Het fictief rendement box 3 is het vaste percentage waarmee de Belastingdienst berekent hoeveel rendement je over je vermogen hebt behaald, ongeacht je werkelijke opbrengst.
Laatst bijgewerkt: juni 2026
1,37% voor spaargeld. Dat is het fictief rendement dat de Belastingdienst hanteert voor banktegoeden in de aangifte over 2025. Voor beleggingen en overige bezittingen geldt 5,88%, en voor schulden 2,70%. Dit artikel behandelt zowel de percentages van 2025 als de (deels voorlopige) percentages van 2026, legt uit hoe je de berekening stap voor stap uitvoert, en verklaart wanneer het werkelijk rendement voordeliger uitpakt. De Belastingdienst past altijd de voor jou voordeligste methode toe, maar daarvoor moet je in sommige gevallen zelf actie ondernemen.
- 🟢 Banktegoeden: 1,37% (definitief)
- 🟡 Overige bezittingen / beleggingen: 5,88% (definitief)
- 🟡 Schulden: 2,70% (definitief)
- 🟢 Heffingsvrij vermogen 2025: € 57.684 per persoon (€ 115.368 voor fiscale partners)
- 🟡 Belastingtarief over fictief inkomen: 36%
- 🔴 Let op: meerdere websites vermelden 1,44% voor spaargeld in 2025. Dat is het tarief van 2024. Het correcte tarief voor 2025 is 1,37%.

Wat is het fictief rendement box 3?
Box 3 is de categorie in de Nederlandse inkomstenbelasting waarin je vermogen valt: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, minus schulden. Over dat vermogen betaal je de zogeheten vermogensrendementsheffing. De overheid berekent die heffing niet over wat je daadwerkelijk hebt verdiend, maar over een fictief rendement: een vastgesteld percentage per vermogenscategorie.
Fictief rendement versus forfaitair rendement: hetzelfde begrip
“Fictief rendement” en “forfaitair rendement” zijn volledig inwisselbare begrippen. In juridische en fiscale stukken lees je vaker “forfaitair”, in het dagelijkse taalgebruik “fictief”. Beide verwijzen naar hetzelfde systeem waarbij de Belastingdienst een vaste rendementsopbrengst veronderstelt, ongeacht wat je werkelijk hebt verdiend of verloren.
De peildatum is altijd 1 januari van het belastingjaar. Je vermogenssaldo op die dag is de basis voor de berekening. Wat er de rest van het jaar met je vermogen gebeurt, telt niet mee voor het fictief rendement. De percentages worden doorgaans in het najaar voorafgaand aan het belastingjaar door de overheid vastgesteld. Dat verklaart ook waarom het tarief voor spaargeld elk jaar iets verschilt: het volgt de feitelijke marktrente van het voorgaande jaar.
Over het berekende fictieve inkomen betaal je in 2025 36% belasting. Dat tarief geldt ook in 2026. Vermogen tot het heffingsvrij vermogen (€ 57.684 per persoon in 2025) is vrijgesteld. Je kunt als fiscale partner het heffingsvrij vermogen optellen: dan geldt een gecombineerde vrijstelling van € 115.368.
Fictief rendement percentages 2025
De drie vermogenscategorieën en hun percentages
De Belastingdienst verdeelt box 3-vermogen in drie categorieën, elk met een eigen fictief rendement. Let op: meerdere websites, waaronder Fortus, vermelden 1,44% als het spaargeldtarief voor 2025. Dat is onjuist. Het tarief van 1,44% gold in 2024. Voor 2025 heeft de Belastingdienst het percentage voor banktegoeden vastgesteld op 1,37%.
| Vermogenscategorie | Fictief rendement 2025 | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 1,37% | Spaarrekening, betaalrekening, contant geld boven vrijstelling, premiedepots |
| Overige bezittingen | 5,88% | Aandelen, obligaties, cryptovaluta, tweede woning, verhuurde woning, vorderingen |
| Schulden | 2,70% | Consumptief krediet, schulden voor beleggingen, hypotheek op tweede woning |
Wat valt precies onder banktegoeden?
De categorie banktegoeden klinkt vanzelfsprekend, maar de Belastingdienst hanteert een precieze definitie. Hieronder vallen uitsluitend:
- Bank- en spaartegoeden in Nederland én in het buitenland
- Contant geld dat boven de vrijstelling uitkomt
- Premiedepots
- Het niet-vrijgestelde deel van groene spaartegoeden
- Jouw aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE)
- Geld op een derdenrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder
Dit onderscheid is financieel relevant. Banktegoeden worden belast tegen 1,37%. Alles wat er niet onder valt, schuift door naar de categorie overige bezittingen met een tarief van 5,88%. Bijna vier keer zo hoog. Niet ideaal als je bezit onterecht in de verkeerde categorie terechtkomt.
Wat valt onder overige bezittingen?
De categorie overige bezittingen is de grootste en de duurste. Hieronder valt alles wat geen banktegoed is en geen schuld: aandelen, obligaties en effecten, beleggingsfondsen en ETF’s, het niet-vrijgestelde deel van groene beleggingen, vorderingen op derden (met uitzondering van vorderingen op fiscale partners of minderjarige kinderen), een tweede woning in Nederland of het buitenland, verhuurde woningen, overige onroerende zaken, cryptovaluta en loten waarop een prijs is gevallen.
Voor beleggers en vastgoedeigenaren heeft dit tarief de grootste impact. Het forfaitaire rendement van 5,88% wordt gehanteerd ongeacht of je portefeuille het afgelopen jaar 20% steeg of 10% daalde.

Fictief rendement percentages 2026
Voor het belastingjaar 2026 zijn de percentages deels al bekend, maar niet allemaal definitief vastgesteld. Het spaargeld- en schuldenpercentage zijn nog voorlopig omdat ze afhangen van de gemiddelde ECB-rente over het jaar 2025, die pas later volledig beschikbaar is. Het beleggingspercentage is al definitief.
| Vermogenscategorie | 2025 (definitief) | 2026 (deels voorlopig) | Verschil |
|---|---|---|---|
| Banktegoeden / spaargeld | 1,37% | 1,28% ⚠️ voorlopig | ▼ 0,09% |
| Overige bezittingen / beleggingen | 5,88% | 6,00% ✅ definitief | ▲ 0,12% |
| Schulden | 2,70% | 2,70% ⚠️ voorlopig | 0% |
Het heffingsvrij vermogen in 2026 is vastgesteld op € 59.357 per persoon. Dat is een stijging ten opzichte van de € 57.684 van 2025. Het belastingtarief blijft 36%. Meer over de volledige box 3-berekening voor 2026 lees je in het artikel over box 3 belasting 2026: tarieven en berekening.
Historisch overzicht fictief rendement box 3 (2021–2026)
Om de huidige percentages in perspectief te zien, is het nuttig de ontwikkeling over meerdere jaren te bekijken. Opvallend: het spaargeldtarief steeg van vrijwel nul in 2022 naar 1,44% in 2024, om in 2025 licht te dalen naar 1,37%. Het beleggingstarief schommelt rond de 6%. Ook het belastingtarief zelf is in 2024 flink omhooggegaan: van 31% of 32% naar 36%.
| Jaar | Spaargeld | Beleggingen | Schulden | Heffingsvrij vermogen (p.p.) | Belastingtarief |
|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 0,01% | 5,69% | 2,46% | € 50.000 | 31% |
| 2022 | 0,00% | 5,53% | 2,28% | € 50.650 | 31% |
| 2023 | 0,36% | 6,17% | 2,57% | € 57.000 | 32% |
| 2024 | 1,44% | 6,04% | 2,47% | € 57.000 | 36% |
| 2025 | 1,37% | 5,88% | 2,70% | € 57.684 | 36% |
| 2026 ⚠️ | 1,28%* | 6,00% | 2,70%* | € 59.357 | 36% |
* Voorlopig cijfer. Bron: Belastingdienst.nl en Raisin.nl. Bijgewerkt op basis van beschikbare gegevens medio 2026.
De sprong in 2024 is het meest ingrijpend: het spaargeldtarief steeg van 0,36% naar 1,44% doordat de marktrente sterk opliep. Tegelijk ging het belastingtarief omhoog van 32% naar 36%. Dat zijn twee verhogingen tegelijkertijd. Dat scheelt voor een spaarder met € 200.000 al snel honderden euro’s op jaarbasis.

Fictief rendement berekenen: stap voor stap
De berekeningsformule
De berekening van je box 3-belasting verloopt altijd in dezelfde stappen. De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. Jouw vermogen op die dag is de basis.
- Stel je totale box 3-vermogen vast op 1 januari: alle bezittingen (banktegoeden + overige bezittingen) minus je schulden in box 3.
- Trek het heffingsvrij vermogen af: € 57.684 per persoon in 2025 (of € 115.368 voor fiscale partners samen).
- Verdeel het resterende vermogen naar werkelijke samenstelling: welk deel is banktegoed, welk deel zijn overige bezittingen?
- Bereken het fictief rendement per categorie: banktegoeden × 1,37%, overige bezittingen × 5,88%.
- Bereken het fictief rendement op schulden: schulden × 2,70%, dit bedrag trekt de Belastingdienst af van het totaal.
- Bereken de belasting: netto fictief rendement × 36%.
Rekenvoorbeeld 2025
Stel: persoon A is alleenstaand en heeft op 1 januari 2025 een spaarrekening met € 80.000 en een beleggingsportefeuille (ETF’s) met € 30.000. Geen schulden in box 3.
- Totaal vermogen: € 80.000 + € 30.000 = € 110.000
- Af: heffingsvrij vermogen € 57.684
- Belastbaar vermogen: € 52.316
Maar de verdeling telt mee voor de tarieven. De Belastingdienst kijkt naar de werkelijke samenstelling van het totale vermogen (niet alleen het deel boven de vrijstelling). De verhouding is: € 80.000 spaargeld (72,7%) en € 30.000 beleggingen (27,3%). Die verhouding past de Belastingdienst toe op het belastbare bedrag van € 52.316.
- Spaargeld-deel: € 52.316 × 72,7% = € 38.034 × 1,37% = € 521 fictief rendement
- Beleggings-deel: € 52.316 × 27,3% = € 14.282 × 5,88% = € 840 fictief rendement
- Totaal fictief inkomen: € 1.361
- Te betalen belasting: € 1.361 × 36% = € 490
Heeft persoon A ook een schuld van € 10.000 (consumptief krediet), dan geldt: € 10.000 × 2,70% = € 270 fictief rendement schulden. Dat bedrag gaat van het fictieve inkomen af. Dat scheelt € 97 aan belasting.
Meer inzicht in de berekening voor specifieke situaties geeft het artikel over heffingsvrij vermogen 2026: drempel en hoe te benutten.
Fictief rendement versus werkelijk rendement: wanneer kies je wat?
Volgens de Consumentenbond heb je in de belastingaangifte over 2025 de keuze om belasting te betalen over een fictief rendement of over je werkelijk behaalde rendement. De Belastingdienst past automatisch de voor jou voordeligste methode toe, maar daarvoor moet je je werkelijke rendement wél opgeven via het formulier “Opgaaf werkelijk rendement”, dat beschikbaar is vanaf de zomer van 2025.
Wanneer pakt het fictief rendement voordelig uit?
Het fictief rendement is gunstig als je werkelijk behaalde rendement hoger is dan het fictieve percentage. Beleggers die in 2025 bijvoorbeeld 12% rendement behaalden op hun portefeuille, betalen via het fictief rendement slechts belasting over 5,88%. Een flink voordeel. Het fictief rendement werkt in dit geval als een automatisch maximum.
Wanneer is werkelijk rendement voordeliger?
Het werkelijk rendement is gunstiger als je daadwerkelijke opbrengst lager uitvalt dan het forfaitaire percentage. Situaties waarin dit speelt:
- Beleggingen die verlies maakten (negatief rendement drukt de belasting richting nul)
- Vastgoed dat in waarde daalde
- Spaargeld waarop de werkelijke rente onder 1,37% bleef
| Situatie | Voordeligste methode | Reden |
|---|---|---|
| Alleen spaargeld, lage rente ontvangen | Werkelijk rendement | Werkelijk rendement lager dan 1,37% |
| Beleggingen met verlies | Werkelijk rendement | Negatief rendement drukt belasting naar nul |
| Beleggingen met hoog rendement (>5,88%) | Fictief rendement | Belasting gemaximeerd op fictief percentage |
| Gemengd vermogen (sparen + beleggen) | Berekening nodig | Hangt af van werkelijke opbrengsten per categorie |
| Vastgoed in waardedaling | Werkelijk rendement | Waardevermindering telt mee als negatief rendement |
Wil je weten hoe je het werkelijk rendement doorgeeft en wat daarvoor telt, lees dan het artikel over werkelijk rendement box 3: regeling, berekening en aanvragen.
Juridische achtergrond: het Kerstarrest en de gevolgen voor box 3
Het huidige systeem met meerdere forfaitaire percentages is niet uit de lucht komen vallen. Het is het directe gevolg van een historisch arrest.
Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het toenmalige box 3-systeem in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In dat systeem betaalden belastingplichtigen belasting over een fictief rendement, ook als hun werkelijk behaalde rendement structureel lager lag. Dat gold met name voor spaarders in een periode van lage rente. Het Kerstarrest (vernoemd naar de uitspraakdatum) dwong de overheid tot actie.
Het gevolg was de introductie van een tijdelijke overbruggingsregeling, die geldt van belastingjaar 2023 tot en met minstens 2027. Binnen die regeling kunnen belastingplichtigen kiezen voor heffing op basis van het werkelijk rendement als dat lager uitvalt dan het fictieve rendement. De drie vermogenscategorieën met elk een eigen tarief zijn een onderdeel van die overbruggingsregeling, bedoeld om het fictief rendement beter te laten aansluiten op werkelijke marktomstandigheden.
Belastingplichtigen die in 2021 en 2022 te veel belasting hebben betaald onder het oude systeem, konden bezwaar indienen. De termijnen daarvoor zijn voor de meeste gevallen inmiddels verstreken, maar via de Belastingdienst vind je actuele informatie over lopende procedures en massaal bezwaaracties. Er lopen nog steeds rechtszaken over de precieze reikwijdte van “werkelijk rendement”, met name over de vraag of ongerealiseerde waardestijging (papieren winst) ook meegeteld moet worden.
Box 3 na 2027: wat verandert er?
Het fictief rendement-systeem is bedoeld als tijdelijke oplossing. De overheid werkt aan een nieuw box 3-stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement, gepland voor invoering na 2027. Tot die tijd geldt de overbruggingsregeling met de forfaitaire percentages.
Twee varianten zijn in beeld voor het nieuwe systeem. Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar belasting over de waardestijging van je vermogen, ook als je niets hebt verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting op het moment dat je daadwerkelijk verkoopt en winst realiseert. Beide methoden hanteren het werkelijk rendement als uitgangspunt, maar het moment van belastingheffing verschilt.
De definitieve wetgeving is op het moment van schrijven nog niet aangenomen. De politieke besluitvorming over het nieuwe stelsel loopt nog en is onderhevig aan wijzigingen. De fictief rendement-percentages voor 2027 worden verwacht in het najaar van 2026.
Veelgestelde vragen over fictief rendement box 3
Wat is het fictief rendement box 3 in 2025?
In 2025 hanteert de Belastingdienst drie percentages: 1,37% voor banktegoeden (spaarrekeningen, betaalrekeningen), 5,88% voor overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, cryptovaluta) en 2,70% voor schulden in box 3. Over het berekende fictieve inkomen betaal je 36% belasting. Het heffingsvrij vermogen bedraagt € 57.684 per persoon.
Wat is het verschil tussen fictief rendement en forfaitair rendement?
Er is geen verschil. Beide termen verwijzen naar hetzelfde systeem. “Forfaitair” is de officieel-juridische term die je terugvindt in belastingwetgeving en rechterlijke uitspraken. “Fictief” is de gangbare term in het dagelijks taalgebruik. De Belastingdienst gebruikt beide termen door elkaar in zijn communicatie.
Hoe bereken ik mijn box 3-belasting over 2025?
De berekening gaat als volgt: stel je totale box 3-vermogen op 1 januari 2025 vast, trek het heffingsvrij vermogen af (€ 57.684 per persoon), verdeel het resterende bedrag over de vermogenscategorieën naar werkelijke samenstelling, pas de fictieve percentages per categorie toe (1,37% / 5,88% / 2,70%) en bereken 36% belasting over het netto fictief rendement. De Belastingdienst voert deze berekening automatisch uit in je aangifte. Je kunt ook de rekenhulp op belastingdienst.nl gebruiken.
Kan ik kiezen voor het werkelijk rendement in plaats van het fictief rendement?
Ja. Vanaf de zomer van 2025 is het formulier “Opgaaf werkelijk rendement” beschikbaar, waarmee je je werkelijke beleggings- en spaargeldopbrengsten doorgeeft aan de Belastingdienst. Dit kan met terugwerkende kracht worden ingediend. De Belastingdienst past daarna automatisch de voor jou voordeligste methode toe. Werkelijk rendement opgeven is alleen zinvol als je werkelijke opbrengst lager ligt dan het forfaitaire percentage.
Veranderen de fictief rendement percentages elk jaar?
Ja. De percentages worden jaarlijks vastgesteld. Het spaargeld- en schuldenpercentage zijn gebaseerd op de feitelijke marktrentes in het voorgaande jaar. Het beleggingspercentage is gebaseerd op een langjarig historisch rendement. Voor 2026 is het spaargeldpercentage voorlopig vastgesteld op 1,28% (dalend ten opzichte van 1,37% in 2025) en het beleggingspercentage definitief op 6,00% (stijgend ten opzichte van 5,88%).
Conclusie
Het fictief rendement box 3 voor 2025 staat op 1,37% voor spaargeld, 5,88% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden. Dat zijn de officiële percentages van de Belastingdienst. In 2026 daalt het spaargeldtarief voorlopig naar 1,28% en stijgt het beleggingstarief naar 6,00%. Het systeem blijft tijdelijk van kracht tot minstens belastingjaar 2027, waarna een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement wordt verwacht.
Heb je beleggingen die in 2025 verlies maakten of spaargeld waarop je weinig rente ontving? Dan loont het om je werkelijk rendement door te geven via de “Opgaaf werkelijk rendement” in je aangifte. De Belastingdienst kiest de voordeligste methode, maar alleen als je die informatie aanlevert. Een volledig overzicht van wat er in box 3 valt en hoe het heffingsvrij vermogen precies werkt, vind je in het artikel over box 3 in 2026: regels, tarieven en wijzigingen.
Dit artikel is bijgewerkt in juni 2026 op basis van officiële Belastingdienst-cijfers en gepubliceerde bronnen.