Het werkelijk rendement in box 3 is het bedrag dat je daadwerkelijk verdiende met je vermogen, inclusief ontvangen rente, dividend en waardeveranderingen, berekend over één kalenderjaar.
Laatst bijgewerkt: juli 2026
Je berekent het werkelijk rendement door alle inkomsten uit je vermogen bij elkaar op te tellen én alle waardeveranderingen mee te nemen, zowel positief als negatief. Is het resultaat lager dan het fictief rendement dat de Belastingdienst normaal hanteert, dan betaal je belasting over dat lagere bedrag. Dat kan een flinke besparing opleveren. Dit recht is vastgelegd in de Wet Tegenbewijsregeling box 3, die in juli 2025 werd gepubliceerd.

Wanneer loont het om werkelijk rendement op te geven?
De Belastingdienst berekent je box 3-belasting standaard op basis van zogenoemd fictief rendement. Daarvoor gelden in 2025 de volgende percentages:
- Spaargeld: 1,37%
- Beleggingen en andere bezittingen: 5,88%
- Schulden: 2,70%
Voor 2026 zijn de voorlopige percentages vastgesteld op 1,28% voor spaargeld en 2,70% voor schulden. Het percentage voor beleggingen is voor 2026 definitief vastgesteld. Meer achtergrond over hoe het fictief rendement in box 3 werkt, lees je in ons uitgebreide overzicht.
Heb je in werkelijkheid minder rendement behaald dan deze fictieve percentages impliceren? Dan is opgeven voordelig. Heb je juist meer verdiend, dan niet. Je betaalt nooit meer belasting dan wat de Belastingdienst al had berekend. Niet ideaal voor beleggers die een sterk jaar hadden, maar gunstig voor wie verlies leed of weinig rente ontving.
De regeling geldt voor belastingjaren vanaf 2017, mits je destijds tijdig bezwaar hebt aangetekend. Voor wie dat niet deed, geldt de periode 2021 tot en met 2027. De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 definitief dat belasten op basis van een gemiddeld forfaitair rendement onrechtmatig is als het werkelijke rendement lager uitvalt.
De rekenregels: wat telt mee?
Niet alles telt mee, en sommige dingen tellen anders mee dan je misschien verwacht. Dit zijn de officiële rekenregels volgens de Belastingdienst:
- Het gehele box 3-vermogen telt mee, inclusief banktegoeden
- Nog niet gerealiseerde waardeveranderingen tellen ook mee (dus ook ongerealiseerde winst of verlies op aandelen)
- Er wordt geen heffingsvrij vermogen in mindering gebracht
- Kosten tellen niet mee, met uitzondering van betaalde rentekosten op schulden
- Inflatie telt niet mee
- Verliezen of winsten uit andere jaren worden niet verrekend
- Vanaf 2026 geldt een extra bijtelling voor eigen gebruik van een tweede woning of andere onroerende zaak
Dit laatste punt is nieuw. Gebruik je een vakantiewoning of bedrijfspand deels zelf? Dan berekent de Belastingdienst vanaf 2026 een bijtelling van 5,06% van de WOZ-waarde, vermenigvuldigd met het aantal dagen dat je de zaak kunt gebruiken, gedeeld door 365.
Stappenplan werkelijk rendement berekenen
Volg de onderstaande stappen om te bepalen of opgeven loont, en hoe je het bedrag berekent.
Stap 1: Breng je vermogen in kaart
Noteer per vermogensbestanddeel de waarde op 1 januari en op 31 december van het belastingjaar. Doe dit voor spaargeld, beleggingen, een eventuele tweede woning of crypto’s. Trek schulden af. Dit geeft je het startpunt voor de berekening.
Stap 2: Verzamel je werkelijke inkomsten
Tel op:
- Ontvangen rente op spaar- en betaalrekeningen
- Ontvangen dividend op aandelen of beleggingsfondsen
- Huuropbrengsten uit een tweede woning (na aftrek van rentekosten op de bijbehorende schuld)
- Betaalde rente op box 3-schulden (dit verlaagt je rendement)
Stap 3: Berekening waardeveranderingen
Bereken voor elke bezitting het verschil tussen de waarde op 31 december en op 1 januari. Een stijging telt op bij je rendement. Een daling trekt er van af. Dit geldt voor aandelen, crypto’s, obligaties én onroerend goed.
Stap 4: Tel alles bij elkaar op
Inkomsten plus waardeveranderingen (positief of negatief) is je werkelijk rendement. Is dit lager dan het fictief rendement in je belastingaangifte? Dan loont het opgeven.
Stap 5: Vergelijk met het fictief rendement
Je fictief rendement staat als “voordeel uit sparen en beleggen” in je belastingaangifte. Gebruik dit bedrag als vergelijkingspunt. Is je werkelijk rendement lager? Ga door naar stap 6.
Stap 6: Dien het Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement in
Vul het OWR-formulier in via de website van de Belastingdienst. Voor jaren vóór 2025 gebruik je een apart formulier of maak je bezwaar tegen je aanslag. De Belastingdienst herberekent daarna je aanslag op basis van het lagere werkelijke rendement.

Rekenvoorbeelden met alleen spaargeld
Onderstaande voorbeelden zijn gebaseerd op de officiële rekenvoorbeelden van de Belastingdienst over het belastingjaar 2025.
Voorbeeld A: werkelijk rendement hoger dan fictief
| Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
| Spaargeld | € 150.000 |
| Ontvangen rente (werkelijk rendement) | € 1.875 |
| Fictief rendement (uit belastingaangifte 2025) | € 1.264 |
| Werkelijk rendement hoger? | Ja, € 1.875 > € 1.264 |
| Loont opgeven? | Nee |
In dit geval heeft de bank een relatief hoge rente uitbetaald. Opgeven levert niets op. Je betaalt gewoon belasting over het fictieve rendement van € 1.264.
Voorbeeld B: werkelijk rendement lager dan fictief
| Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
| Spaargeld | € 150.000 |
| Ontvangen rente (werkelijk rendement) | € 1.050 |
| Fictief rendement (uit belastingaangifte 2025) | € 1.264 |
| Werkelijk rendement lager? | Ja, € 1.050 |
| Loont opgeven? | Ja |
Dat scheelt € 214 aan belastbaar rendement. Over dat verschil betaal je 36% belasting, wat neerkomt op een besparing van bijna € 77. Weinig werk voor een concrete teruggave.
Rekenvoorbeeld met spaargeld én beleggingen
De berekening wordt complexer zodra je meerdere vermogensbestanddelen hebt. Stel je hebt in 2025:
- € 100.000 spaargeld met € 1.200 ontvangen rente
- Beleggingen ter waarde van € 50.000 op 1 januari, die op 31 december € 44.000 waard zijn (waardedaling € 6.000)
- Geen schulden, geen fiscale partner
| Component | Bedrag |
|---|---|
| Ontvangen rente spaargeld | + € 1.200 |
| Waardedaling beleggingen | – € 6.000 |
| Werkelijk rendement totaal | – € 4.800 |
Je werkelijk rendement is negatief. Je fictief rendement was positief (want de Belastingdienst rekent geen rekening met koersverliezen op beleggingen in het forfaitaire systeem). Opgeven is in dit geval zeer voordelig: je belastbaar rendement in box 3 daalt naar nul.
Voor beleggers zijn vooral de jaren 2022 en 2018 interessant om op na te rekenen, omdat aandelenkoersen in die jaren fors daalden. Lees ook over de algemene box 3 belasting in 2026 voor het overzicht van tarieven en vrijstellingen.
Werkelijk rendement met een tweede woning
Heb je een tweede woning, zoals een vakantiewoning of verhuurde woning? Dan telt de waardeverandering mee, niet de WOZ-waarde zelf. Bereken het zo:
- WOZ-waarde begin van het jaar: beginpunt
- WOZ-waarde eind van het jaar: eindpunt
- Verschil = waardeverandering, positief of negatief
- Eventuele huurinkomsten: tellen op bij het werkelijk rendement
- Rentekosten op de hypotheek van de tweede woning: trekken af van het werkelijk rendement
Vanaf 2026 voegt de Belastingdienst hier een bijtelling aan toe voor eigen gebruik van de woning. Die bijtelling bedraagt 5,06% van de WOZ-waarde, evenredig aan het aantal dagen dat je de woning kunt gebruiken. Gebruik je de vakantiewoning het hele jaar zelf, dan telt de volledige bijtelling mee. Verhuur je hem deels, dan geldt de bijtelling alleen voor de dagen van eigen gebruik.

Hoeveel belasting betaal je over het werkelijk rendement?
Het belastingtarief in box 3 bedraagt in 2025 en 2026 36%. Dat percentage pas je toe op het werkelijk rendement, zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen. Dat is anders dan bij het fictieve stelsel, waarbij het heffingsvrij vermogen wel in mindering wordt gebracht vóór de berekening van het fictief rendement.
Een voorbeeld: je werkelijk rendement bedraagt € 2.000. Belasting = 36% × € 2.000 = € 720.
Houd er rekening mee dat het heffingsvrij vermogen in 2025 € 57.684 per persoon bedraagt en in 2026 € 59.357. Bij het werkelijk rendement speelt dit bedrag geen directe rol in de belastingberekening zelf, maar het bepaalt wel of je überhaupt box 3-belasting betaalt. Heb je geen vermogen boven de drempel, dan valt er niets te berekenen. Meer over de werking van het heffingsvrij vermogen in 2026 lees je in ons aparte artikel.
Het Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR)
Het OWR-formulier is het officiële document waarmee je de Belastingdienst informeert over je werkelijk behaalde rendement. Je vindt het formulier op de website van de Belastingdienst.
Een aantal praktische aandachtspunten:
- De berekening doe je per belastingjaar, niet over meerdere jaren tegelijk
- Fiscale partners berekenen het rendement gezamenlijk
- Je hebt bankafschriften, beleggingsoverzichten en WOZ-beschikkingen nodig
- Voor jaren waarbij al een definitieve aanslag bestaat, maak je bezwaar of dien je een verzoek tot ambtshalve vermindering in
- De regeling is gunstig: als de nieuwe berekening in je nadeel uitpakt, betaal je nooit meer belasting dan al was vastgesteld
Een teruggave is, zoals Berekenhet.nl aangeeft, pas realistisch bij grotere vermogens of een rendement dat flink afwijkt van de fictieve percentages. Voor kleine spaarsaldi met gemiddelde rente is het verschil vaak te klein om de administratieve inspanning te rechtvaardigen.
Veelgemaakte fouten bij de berekening
Niet ideaal, maar het komt regelmatig voor dat mensen hun werkelijk rendement te laag inschatten. Dat leidt tot een onterechte teruggave die de Belastingdienst later terugvordert. Vermijd deze fouten:
- Vergeten van ongerealiseerde winst: je hoeft een aandeel niet verkopen om de waardestijging mee te moeten tellen
- Alleen rente meenemen: dividend en koerswinsten horen er ook bij
- Schulden vergeten: betaalde rente op box 3-schulden verlaagt je rendement
- Kosten aftrekken: beheerkosten, transactiekosten en bewaarkosten tellen niet mee, alleen rentekosten
- Vermogen van fiscale partner weglaten: bij een fiscaal partnerschap doe je de opgave gezamenlijk
Veelgestelde vragen
Hoe kom je achter het werkelijk rendement in box 3?
Je verzamelt alle inkomsten uit je vermogen over het betreffende kalenderjaar: rente, dividend en huurinkomsten. Daarna bereken je de waardeverandering van elk bezit door de eindwaarde op 31 december te vergelijken met de beginwaarde op 1 januari. Rentekosten op box 3-schulden breng je in mindering. De som van inkomsten en waardeveranderingen is je werkelijk rendement. Bankafschriften, jaaroverzichten van je broker en WOZ-beschikkingen zijn daarbij onmisbaar.
Hoeveel belasting betaal je over het werkelijk rendement in box 3?
Het belastingtarief bedraagt 36% (2025 en 2026). Je past dit toe op het werkelijk rendement zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen. Als je werkelijk rendement € 3.000 bedraagt, betaal je 36% × € 3.000 = € 1.080 aan box 3-belasting. Je betaalt nooit meer dan het bedrag dat de Belastingdienst al had vastgesteld op basis van het fictief rendement.
Kan ik het werkelijk rendement opgeven als ik alleen spaargeld in box 3 heb?
Ja, dat kan. Je werkelijk rendement is dan gelijk aan de ontvangen rente over het jaar. Vergelijk dat bedrag met het fictief rendement in je belastingaangifte. Is de rente lager dan het fictief rendement, dan loont het indienen van het OWR-formulier. Dit is voor spaarders met een lage spaarrente relevant, zeker als hun spaarsaldo boven het heffingsvrij vermogen uitkomt.
Tellen ongerealiseerde koersverliezen mee als werkelijk rendement?
Ja. Ook waardeveranderingen die je nog niet hebt gerealiseerd, tellen mee bij de berekening van het werkelijk rendement. Een daling van je beleggingsportefeuille telt dus als negatief rendement, ook als je de aandelen nog niet hebt verkocht. Dit is het grote verschil met het fictieve stelsel, waar koersdalingen geen rol spelen.
Wat als mijn werkelijk rendement negatief is?
Een negatief werkelijk rendement betekent dat je per saldo verlies hebt geleden op je box 3-vermogen. In dat geval betaal je geen box 3-belasting over dat jaar. Verliezen mag je echter niet verrekenen met positieve rendementen uit andere jaren. Elk jaar staat op zichzelf. Een verlies in 2022 verlaagt je belasting in 2023 niet.
Tot slot
Het werkelijk rendement berekenen in box 3 vraagt wat uitzoekwerk, maar kan een concrete belastingbesparing opleveren, vooral als je beleggingen in waarde zijn gedaald of je spaarsaldo weinig rente opleverde. Verzamel je jaaroverzichten, bereken het verschil met het fictief rendement, en beslis dan of het indienen van het OWR-formulier loont. Twijfel je over de berekening, raadpleeg dan een belastingadviseur of kijk op de officiële rekenvoorbeelden van de Belastingdienst.