gaan uit van een alleenstaande met uitsluitend spaargeld en de fictieve-rendementsberekening op peildatum 1 januari 2026. Bedragen zijn indicatief, omdat het definitieve percentage pas later wordt vastgesteld.

SpaarsaldoBelastbaar vermogenFictief rendement (1,28%)Belasting (36%)
€59.357 of minder€0€0€0
€75.000€15.643±€200±€72
€100.000€40.643±€520±€187
€150.000€90.643±€1.160±€418
€200.000€140.643±€1.800±€648
€300.000€240.643±€3.080±€1.109

Nibud en de Consumentenbond bevestigen dat spaargeld in box 3 relatief laag belast wordt door het lage fictieve rendement van 1,28%, zeker vergeleken met de 6% die geldt voor beleggingen en overige bezittingen. Zodra je ook beleggingen hebt, stijgt de belasting door de proportionele verdeling van het heffingsvrije vermogen over de vermogenscategorieën.

Rekenvoorbeeld met gemengd vermogen: spaargeld en beleggingen

Stel: je hebt €50.000 spaargeld en €25.000 beleggingen. Totaal vermogen: €75.000. Je bent alleenstaand.

  1. Totaal vermogen: €75.000
  2. Heffingsvrij vermogen: €59.357
  3. Belastbaar vermogen: €15.643
  4. Verdeling naar verhouding: 67% spaargeld (±€10.481) en 33% beleggingen (±€5.162)
  5. Fictief rendement spaargeld (1,28% over €10.481): ±€134
  6. Fictief rendement beleggingen (6% over €5.162): ±€310
  7. Totaal fictief rendement: ±€444
  8. Belasting (36%): ±€160

Ter vergelijking: bij €75.000 puur spaargeld betaal je ±€72. Dat verschil van ±€88 laat zien hoe het hogere fictieve rendement op beleggingen direct doorwerkt in je belastingrekening. Niet ideaal als je ook maar een klein deel belegt.

grafiek berekening belasting spaargeld 2026 vrijstelling rendement tarief voorbeeld
grafiek berekening belasting spaargeld 2026 vrijstelling rendement tarief voorbeeld

Hoe voorkom je belasting over spaargeld? (Legale strategieën)

Er zijn meerdere legale manieren om je belastingdruk in box 3 te verlagen of zelfs te elimineren.

Fiscaal partnerschap maximaal gebruiken

Fiscaal partners mogen hun heffingsvrije vermogens optellen: samen €118.714 in 2026. ook mag je als fiscaal stel het belastbare vermogen vrijelijk verdelen tussen partners via de aangifte. Wijs het belastbare deel toe aan de partner met het laagste inkomen of de hoogste aftrekposten voor het meeste voordeel.

Groen sparen of groene beleggingen

Wie belegt in erkende groene fondsen of groene spaarproducten, profiteert van een extra vrijstelling bovenop het reguliere heffingsvrije vermogen. Voor groene beleggingen bedraagt deze vrijstelling in 2026 €26.715 per persoon (€53.430 voor fiscaal partners). Controleer op Belastingdienst.nl welke producten zijn erkend als groene belegging.

Schulden in box 3 aftrekken

Schulden verlagen je belastbare vermogen in box 3. Er geldt wel een drempel van €3.800 per persoon (2026), oftewel €7.600 voor fiscaal partners. Schulden boven die drempel mogen worden afgetrokken van je bezittingen. Denk aan persoonlijke leningen of een familielening.

Vermogen omzetten naar box 1 of box 2

Wie spaart voor de eigen woning brengt dat vermogen na aankoop automatisch naar box 1 (hypotheekschuld verlaagt de belastbare grondslag). Bij grote vermogens kan een BV-structuur interessant zijn via box 2, waarbij je winst in de vennootschap houdt en pas belasting betaalt bij uitkering. Dat is niet voor iedereen voordelig. Raadpleeg een financieel adviseur voor je persoonlijke situatie.

Peildatumarbitrage: wettelijk maar omstreden

Omdat het vermogen wordt gemeten op 1 januari, overwegen sommige mensen hun saldo tijdelijk te verlagen vlak voor die datum, bijvoorbeeld door een schenking te doen of schulden tijdelijk in te lossen. De Belastingdienst let hierop via anti-misbruikregels. Vermogensverschuivingen die geen economisch doel dienen maar uitsluitend belasting beogen te ontwijken, kunnen worden gecorrigeerd. Schenken aan kinderen kan wél een legitiem doel hebben. Meer informatie over de spelregels vind je in het artikel over belastingvrij schenken in 2026.

Wanneer en hoe betaal je de belasting over spaargeld?

De Belastingdienst meet je vermogen op 1 januari 2026. Maar de daadwerkelijke betaling volgt later.

De belasting over 2026 verwerk je in de aangifte inkomstenbelasting over 2026. Die aangifte doe je in de periode maart tot en met april 2027. De Belastingdienst vult een groot deel al voor in via de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA): saldi bij Nederlandse banken worden automatisch doorgegeven. Controleer deze gegevens altijd zelf, want fouten of ontbrekende vermogensbestanddelen (zoals buitenlandse rekeningen of crypto) moet je zelf aanvullen.

Voorlopige aanslag: als je een voorlopige aanslag ontvangt, betaal je al gedurende 2026 een geschat bedrag. Let op een specifieke complicatie in 2026: het fictieve rendement op spaargeld (1,28%) is voorlopig. Het definitieve percentage wordt pas vastgesteld na afloop van 2026, op basis van de werkelijke gemiddelde spaarrente. Dat betekent dat je voorlopige aanslag kan afwijken van de definitieve aanslag. Nabetaling of teruggave is mogelijk.

Automatisch of zelf regelen? Voor de meeste spaarders vult de Belastingdienst box 3 correct in. Wie werkelijk rendement wil opgeven of bezwaar wil maken, moet dat actief doen via de aangifte of een aanvullend formulier.

Veranderingen in de vermogensbelasting: wat staat er te gebeuren?

De huidige box 3-systematiek is tijdelijk. Na het kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021 werd duidelijk dat de toenmalige manier van berekenen onrechtmatig was voor belastingplichtigen wier werkelijke rendement lager lag dan het forfait. Sindsdien geldt het overgangsrecht met de keuze tussen fictief en werkelijk rendement.

De overheid werkt aan een geheel nieuw box 3-stelsel dat volledig is gebaseerd op werkelijk rendement. De invoering hiervan is meerdere malen uitgesteld. Op basis van de meest recente planning van het kabinet wordt een nieuw stelsel verwacht per 2028, al kan de exacte invoeringsdatum nog wijzigen.

Wat betekent dit voor verschillende groepen?

  • Spaarders met weinig rendement: zij profiteren mogelijk van de nieuwe systematiek, zeker als de spaarrente laag blijft
  • Beleggers en vastgoedeigenaren: het hoge fictieve rendement (6%) is in de huidige overgangsperiode al pijnlijk; werkelijk rendement kan voor hen zowel voor- als nadelig uitpakken afhankelijk van het jaar
  • Bezwaar maken: wie meent te veel belasting te betalen via het fictieve rendement, kan via de aangifte werkelijk rendement opgeven. De Belastingdienst past automatisch de laagste uitkomst toe

De Consumentenbond volgt de ontwikkelingen rond box 3 actief en publiceert updates zodra de nieuwe wetgeving concreter wordt.

Nederlandse huiskamer met administratie spaarboekje en documenten belastingaangifte
Nederlandse huiskamer met administratie spaarboekje en documenten belastingaangifte

FAQ: veelgestelde vragen over belasting over spaargeld in 2026

Hoeveel belasting betaal je over €300.000 spaargeld in 2026?

Bij een spaarsaldo van €300.000 als alleenstaand is het belastbare vermogen €300.000 minus €59.357 = €240.643. Het fictieve rendement op basis van 1,28% bedraagt circa €3.080. De belasting (36%) komt dan uit op ±€1.109. Dit bedrag is indicatief, omdat het definitieve fictieve rendement voor spaargeld pas na afloop van 2026 wordt vastgesteld.

Hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026 zonder belasting te betalen?

Als alleenstaande is de grens €59.357. Fiscaal partners mogen gezamenlijk tot €118.714 hebben zonder belasting. Deze vrijstelling geldt voor je totale vermogen in box 3, dus spaargeld plus beleggingen plus overig vermogen bij elkaar opgeteld. Wie €40.000 spaart en €25.000 belegt, heeft samen €65.000 vermogen en betaalt belasting over het deel boven de vrijstelling.

Betaal je ook belasting over spaargeld van je kinderen?

Het vermogen van minderjarige kinderen wordt in box 3 bij de ouders opgeteld. Het maakt voor de belasting dus niet uit of je spaargeld op een rekening van je minderjarige kind staat. Meerderjarige kinderen doen zelfstandig aangifte en hebben elk recht op hun eigen heffingsvrij vermogen van €59.357. Een schenking aan een meerderjarig kind kan dan fiscaal voordelig zijn, mits je de schenkingsregels naleeft.

Is de 1,28% het definitieve percentage voor spaargeld in 2026?

Nee. De 1,28% is een voorlopig percentage. De Belastingdienst stelt het definitieve percentage voor spaargeld pas vast na afloop van het belastingjaar, op basis van de gemiddelde spaarrente die banken in 2026 hebben betaald. Dit kan leiden tot een nabetaling als het definitieve percentage hoger uitvalt, of tot een teruggave als het lager is dan 1,28%. De percentages voor beleggingen (6%) en overige bezittingen (6%) staan al wel definitief vast.

Wat is het verschil tussen vermogensbelasting en vermogensrendementsheffing?

Nederland kent geen echte vermogensbelasting in de letterlijke zin. Vroeger bestond die wel (tot 2001), maar die is afgeschaft. De huidige vermogensrendementsheffing belast het rendement op je vermogen, niet het vermogen zelf. De populaire term “vermogensbelasting spaargeld” is technisch dus niet correct, maar wordt breed gebruikt als synoniem voor de box 3-heffing. Wie €100.000 spaart betaalt geen percentage over die €100.000, maar over het veronderstelde rendement van ±€520.

Kort samengevat

Over spaargeld in 2026 betaal je via box 3 belasting van 36% over het fictieve rendement van 1,28% op het deel boven €59.357. Wie alleen spaart en alleenstaand is, betaalt bij €100.000 circa €187 per jaar. Heb je ook beleggingen of een tweede woning, dan stijgt de belasting door het hogere fictieve rendement van 6% op die categorieën. De Belastingdienst berekent automatisch of fictief of werkelijk rendement voor jou voordeliger is.

Controleer altijd je vooraf ingevulde aangifte op Belastingdienst.nl. Het definitieve percentage voor spaargeld volgt later in 2027, dus houd rekening met een kleine aanpassing van de definitieve aanslag. Wil je weten hoe box 3 precies werkt voor verschillende vermogenssamenstellingen, dan biedt het artikel over belasting over €100.000 spaargeld verdere rekenvoorbeelden.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *