De tegenbewijsregeling box 3 geeft je het recht om belasting te betalen over je werkelijke rendement in plaats van over het fictieve rendement van de Belastingdienst, als je werkelijke rendement lager uitvalt.
Laatst bijgewerkt: augustus 2026
Je vult je belastingaangifte in en ziet dat de Belastingdienst rekent met een fictief rendement dat fors hoger ligt dan wat je spaargeld of beleggingen dit jaar werkelijk opleverden. Dat voelt oneerlijk, en de Hoge Raad gaf je daarin gelijk. Sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 mag je aantonen dat je minder verdiende, en betaal je belasting over dat lagere bedrag.
Dit artikel legt uit hoe die regeling werkt: waar het recht vandaan komt, voor welke jaren het geldt, wanneer het loont en hoe je het opgeeft. Wil je direct weten hoe je het bedrag zelf uitrekent, gebruik dan het stappenplan om je werkelijk rendement te berekenen.

Wat is werkelijk rendement in box 3?
Box 3 gaat over je inkomen uit sparen en beleggen. De Belastingdienst berekent dat normaal gesproken via vaste percentages per vermogenscategorie: het fictieve rendement. Dat hoeft niet overeen te komen met wat je werkelijk verdiende.
Het werkelijk rendement is wat je vermogen in een kalenderjaar daadwerkelijk heeft opgeleverd of gekost. Dat omvat:
- Ontvangen rente op spaarrekeningen en deposito’s
- Dividenduitkeringen op aandelen of beleggingsfondsen
- Huurinkomsten van een tweede woning of vakantiewoning
- Koerswinsten of koersverliezen op aandelen, obligaties en cryptovaluta
- Waardestijging of waardedaling van onroerend goed in box 3
- Betaalde rente op schulden in box 3 (die verlaagt je rendement)
Het rendement mag ook negatief zijn. Had je verlies op beleggingen? Dan telt dat verlies mee. Maakte je per saldo geen rendement, dan betaal je in dat scenario geen box 3-belasting. Dat is een wezenlijk verschil met het fictieve systeem, waarbij de Belastingdienst altijd een positief rendement veronderstelt.
Fictief rendement versus werkelijk rendement
Het onderscheid tussen beide systemen bepaalt of het loont om je werkelijke rendement op te geven.
| Kenmerk | Fictief rendement | Werkelijk rendement |
|---|---|---|
| Basis | Vaste percentages per vermogenscategorie | Daadwerkelijke inkomsten en waardeveranderingen |
| Wettelijke grondslag | Wet IB 2001, box 3-regels | Wet tegenbewijsregeling box 3 |
| Belastingtarief 2025 en 2026 | 36% over het fictieve voordeel | 36% over het werkelijke rendement |
| Heffingsvrij vermogen | Wordt afgetrokken vóór de berekening | Vervalt; je rekent over het volledige rendement |
| Verlies verrekenen | Niet mogelijk | Negatief rendement verlaagt de grondslag (binnen hetzelfde jaar) |
| Van toepassing als | Standaard, tenzij je zelf kiest voor werkelijk rendement | Alleen als jij het opgeeft én het lager uitvalt |
Twee punten verdienen nadruk. Ten eerste is de regeling opt-in: de Belastingdienst past het werkelijke rendement niet automatisch toe, je moet het zelf opgeven. Ten tweede pakt het nooit nadelig uit: valt je werkelijke rendement hoger uit dan het fictieve, dan blijft de fictieve berekening gelden. Je betaalt dus nooit méér dan wat al was vastgesteld.
Wel is er een belangrijke keerzijde: bij het werkelijk rendement vervalt het heffingsvrij vermogen van €59.357. Je rekent af over je volledige werkelijke rendement, zonder die vrijstelling. Daardoor is de tegenbewijsregeling minder vaak voordelig dan mensen aannemen.
Waar komt dit recht vandaan?
De tegenbewijsregeling vloeit voort uit rechtspraak. In december 2021 oordeelde de Hoge Raad in het zogenoemde kerstarrest dat het belasten van een fictief rendement dat structureel hoger ligt dan het werkelijke rendement in strijd is met het recht op eigendom. Op 6 juni 2024 bevestigde de Hoge Raad die lijn.
De wetgever vertaalde dat naar de Wet tegenbewijsregeling box 3, die in juli 2025 in werking trad. Die wet geeft belastingplichtigen formeel het recht om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager was. De regeling is bedoeld als overgangsmaatregel, totdat het nieuwe box 3-stelsel in werking treedt.

Voor welke belastingjaren geldt de regeling?
De tegenbewijsregeling geldt niet alleen voor het lopende jaar. Grofweg gelden deze lijnen:
- Vanaf belastingjaar 2017: mogelijk, mits je destijds tijdig bezwaar hebt gemaakt tegen je aanslag.
- Voor wie geen bezwaar maakte: de regeling richt zich op de jaren vanaf 2021.
- Aanslag nog niet onherroepelijk: staat je aanslag nog niet definitief vast, dan kun je alsnog gebruikmaken van de regeling.
- Definitieve aanslag: dan loopt de route via bezwaar of een verzoek tot ambtshalve vermindering.
Of jouw specifieke jaar nog in aanmerking komt, hangt af van de status van je aanslag. Controleer dat via de uitleg van de Belastingdienst.
Wanneer loont het om werkelijk rendement op te geven?
Het opgeven is een keuze, geen verplichting. Het loont alleen als je werkelijke rendement lager uitvalt dan het fictief berekende bedrag. Dat is vaak zo bij:
- Spaarders met weinig rente: bij een lage spaarrente over een groot tegoed kan het fictieve rendement hoger uitpakken dan de ontvangen rente.
- Beleggers met een verliesjaar: bij koersdalingen kan je werkelijke rendement negatief zijn, terwijl het fictieve systeem toch een positief rendement veronderstelt.
- Vastgoedbezitters zonder opbrengst: stond een tweede woning leeg of daalde die in waarde, dan kan het werkelijke rendement lager liggen.
Werkelijk rendement is echter niet altijd gunstiger. Bij sterke koerswinsten of hoge huurinkomsten ligt het werkelijke rendement juist hoger. En omdat het heffingsvrij vermogen dan vervalt, moet het verschil substantieel zijn om de moeite te lonen. Voor kleine spaarsaldi met een gemiddelde rente weegt de administratieve inspanning vaak niet op tegen het voordeel.
Wil je precies weten of het in jouw geval uitkomt? Reken beide varianten door met het stappenplan werkelijk rendement berekenen, waarin ook rekenvoorbeelden en de exacte rekenregels staan.
Zo geef je het werkelijk rendement op
De route verschilt per belastingjaar.
Via de aangifte (vanaf belastingjaar 2025)
Vanaf de aangifte over 2025 hoef je geen apart formulier meer in te dienen: het opgeven verloopt direct in de aangifte inkomstenbelasting. Gebruik je de vooringevulde aangifte (VIA), dan krijg je een specifieke vraag of je het werkelijke rendement wilt invullen. Kies je “nee”, dan blijft het fictieve rendement gelden.
Praktische tip: vul de aangifte eerst in zonder werkelijk rendement. Zo zie je het fictieve bedrag staan en kun je beoordelen of je met het werkelijke rendement lager uitkomt. Pas daarna maak je de keuze.
Handmatig invullen
Vul je de aangifte handmatig in, dan verschijnt aan het einde een scherm “werkelijk rendement”. Daar zie je het bedrag dat de Belastingdienst op basis van het fictieve systeem berekent, zodat je direct kunt vergelijken.
Eerdere belastingjaren: het OWR-formulier
Voor jaren vóór 2025 gebruik je de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Dat formulier is beschikbaar via de website van de Belastingdienst. Aandachtspunten daarbij:
- Je doet de opgave per belastingjaar, niet over meerdere jaren tegelijk
- Fiscale partners berekenen en doen de opgave gezamenlijk
- Staat er al een definitieve aanslag, dan maak je bezwaar of dien je een verzoek tot ambtshalve vermindering in
Welke gegevens heb je nodig?
Goede voorbereiding scheelt tijd en fouten. Verzamel vooraf:
- Jaaroverzichten van je bank met begin- en eindstand van alle rekeningen en de ontvangen rente
- Beleggingsoverzichten met de waarden per 1 januari en 31 december, plus dividenden en koersresultaten
- WOZ-beschikking voor een tweede woning of andere onroerende zaak in box 3
- Huurcontracten en huuropbrengsten als je verhuurt
- Overzichten van cryptoplatforms met de eurowaarden op beide peildata
- Schuldoverzichten voor leningen die in box 3 vallen
De Belastingdienst biedt een interactieve checklist waarmee je kunt nagaan of je alle gegevens compleet hebt.
Wat verandert er vanaf 2028?
De tegenbewijsregeling is tijdelijk. De wetgever werkt aan een structureel nieuw box 3-stelsel waarin het werkelijke rendement de standaard wordt in plaats van de uitzondering. Invoering staat gepland voor 1 januari 2028, na eerdere uitstel van 2027.
Tot die tijd blijft het fictieve systeem de standaard, met de tegenbewijsregeling als veiligheidsventiel. Een punt dat veel mensen over het hoofd zien: in het nieuwe stelsel moet je jaarlijks nauwkeurig je werkelijke rendement bijhouden. Wie daar nu al mee oefent, staat straks niet voor verrassingen. Een breder overzicht van de regels vind je in het artikel over box 3 in 2026.
Veelgestelde vragen over de tegenbewijsregeling
Wat is de tegenbewijsregeling box 3?
Het is de wettelijke regeling die je het recht geeft om aan te tonen dat je werkelijke rendement lager was dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst hanteert. Je betaalt dan belasting over dat lagere, werkelijke bedrag. De regeling vloeit voort uit uitspraken van de Hoge Raad en is vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3, die in juli 2025 in werking trad.
Moet ik het werkelijk rendement altijd opgeven?
Nee, het is een keuze. Het is alleen voordelig als je werkelijke rendement lager uitvalt dan het fictieve. De Belastingdienst past het niet automatisch toe: je moet het zelf opgeven. Valt je werkelijke rendement hoger uit, dan blijft de fictieve berekening gelden en betaal je nooit meer dan het al vastgestelde bedrag.
Vervalt het heffingsvrij vermogen bij de tegenbewijsregeling?
Ja. Kies je voor het werkelijke rendement, dan reken je af over je volledige rendement zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357. Dat maakt de afweging minder eenduidig: reken beide methoden door voordat je kiest. Hoe de vrijstelling in het fictieve systeem werkt, lees je bij belasting over spaargeld.
Kan ik het werkelijk rendement ook voor eerdere belastingjaren opgeven?
Dat hangt af van de status van je aanslag. Voor jaren waarin de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat, of waarin je tijdig bezwaar hebt gemaakt, kan het. Voor jaren vanaf 2017 geldt de regeling als je destijds bezwaar maakte; deed je dat niet, dan richt de regeling zich op de jaren vanaf 2021. Bij een definitieve aanslag loopt de route via bezwaar of ambtshalve vermindering.
Hoe geef ik het werkelijk rendement op in mijn aangifte?
Vanaf de aangifte over 2025 gaat dat rechtstreeks via de aangifte inkomstenbelasting, zonder apart formulier. Bij de vooringevulde aangifte krijg je een vraag of je het werkelijke rendement wilt invullen; bij handmatig invullen verschijnt er een apart scherm. Voor eerdere jaren gebruik je de Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR).
Tot slot
De tegenbewijsregeling is een waardevol vangnet voor wie in een bepaald jaar minder verdiende dan het forfait veronderstelt, vooral spaarders met lage rente en beleggers met een verliesjaar. Omdat het heffingsvrij vermogen bij deze route vervalt, is het geen automatische winst: reken per jaar door of het in jouw situatie voordelig uitpakt. Verzamel je jaaroverzichten, vergelijk beide uitkomsten en schakel bij complexe situaties met vastgoed, meerdere beleggingsrekeningen of crypto een belastingadviseur in.
Dit artikel is informatief van aard. Raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur voor advies over jouw persoonlijke situatie.