Het heffingsvrij vermogen is het deel van je box 3-vermogen waarover je geen inkomstenbelasting betaalt; in 2026 bedraagt deze vrijstelling €59.357 per persoon.
Laatst bijgewerkt: mei 2026
Op 1 januari 2026 is tot €59.357 van je vermogen belastingvrij. Heb je een fiscale partner, dan verdubbelt dat naar €118.714 gezamenlijk. Er was een kabinetsvoorstel om de drempel fors te verlagen naar €51.396, maar de Tweede Kamer heeft dat plan geschrapt. Het definitieve bedrag gaat daardoor juist omhoog ten opzichte van 2025. In dit artikel lees je de exacte drempel, hoe je je box 3-belasting stap voor stap berekent, welke extra vrijstellingen bestaan en hoe je de vrijstelling slim benut.

Wat is het heffingsvrij vermogen?
Box 3 is de rubriek in de inkomstenbelasting die gaat over inkomen uit sparen en beleggen. Je betaalt daar belasting over een fictief rendement op je vermogen, niet over het werkelijke rendement. Vermogen is de som van al je bezittingen minus je schulden, gemeten op de peildatum 1 januari.
Het heffingsvrij vermogen is de onderste laag van dat vermogen waarover de belasting niet wordt geheven. Pas over het deel boven de drempel betaal je box 3-belasting. De vrijstelling vermogen 2026 bedraagt €59.357 per persoon.
Welke bezittingen tellen mee voor box 3?
- Spaargeld en deposito’s
- Aandelen, obligaties en beleggingsfondsen
- Een tweede woning, vakantiewoning of beleggingspand
- Vorderingen op derden
- Cryptovaluta
- Contant geld boven de vrijstelling
Wat telt niet mee?
- Je eigen woning (die valt in box 1)
- Pensioenrechten en lijfrentepolissen (tot het uitkeermoment)
- Erkende groene beleggingen tot de extra vrijstelling
- Kapitaalverzekering eigen woning (KEW) binnen de vrijstellingsgrens
- Voorwerpen voor persoonlijk gebruik, zoals je auto of kunstcollectie
Meer over de tarieven en berekening van box 3 lees je in ons artikel over box 3 belasting 2026.
De drempel in 2026: exacte bedragen
Heffingsvrij vermogen zonder fiscale partner
Ben je alleenstaand of heb je geen fiscale partner, dan geldt de standaard vrijstelling van €59.357 op 1 januari 2026. Ten opzichte van 2025 (€57.684) stijgt de vrijstelling met €1.673. Niet spectaculair, maar elke euro vrijgesteld vermogen is een euro waarover je geen rendementsheffing betaalt.
Heffingsvrij vermogen met fiscale partner
Heb je het hele jaar een fiscale partner, of kies je er samen voor om het hele jaar als fiscale partners behandeld te worden? Dan wordt de vrijstelling verdubbeld naar €118.714 gezamenlijk. Jullie mogen zelf bepalen hoe je dit bedrag onderling verdeelt in de aangifte. Elke verdeling is toegestaan, zolang het totaal niet meer dan €118.714 is. Slim verdelen kan de belasting flink drukken.
Historisch overzicht van het heffingsvrij vermogen 2017–2026
De vrijstelling is de afgelopen tien jaar fors gestegen. Van €25.000 in 2017 naar €59.357 in 2026: een toename van ruim 137%. De grootste sprong vond plaats tussen 2021 en 2022, toen het bedrag van €50.000 naar €50.650 ging, en daarna nogmaals fors steeg richting 2024 en 2025.
| Jaar | Zonder fiscale partner | Met fiscale partner |
|---|---|---|
| 2026 | €59.357 | €118.714 |
| 2025 | €57.684 | €115.368 |
| 2024 | €57.000 | €114.000 |
| 2023 | €57.000 | €114.000 |
| 2022 | €50.650 | €101.300 |
| 2021 | €50.000 | €100.000 |
| 2020 | €30.846 | €61.692 |
| 2019 | €30.360 | €60.720 |
| 2018 | €30.000 | €60.000 |
| 2017 | €25.000 | €50.000 |
Bron: Belastingdienst.nl, heffingsvrij vermogen

Het voorstel om de drempel te verlagen, en waarom het niet doorging
Op Prinsjesdag 2025 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2026. Daarin stond een opvallende maatregel: het heffingsvrij vermogen verlagen van €57.684 naar €51.396 per persoon (€102.792 met fiscale partner). Een verlaging van bijna €6.300 per persoon. Niet ideaal voor miljoenen spaarders en beleggers.
De reden? Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is opgeschoven van 2027 naar 2028. Dat uitstel creëerde een begrotingstekort van €2,55 miljard in 2027. Om dat gat te dichten, wilde het kabinet zowel de vrijstelling verlagen als het forfaitaire rendement voor overige bezittingen verhogen van 5,88% naar 7,78%.
De Tweede Kamer heeft het voorstel tot verlaging van de vrijstelling echter geschrapt. Dat betekent dat het heffingsvrij vermogen in 2026 uitkomt op €59.357 per persoon. De hogere forfaitaire rendementspercentages voor overige bezittingen zijn wel vastgesteld; het definitieve percentage voor overige bezittingen staat op 6,0% voor 2026.
Dit verklaart waarom je online twee verschillende bedragen kunt tegenkomen. De Rijksoverheid-pagina over het Belastingplan 2026 vermeldt nog het oorspronkelijke kabinetvoorstel van €51.396. Het definitief vastgestelde bedrag is €59.357, zoals bevestigd door de Belastingdienst.
Heffingsvrij vermogen berekenen, stap voor stap
Stap 1, Bereken je totale vermogen op 1 januari 2026
Tel alle bezittingen bij elkaar op die in box 3 vallen per 1 januari 2026. Trek daarna je schulden af. Let op: schulden zijn alleen aftrekbaar voor zover ze boven de drempelschuld van €3.800 per persoon uitkomen (€7.600 voor fiscale partners). Kleine schulden hebben daardoor nauwelijks effect op je grondslag.
Stap 2, Trek het heffingsvrij vermogen af
Trek van je berekende vermogen de vrijstelling af:
- Alleenstaand: vermogen − €59.357
- Fiscale partners: gezamenlijk vermogen − €118.714
Is de uitkomst nul of lager? Dan betaal je geen box 3-belasting. Dat scheelt soms honderden euro’s per jaar.
Stap 3, Bereken het forfaitaire rendement
Over het resterende bedrag (de grondslag sparen en beleggen) berekent de Belastingdienst een forfaitair rendement. De percentages voor 2026 zijn:
| Vermogenscategorie | Forfaitair rendement 2026 | Status |
|---|---|---|
| Banktegoeden (spaargeld) | 1,28% | Voorlopig |
| Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed) | 6,0% | Vastgesteld |
| Schulden | 2,7% | Voorlopig |
De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke marktrentes over 2026. Het belastingtarief in box 3 is in 2026 36%.
Rekenvoorbeeld, alleenstaande
Stel: je hebt €80.000 spaargeld op 1 januari 2026. Geen andere box 3-bezittingen, geen schulden.
- Grondslag: €80.000 − €59.357 = €20.643
- Forfaitair rendement spaargeld (1,28%): €20.643 × 1,28% = €264
- Box 3-belasting (36%): €264 × 36% = ca. €95
Voor €80.000 spaargeld betaal je in 2026 dus minder dan €100 belasting. Dat scheelt €95 per jaar ten opzichte van iemand zonder vrijstelling.
Rekenvoorbeeld, fiscale partners
Stel: twee fiscale partners hebben samen €160.000 spaargeld.
- Grondslag: €160.000 − €118.714 = €41.286
- Forfaitair rendement spaargeld (1,28%): €41.286 × 1,28% = €529
- Box 3-belasting (36%): €529 × 36% = ca. €190
Zonder de vrijstelling van €118.714 zouden zij over de volledige €160.000 belasting betalen. De vrijstelling bespaart dit stel ca. €550 per jaar.

Werkelijk rendement opgeven als alternatief
De Hoge Raad heeft inmiddels bepaald dat je als belastingplichtige het werkelijke rendement op je vermogen mag opgeven als dat lager is dan het berekende forfaitaire rendement. Handig als je spaargeld nauwelijks rente opbrengt of als je beleggingen verlies maken.
Er zit één belangrijk verschil: bij het opgeven van werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst bevestigt dit expliciet. Je berekent de belasting dan over het werkelijke rendement zonder aftrek van de vrijstelling.
Wanneer is werkelijk rendement voordeliger? Reken het zo uit: als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement berekend over je grondslag, kan het voordelig zijn. Bij spaargeld met weinig rente en een hoog vermogen is dat mogelijk het geval. Bij beleggingen met koerswinsten of huurinkomsten waarschijnlijk niet.
Je geeft werkelijk rendement op via de aangifte inkomstenbelasting. Het formulier “Opgaaf werkelijk rendement” is beschikbaar via Belastingdienst.nl. Raadpleeg altijd een belastingadviseur voordat je deze keuze maakt, want het beleid rondom werkelijk rendement is nog in ontwikkeling.
Extra vrijstellingen naast het heffingsvrij vermogen
Groene beleggingen (vrijstelling maatschappelijke beleggingen)
Wie investeert in erkende groene beleggingsfondsen krijgt een extra vrijstelling bovenop het reguliere heffingsvrij vermogen. In 2026 bedraagt deze vrijstelling €26.715 per persoon (€53.430 voor fiscale partners samen). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Daar bovenop geldt een heffingskorting van 0,1% over het vrijgestelde groene vermogen. Dat levert bij maximale benutting een korting van ca. €27 per persoon op. Voorwaarde: de beleggingen moeten door de Belastingdienst erkend zijn als groen (met een zogenaamd groenverklaring-label).
Kapitaalverzekeringen eigen woning (KEW)
Een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW) is vrijgesteld van box 3 tot een bepaald maximumbedrag. Deze producten zijn gekoppeld aan de eigen woning en vallen daardoor deels buiten de vermogensgrondslag. De exacte vrijstellingsgrenzen staan op de website van de Belastingdienst.
Contant geld, vrijstelling
Contant geld telt wél mee als box 3-bezitting, maar er geldt een kleine vrijstelling. In 2026 is €672 per persoon aan contant geld vrijgesteld. Bedragen boven €672 moet je opgeven in je aangifte. Voor mensen die thuis sparen in een pot of kluis is dit relevant om te weten.
Voorwerpen voor persoonlijk gebruik
Je auto, boot, kunstcollectie en andere roerende zaken die je voor eigen gebruik bezit, tellen niet mee in box 3. Dat geldt zolang ze niet worden verhuurd of ingezet voor beleggingsdoeleinden. Verhuur je je kunstwerk of zeilboot, dan verandert de situatie en kan box 3 wél van toepassing zijn.
Hoe het heffingsvrij vermogen maximaal benutten, 5 praktische strategieën
1. Gebruik de fiscale partnerregeling optimaal
Als fiscale partners mag je het totale vrijgestelde bedrag van €118.714 vrij verdelen in de aangifte. Heeft één van beiden minder vermogen? Wijs dan meer vrijstelling toe aan de partner met het hoogste vermogen. Zo benut je de vrijstelling volledig. Officieel trouwen, geregistreerd partnerschap of een notarieel samenlevingscontract geeft je de status van fiscale partners. Timing telt: geregistreerd zijn vóór 31 december geeft recht op de keuze om het hele jaar als fiscale partners te worden beschouwd.
2. Spaar in box 1 via lijfrente of pensioen
Geld dat je inlegt in een lijfrenteverzekering of lijfrente bankspaarrekening telt niet mee als box 3-vermogen. Het staat in box 1 als toekomstig inkomen. Door je jaarruimte voor lijfrente te benutten, verlaag je structureel je box 3-grondslag. Dat kan per persoon al snel een paar duizend euro vrijstelling extra opleveren, bovenop de standaard drempel.
3. Investeer in groene beleggingen voor dubbel voordeel
Erkende groene beleggingen zijn vrijgesteld van box 3 tot €26.715 per persoon, bovenop het gewone heffingsvrij vermogen. Daarboven krijg je ook nog de heffingskorting van 0,1%. Dat is een dubbel belastingvoordeel voor beleggers die ook maatschappelijk willen bijdragen.
4. Aflossen van schulden rond de peildatum
Vermogen verlaagt als je schulden aflost vóór 1 januari. Extra aflossen op een consumptief krediet, persoonlijke lening of restschuld heeft direct effect op je box 3-grondslag. Let op: de drempelschuld van €3.800 per persoon betekent dat kleine schulden geen effect hebben. Schulden boven dat bedrag zijn wél aftrekbaar. Aflossen heeft het meeste impact als je schuld structureel hoog is.
5. Schenken vóór de peildatum
Schenken verlaagt je vermogen op 1 januari. De jaarlijkse schenkingsvrijstelling in 2026 bedraagt €6.908 voor schenkingen aan kinderen en €2.769 voor schenkingen aan anderen. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen bedraagt €33.129 voor vrij besteedbare schenkingen.
Schenk je vóór 31 december, dan is het vermogen op 1 januari lager en betaal je minder of geen box 3-belasting. Let wel: de ontvanger krijgt het bedrag als eigen vermogen, wat effect kan hebben op hun belasting- of toeslagpositie. Meer over de regels en vrijstellingen rondom schenken lees je in ons artikel over schenking aan een kind.
Heffingsvrij vermogen en toeslagen, wat je moet weten
Een veelgemaakte denkfout: wie onder de box 3-vrijstelling blijft, heeft automatisch recht op toeslagen. Dat klopt niet. Toeslagen kennen hun eigen vermogensgrenzen, die afwijken van de box 3-vrijstelling.
| Toeslag | Vermogensgrens 2026 (alleenstaand) | Vermogensgrens 2026 (partners) |
|---|---|---|
| Huurtoeslag | €38.479 | €76.958 |
| Zorgtoeslag | €146.011 | €184.633 |
| Kindgebonden budget | ca. €146.011 | ca. €184.633 |
Bedragen onder voorbehoud; controleer de definitieve grenzen via Belastingdienst.nl/toeslagen.
Toeslagen gebruiken de rendementsgrondslag na aftrek van de box 3-vrijstelling, maar de vermogensgrens voor huurtoeslag ligt met €38.479 ruim onder de box 3-vrijstelling van €59.357. Je kunt dus volledig box 3-vrijgesteld zijn en toch geen recht hebben op huurtoeslag. Dat is een praktisch verschil dat veel huishoudens te laat ontdekken.
Wat verandert er in 2027 en 2028?
Het nieuwe box 3-stelsel, waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement, is gepland per 1 januari 2028. Het was eerder voorzien voor 2027, maar het kabinet stelde de invoering uit met een jaar. Dat uitstel kostte €2,55 miljard in 2027 en was de aanleiding voor de (later geschrapte) plannen om de vrijstelling te verlagen.
In het nieuwe stelsel speelt het heffingsvrij vermogen waarschijnlijk een andere rol. Of en in welke vorm een vrijstelling blijft bestaan, is op dit moment nog niet definitief vastgelegd. De verwachting is dat Prinsjesdag 2026 meer duidelijkheid geeft over de drempel in 2027 en de invoeringsstrategie voor 2028.
Parallel loopt de tegemoetkomingsregeling voor oude box 3-aanslagen die voortvloeit uit het Kerstarrest van de Hoge Raad uit 2021. Belastingplichtigen die in het verleden te veel belasting betaalden via het old-style forfaitaire systeem, kunnen via bezwaar- en herstelregelingen aanspraak maken op teruggave. Informeer bij de Belastingdienst of jouw situatie hiervoor in aanmerking komt.
Veelgestelde vragen over het heffingsvrij vermogen 2026
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
In 2026 bedraagt het heffingsvrij vermogen €59.357 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan verdubbelt dit naar €118.714 gezamenlijk. Over het deel van je vermogen onder deze drempel betaal je geen box 3-belasting. De peildatum is 1 januari 2026.
Wanneer betaal je geen vermogensbelasting in 2026?
Je betaalt geen box 3-belasting als je totale vermogen op 1 januari 2026, bezittingen minus schulden (na aftrek van de drempelschuld van €3.800 per persoon), lager is dan of gelijk is aan €59.357. Met een fiscale partner geldt de gecombineerde grens van €118.714.
Gaat het heffingsvrij vermogen in 2026 omhoog of omlaag?
Het heffingsvrij vermogen gaat omhoog van €57.684 in 2025 naar €59.357 in 2026. Er was een kabinetsvoorstel om het te verlagen naar €51.396, maar de Tweede Kamer heeft dit voorstel in het kader van het Belastingplan 2026 geschrapt. Het definitieve bedrag is €59.357.
Telt je eigen woning mee voor het heffingsvrij vermogen?
Nee. Je eigen woning valt in box 1 en telt niet mee voor de berekening van je box 3-vermogen. Wel telt een tweede woning, vakantiewoning of beleggingspand in box 3.
Mag je het heffingsvrij vermogen verdelen met je fiscale partner?
Ja. Als je het hele jaar fiscale partners bent, mag je het totale vrijgestelde bedrag van €118.714 vrij verdelen tussen jullie beide in de aangifte. Je kiest de meest voordelige verdeling. Er is geen minimale of maximale verdeling per persoon, zolang het totaal niet boven €118.714 uitkomt.
Tot slot
Het heffingsvrij vermogen 2026 bedraagt €59.357 per persoon, of €118.714 voor fiscale partners samen. Het kabinetsplan om dat bedrag te verlagen naar €51.396 haalde de eindstreep niet. De vrijstelling stijgt juist. Volgens de Consumentenbond is het belangrijk de actuele drempel te kennen, omdat een grote groep huishoudens dankzij de vrijstelling helemaal geen box 3-belasting betaalt. Controleer jouw vermogenspositie via de aangifte inkomstenbelasting of raadpleeg een belastingadviseur voor persoonlijk advies op maat.
Dit artikel is informatief van aard. Raadpleeg altijd een belastingadviseur voor persoonlijk advies over jouw situatie.