Het fictief rendement box 3 is het vaste percentage waarmee de Belastingdienst berekent hoeveel rendement je over je vermogen hebt behaald, ongeacht je werkelijke opbrengst.
Laatst bijgewerkt: augustus 2026
1,28% voor spaargeld. Dat is het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst in 2026 rekent voor banktegoeden. Voor beleggingen en overige bezittingen geldt 6,00%, voor schulden 2,70%. Dit artikel behandelt de percentages van 2026 én de definitieve cijfers over 2025, legt de berekening stap voor stap uit en laat zien wanneer het werkelijk rendement voordeliger uitpakt.
- 🟢 Banktegoeden: 1,28% (voorlopig)
- 🔴 Overige bezittingen / beleggingen: 6,00% (definitief)
- 🟡 Schulden: 2,70% (voorlopig)
- 🟢 Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners)
- 🟡 Belastingtarief over het fictieve inkomen: 36%
- 🟡 Peildatum: 1 januari 2026
- 🔴 Let op: de percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld

Wat is het fictief rendement box 3?
Box 3 is de categorie in de Nederlandse inkomstenbelasting waarin je vermogen valt: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, minus schulden. Over dat vermogen betaal je de vermogensrendementsheffing. De overheid berekent die heffing niet over wat je daadwerkelijk verdiende, maar over een fictief rendement: een vastgesteld percentage per vermogenscategorie.
Fictief of forfaitair rendement: hetzelfde begrip
“Fictief rendement” en “forfaitair rendement” zijn volledig inwisselbaar. In juridische en fiscale stukken lees je vaker “forfaitair”, in het dagelijks taalgebruik “fictief”. Beide verwijzen naar hetzelfde systeem, waarbij de Belastingdienst een vaste rendementsopbrengst veronderstelt ongeacht wat je werkelijk verdiende of verloor.
De peildatum is altijd 1 januari van het belastingjaar. Je vermogenssaldo op die dag vormt de basis. Wat er daarna met je vermogen gebeurt, telt voor het fictieve rendement niet mee. Over het berekende fictieve inkomen betaal je in 2026 36% belasting, hetzelfde tarief als in 2025.
Fictief rendement percentages 2026
De Belastingdienst verdeelt box 3-vermogen in drie categorieën, elk met een eigen percentage.
| Vermogenscategorie | Fictief rendement 2026 | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 1,28% (voorlopig) | Spaarrekening, betaalrekening, contant geld boven de vrijstelling, premiedepots |
| Overige bezittingen | 6,00% (definitief) | Aandelen, obligaties, cryptovaluta, tweede woning, verhuurde woning, vorderingen |
| Schulden | 2,70% (voorlopig) | Consumptief krediet, schulden voor beleggingen, hypotheek op een tweede woning |
De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig, omdat ze afhangen van de gemiddelde marktrentes over het jaar zelf. Ze worden begin 2027 definitief vastgesteld. Het percentage voor overige bezittingen staat al vast op 6,00%.
Wat valt precies onder banktegoeden?
De categorie banktegoeden klinkt vanzelfsprekend, maar de Belastingdienst hanteert een precieze definitie. Hieronder vallen uitsluitend:
- Bank- en spaartegoeden in Nederland én in het buitenland
- Contant geld dat boven de vrijstelling uitkomt
- Premiedepots
- Het niet-vrijgestelde deel van groene spaartegoeden
- Jouw aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE)
- Geld op een derdenrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder
Dit onderscheid is financieel relevant. Banktegoeden worden belast tegen 1,28%. Alles wat er niet onder valt, schuift door naar overige bezittingen met 6,00%: bijna vijf keer zo hoog.
Wat valt onder overige bezittingen?
Dit is de grootste en duurste categorie: alles wat geen banktegoed en geen schuld is. Denk aan aandelen, obligaties en effecten, beleggingsfondsen en ETF’s, het niet-vrijgestelde deel van groene beleggingen, vorderingen op derden (met uitzondering van vorderingen op fiscale partners of minderjarige kinderen), een tweede woning in binnen- of buitenland, verhuurde woningen, overige onroerende zaken, cryptovaluta en loten waarop een prijs is gevallen.
Voor beleggers en vastgoedeigenaren heeft dit tarief de grootste impact: die 6,00% geldt ongeacht of je portefeuille 20% steeg of 10% daalde.

De definitieve percentages over 2025 (en waarom je geld terug kunt krijgen)
Voor belastingjaar 2025 zijn de percentages inmiddels definitief. Ze wijken op twee punten af van de voorlopige cijfers waarmee de Belastingdienst gedurende 2025 rekende:
| Categorie | Voorlopig (gebruikt in 2025) | Definitief 2025 |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 1,44% | 1,37% ▼ |
| Overige bezittingen | 5,88% | 5,88% (ongewijzigd) |
| Schulden | 2,61% | 2,70% ▲ |
De regeling met deze definitieve percentages trad op 21 februari 2026 in werking en werkt terug tot 1 januari 2025.
Dat heeft een praktisch gevolg dat veel mensen missen. In je voorlopige aanslag over 2025 rekende de Belastingdienst met een hóger percentage voor banktegoeden (1,44% in plaats van 1,37%) en een lágere aftrek voor schulden (2,61% in plaats van 2,70%). Je voorlopige aanslag is daardoor waarschijnlijk iets te hoog vastgesteld. Bij de definitieve aanslag over 2025 kun je dus geld terugkrijgen.
Dit verklaart ook waarom je online voor 2025 soms 1,44% tegenkomt: dat was het voorlopige percentage (en tevens het definitieve percentage over 2024). Het juiste definitieve percentage voor 2025 is 1,37%.
Historisch overzicht fictief rendement box 3 (2021–2026)
Om de huidige percentages in perspectief te plaatsen:
| Jaar | Spaargeld | Beleggingen | Schulden | Heffingsvrij vermogen (p.p.) | Tarief |
|---|---|---|---|---|---|
| 2021 | 0,01% | 5,69% | 2,46% | €50.000 | 31% |
| 2022 | 0,00% | 5,53% | 2,28% | €50.650 | 31% |
| 2023 | 0,36% | 6,17% | 2,57% | €57.000 | 32% |
| 2024 | 1,44% | 6,04% | 2,47% | €57.000 | 36% |
| 2025 | 1,37% | 5,88% | 2,70% | €57.684 | 36% |
| 2026 | 1,28%* | 6,00% | 2,70%* | €59.357 | 36% |
* Voorlopig percentage; wordt begin 2027 definitief vastgesteld.
De sprong in 2024 was het meest ingrijpend: het spaargeldtarief steeg van 0,36% naar 1,44% doordat de marktrente sterk opliep, terwijl het belastingtarief tegelijk van 32% naar 36% ging. Twee verhogingen tegelijk, wat voor een spaarder met €200.000 al snel honderden euro’s per jaar scheelde. Sindsdien daalt het spaargeldpercentage weer licht, in lijn met de gedaalde rente.
Fictief rendement berekenen: stap voor stap
De berekening verloopt altijd in dezelfde stappen, met 1 januari als peildatum.
- Stel je totale box 3-vermogen vast op 1 januari: alle bezittingen (banktegoeden + overige bezittingen) minus je schulden in box 3.
- Trek het heffingsvrij vermogen af: €59.357 per persoon in 2026 (€118.714 voor fiscale partners samen).
- Bepaal de verhouding tussen banktegoeden en overige bezittingen in je totale vermogen.
- Bereken het fictief rendement per categorie: banktegoeden × 1,28%, overige bezittingen × 6,00%.
- Bereken het rendement op schulden: schulden × 2,70%; dat bedrag gaat van het totaal af.
- Bereken de belasting: netto fictief rendement × 36%.
Rekenvoorbeeld 2026
Stel: persoon A is alleenstaand en heeft op 1 januari 2026 €80.000 op een spaarrekening en €30.000 aan ETF’s. Geen schulden in box 3.
- Totaal vermogen: €80.000 + €30.000 = €110.000
- Af: heffingsvrij vermogen €59.357
- Belastbaar vermogen: €50.643
De verhouding van het totale vermogen bepaalt de tarieven: €80.000 spaargeld (72,7%) en €30.000 beleggingen (27,3%). Die verhouding past de Belastingdienst toe op het belastbare bedrag:
- Spaargeld-deel: €50.643 × 72,7% = €36.817 × 1,28% = €471 fictief rendement
- Beleggings-deel: €50.643 × 27,3% = €13.826 × 6,00% = €830 fictief rendement
- Totaal fictief inkomen: €1.301
- Te betalen belasting: €1.301 × 36% = circa €468
Heeft persoon A daarnaast een consumptief krediet van €10.000, dan geldt eerst de schuldendrempel van €3.800: aftrekbaar is €6.200. Daarover rekent de Belastingdienst 2,70% = €167, dat van het fictieve inkomen afgaat. Dat scheelt circa €60 aan belasting.
Een uitgebreidere uitleg van de vrijstelling en meer rekenvoorbeelden vind je in het artikel over belasting over spaargeld.

Fictief of werkelijk rendement: wanneer kies je wat?
Naast het fictieve systeem bestaat de tegenbewijsregeling: ligt je werkelijke rendement lager, dan mag je daarover afrekenen. Belangrijk: dat gaat niet automatisch. Je moet het zelf opgeven, sinds belastingjaar 2025 rechtstreeks via de aangifte en voor eerdere jaren via de Opgaaf Werkelijk Rendement. Valt je werkelijke rendement hoger uit, dan blijft de fictieve berekening gelden: je betaalt nooit méér dan wat al was vastgesteld.
Er zit wel een adder onder het gras: bij het werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen. Je rekent dan af over je volledige rendement zonder de vrijstelling van €59.357, waardoor het verschil substantieel moet zijn wil het lonen.
Wanneer pakt het fictief rendement voordelig uit?
Als je werkelijke rendement hoger is dan het percentage. Een belegger die 12% rendement behaalde, betaalt via het fictieve systeem belasting over slechts 6,00%. Het fictieve rendement werkt dan als een plafond.
Wanneer is werkelijk rendement voordeliger?
| Situatie | Meestal voordeliger | Reden |
|---|---|---|
| Alleen spaargeld, lage rente ontvangen | Werkelijk rendement | Werkelijke rente lager dan 1,28% |
| Beleggingen met verlies | Werkelijk rendement | Negatief rendement drukt de belasting richting nul |
| Beleggingen met hoog rendement (>6,00%) | Fictief rendement | Belasting gemaximeerd op het fictieve percentage |
| Vastgoed in waardedaling | Werkelijk rendement | Waardevermindering telt mee als negatief rendement |
| Gemengd vermogen | Berekening nodig | Hangt af van de werkelijke opbrengsten per categorie |
Hoe de regeling precies werkt en voor welke jaren je haar kunt inroepen, lees je bij de tegenbewijsregeling box 3. Wil je het bedrag zelf uitrekenen, gebruik dan het stappenplan werkelijk rendement berekenen.
Juridische achtergrond: het kerstarrest
Het huidige systeem met drie forfaitaire percentages is het directe gevolg van rechtspraak. Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het toenmalige box 3-systeem in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Belastingplichtigen betaalden toen belasting over een fictief rendement, ook als hun werkelijke rendement structureel lager lag, wat vooral spaarders trof in een periode van lage rente.
Het gevolg was een tijdelijke overbruggingsregeling, waarin de drie vermogenscategorieën met elk een eigen tarief werden geïntroduceerd om het fictieve rendement beter te laten aansluiten op de markt. Daarnaast kwam er de tegenbewijsregeling, vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3 die in juli 2025 in werking trad.
Eén punt is inmiddels uitgekristalliseerd: ongerealiseerde waardestijgingen tellen mee bij het bepalen van het werkelijke rendement. Ook winst op beleggingen of vastgoed die je nog niet te gelde hebt gemaakt, telt dus als rendement.
Box 3 na 2027: wat verandert er?
Het fictieve systeem is bedoeld als tijdelijke oplossing. De overheid werkt aan een nieuw box 3-stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement, met invoering gepland per 1 januari 2028. Tot die tijd blijft de overbruggingsregeling met forfaitaire percentages gelden.
Twee varianten zijn in beeld. Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je jaarlijks belasting over de waardestijging van je vermogen, ook zonder verkoop. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas op het moment dat je verkoopt en winst realiseert. Beide gaan uit van werkelijk rendement; het verschil zit in het moment van heffing.
De definitieve wetgeving is nog niet aangenomen en de politieke besluitvorming loopt. De percentages voor belastingjaar 2027 worden verwacht in het najaar van 2026.
Veelgestelde vragen over fictief rendement box 3
Wat is het fictief rendement box 3 in 2026?
In 2026 hanteert de Belastingdienst 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, crypto) en 2,70% voor schulden. Over het berekende fictieve inkomen betaal je 36% belasting, met een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief.
Wat is het verschil tussen fictief rendement en forfaitair rendement?
Er is geen verschil. “Forfaitair” is de officieel-juridische term uit de belastingwetgeving en rechterlijke uitspraken, “fictief” de gangbare term in het dagelijks taalgebruik. De Belastingdienst gebruikt beide door elkaar.
Waarom lees ik voor 2025 soms 1,44% en soms 1,37%?
Beide zijn gebruikt, maar op verschillende momenten. Gedurende 2025 rekende de Belastingdienst met het voorlopige percentage van 1,44%. Het definitieve percentage voor 2025 is vastgesteld op 1,37%, via een regeling die op 21 februari 2026 in werking trad. Omdat je voorlopige aanslag met het hogere percentage rekende, kun je bij de definitieve aanslag over 2025 geld terugkrijgen.
Kan ik kiezen voor het werkelijk rendement in plaats van het fictief rendement?
Ja, via de tegenbewijsregeling, maar je moet dat zelf opgeven: de Belastingdienst past het niet automatisch toe. Sinds belastingjaar 2025 doe je dat direct in de aangifte; voor eerdere jaren via de Opgaaf Werkelijk Rendement. Let op dat het heffingsvrij vermogen dan vervalt, waardoor het alleen loont als je werkelijke rendement duidelijk lager uitvalt.
Veranderen de percentages elk jaar?
Ja. Het spaargeld- en schuldenpercentage zijn gebaseerd op de feitelijke marktrentes en worden pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld. Het beleggingspercentage is gebaseerd op een langjarig historisch rendement en staat vooraf vast. Voor 2026 is spaargeld voorlopig 1,28% en beleggingen definitief 6,00%.
Conclusie
Het fictief rendement box 3 bedraagt in 2026 voorlopig 1,28% voor spaargeld, definitief 6,00% voor overige bezittingen en voorlopig 2,70% voor schulden, met een tarief van 36% en een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. Voor 2025 zijn de definitieve percentages 1,37%, 5,88% en 2,70%. Omdat de voorlopige aanslag over 2025 met afwijkende percentages rekende, is een teruggave bij de definitieve aanslag goed mogelijk.
Maakten je beleggingen verlies of ontving je weinig rente, dan kan het lonen om je werkelijke rendement op te geven, mits het verschil groot genoeg is om het vervallen van de vrijstelling te compenseren. Een volledig overzicht van wat er in box 3 valt, vind je in het artikel over box 3 in 2026.
Dit artikel is informatief van aard. Raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur voor advies over jouw persoonlijke situatie.